Deze Dagboek Abstracts geven een samenvatting van alle verschenen NLse dagboeken.
Klik de titel aan voor het hele dagboek.

1999 / 2000
22 dec 99 - 21 apr 00   28 mrt - 13 apr   15 apr - 27 mei   sep   okt   nov   dec

2001
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2002
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2003
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2004
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2005
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2006
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2007
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2008
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2009
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2010
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec

2011
jan   feb   mrt   apr   mei   jun   jul   aug   sep   okt   nov   dec


Dagboek 01 loopt van 22 December 1999, de dag van het bekendmaken van mijn speciale Zuid-Afrikasite, tot 21 April 2000. Het omvat de voorbereiding van de reis, de reis, het verblijf, de reizen binnen ZA en de terugreis. Het overlapt Dagboek 02 en een gedeelte van Dagboek 03. Het is een html-file van 80Kb. Er is een inhoudsopgave met hypervinculated verwijzingen naar iedere dag.
naar index

Dagboek 02 loopt van 28 Maart 2000, met de eerste overwegingen over een 'stout' plan om een kubieke meter wijn te kopen, tot 13 April 2000, de vertrekdag uit Zuid-Afrika.
naar index

Dagboek 03 loopt van 15 April 2000, met de aankomst in La Gomera, tot 27 Mei 2000, het 'wijnverdeelgebeuren' in Eindhoven. (Daarna zijn er tot 3 september geen aantekeningen.)
naar index

Dagboek 04 loopt van 3 september 2000, de dag van het nieuwe begin, tot 19 september. Het beschrijft de laatste dagen in Cessenon, de benzineblokkade, de dagen met Ghislaine in de buurt van Raux, en de reis naar San Sebastián de La Gomera via Barcelona.
naar index

Dagboek 05 loopt van 21 september 2000 t/m 29 oktober, vanaf mijn verjaardag als ik nog geen telefoon heb. De wandeling naar Puntallana komt er in voor, naar de patrones van het eiland. Fiësta!!! Het eindigt met de nacht dat de klok wordt verzet. Ik schrijf de hele tekst in "minder dan geen tijd".
naar index

Dagboek 06 van 3 november t/m 30 november 2000 beslaat de hele maand november. Ik heb maar een paar keer geschreven, ik zat heel ijverig artikelen te schrijven en kranten te lezen en te balen dat de vernieuwde archiefsites het nog steeds niet deden. Het eindigt met het goede bericht dat de sites in orde zijn en dat Ghislaine en Martine binnenkort komen.
naar index

Dagboek 07 van 10 december t/m 24 december 2000 beslaat de hele maand december. Het begint met het voornaamste nieuwtje dat de beslissing over de winterreis is gevallen: Het wordt Australië. Politiek is het ook boeiend wegens de botsing tussen de rechterlijke macht en de uitvoerende macht over de gratie en herbenoeming van een hoge rechter. Dan is er een analyse van het "Ambtelijk farizeïsme" over de gekke-koeienziekte en het misverstand dat het prion een besmetting is. Het lijkt meer een sluipende vergiftiging. Het eindigt met het bezoek van Ghislaine.
naar index

Dagboek 08 van 8 tot 30 januari 2001 beslaat de hele maand januari. Het begint met het vertrek van Martine naar NL en mijn vertrek naar Australië en de aankomst in Perth. Mijn verblijf van 24 uur in Wongan Hills District Hospital en mijn mentale afwezigheid van vier uur komen uitgebreid aan de orde. Ook de aanvankelijke moeilijkheden met het opladen van mijn sites. Het eindigt met enkele eerste indrukken van dit land uit de krant en straatwaarneming.
naar index

Dagboek 09 van 1 tot 28 februari 2001. Het begint met een spannend televisiedebat tussen de zittende president en de oppositieleider. Er zijn "kiekjes" van de verkiezingen die terloops een beeld geven van het politieke landschap. Er zijn curieuze autonummers. Er zijn persoonlijke terugblikken naar "mijn toekomst van tien jaar geleden". Er zijn voor- en achteruitblikken naar palindromische jaartallen. Er zijn twee spaanse gedenkdagen: het begin van de democratie en de poging tot een staatsgreep vijf jaar later. Het was een heel gevariëerde maand.
naar index

Dagboek 10 loopt van 1 tot 30 maart 2001. Het begint met mijn tocht naar een nabij wijngebied en het kennismaken met een nieuw diëet. Het eindigt met met een krantenberiocht over wat de australiërs van elkaar denken. Daartussenin het rustig voortkabbelende leven in Perth, zijn kleine en grote gebeurtenissen zoals mijn deelname aan een dienst van de Pinkstergemeente, de hittegolf en mijn filosofietjes. En, last-but-not-least, er is de prachtige foto van mijn vier kleindochters.
naar index

Dagboek 11 loopt van 1 tot 30 april 2001. Het begint met de laatste dagen in Perth, een onverwachte documentaire over mijn jeugdliefde, Paul Robeson, en de reis naar La Gomera. Het eindigt met een verslag van de bijna-betoverende reis van La Gomera naar Cessenon. Daartussenin ontmoetingen met o.a. tussen Perth en Singapore, met de boeiende jongeman die missionaris wilde worden en, gedurende vijf dagen, met de oude kennis uit Antwerpen waarmee ik niet uitgepraat raakte.
naar index

Dagboek 12 van 6 tot 31 mei 2001. Het begint met de aantekening dat ik het dagboek meertalig ga maken en wat gezondheidsperikelen ivm de kou. Er staat een gedicht van Jeroen over zijn aanstaande verhuizing en er wordt verslag gedaan van het knippen van de haag en het bouwen van de serre in Cessenon. Er is commentaar op de bekentenissen van de "algerijnse martelchef", op Loft Story, de franse versie van het NLse Big Brother en op de affaire Elisabeth Teissier, de academische promotie van de astrologe van Mitterrand. Het eindigt met een aantekening op de vertrekdag; onbewust van de treinstaking waar ik enkele uren later achter kwam.
naar index

Dagboek 13 van 2 tot 28 juni 2001. Het begint met de reis naar NL per TGV die ondanks de lokale staking lukt dank zij een diplomatieke Accueil-dame. Er is mijn bezoek aan de vrienden in Kortrijk. Terug in NL voel ik mij vreemdeling. Er is de promotie van Martine die aanleiding geeft tot een Ode to my family van Peter. De ontmoeting met hun moeder, mijn ex, leidt tot een ontspannen terugblik op enkele scheidingsgebeurtenissen. Aan het eind ben ik weer terug in Cessenon.
naar index

Dagboek 14 van 1 tot 25 juli 2001. Het begint met een herinnering aan mijn schrijflessen op de lagere school. Er is mijn "vluggertje NL" waar ik twee kiezen achterliet, en een nieuwe computer meenam. Er is een tocht naar Nice om Ignacio te bezoeken en een naar Monmiral de Castelnau om Ghislaine op te halen. Het eindigt met het thema van de eerste dag: Schrijven om het schrijfplezier.
naar index

Dagboek 15 van 2 tot 31 Augustus 2001. Het begint met twee reisjes met Ghislaine: Een naar de laatste zijdeboerderij van Frankrijk en een naar Barcelona. Dan komen de kinderen en de kleinkinderen. Tussendoor vermeld ik nog wat beroemde arme-luisgerechten en het eindigt met enkele meervoudige droomreizen. Eerst van Béziers naar Brussel als 'onzichtbaar engeltje' en later --tussen Den Haag en Eindhoven--hallucinerend van de kiespijn.
naar index

Dagboek 16 van 1 tot 30 September 2001. Het begint in Eindhoven gedurende mijn derde tandartsbezoek van de zomer. Ik vier dan ook mijn verjaardag. Er is ook het thema 'reünie': met de eerstejaars uit 1952 en met collega's van mijn laatste baan. Er is natuurlijk veel over New York 11 September. Er een autobiografie-tje, er is een reeks foto's van mezelf en een serietje van het huis in Cessenon. Ik ben dus behoorlijk in beeld. Het eindigt met mijn vierde en laatste tandartsbezoek en logeren in de 'engeltjeskamer' in Nieuwerkerk aan de IJssel.
naar index

Dagboek 17 van 1 tot 31 Oktober 2001. Het begint met mijn laatste dagen in Cessenon. Ik memoriseer dat je die dag als 011001 kunt schrijven. Natuurlijk is er veel commentaar op NY1109 en ik vind US-bronnen van "waarnáár de bobo's niet hadden willen luisteren" en wat de "experts al lang wisten". Ik haal wat oude netwerkliteratuur van de zolder omdat het actueel is, en haal Limburgse verjaardagsrituelen op naar aanleiding van de 103e geboortedag van mijn vader. In La Gomera tel ik weer eens de traptreden, moet wat burocratische hindernissen nemen, en voel mij zeer vereerd met een uitnodiging voor de boda van de ouders van Ignacio. Het eindigt met een verslag van mijn vertaalpogingen met online vertaalmachines.
naar index

Dagboek 18 van 2 tot 30 november 2001. Het begint een beschouwing over een winnaar van de Prijs van de Prins van Asturië: George Steiner, die vindt dat de taalvertrooiing van Babel geen vloek was; dan eerder de taalverarming van nu. Ik vind meer toegankelijke "Arabische bronnen" en loop vloekend en tierend door het huis omdat ik door "eigen schuld" niet naar mijn reunie in Delft kon gaan. Ik zie een lichtstraaltje in de discussie tussen Umma en het Westen en er is een heel zangerige en danserige uitvoering van het kamerorkest van het eiland. Het eindigt met een paar baaldagen en een nieuw 'project': een erudiet boek over Tijd.
naar index

Dagboek 19 van 1 tot 31 December 2001. Één maandthema begint met een boek over 100 jaar socialisme en gaat over in neo-kapitalisme via de website The Divine Right of Capital waarvan ik een mini-uitrekseltje in het dagboek heb geplakt. Het probleem met de maagklachtige computerreparateur speelt ook de hele maand; tot ik het opgeef. En er is 'de hele maand' damesbezoek in dit vrijgezellenbestaan: Martine en Ghislaine komen ieder een week. Na Kerstmis valt de beslissing om naar Zuid-Afrika te gaan. Toch is er tussendoor nog tijd voor reflecties, o.a. over mijn eigen chaos en over paganistische trekjes van mijn moeder.
naar index

Dagboek 20 van 4 tot 31 Januari 2002. Het begint met het vertrek van Ghislaine na een week logeren en gaat verder met de reisvoorbereidingen. Tussendoor maak ik een start met het thema Virtual Teams. Ook schrijf ik vanuit "het mini-wereldje in een lange buis" met 500 mensen en stewardessen die een geurend engels ontbijt rondbrengen. Na aankomst zijn er de vrienden in Yzerfontein en Stellenbosch en internetperikelen. Ik schrijf een verhaal over zuiverheid, de motor achter zoveel extremisme. Het eindigt als ik mijn plekje heb gevonden in Springbok.
naar index

Dagboek 21 van 1 tot 28 Februari 2002. Het begint met het Oranje-huwelijk waar ik op mijn manier aan deelneem met Fanta en gestoofde abrikoosjes. Bush vergelijk ik met Hitler. Op Valentijn verjaart mijn schoonzus en er is de palindromische datum waarop Ghislaine jarig is. Er is zoveel over AIDS dat ik een apart AIDS-journaal heb gemaakt. Tegen het eind van de maand ontmoet ik Joris, de NLse kunstenaar-fotograaf die de "afrikaanssprekenden" in beeld probeert te brengen.
naar index

Dagboek 22 van 1 tot 31 Maart 2002. Het begint met de Zim'se verkiezingen gezien vanuit ZA. Er is weer veel over AIDS maar het meeste staat in een apart AIDS-journaal. Er is een vijfdaags verblijf in Pofadder waar ik een portret schrijf van een bijna-vergeten missionaris en er is een 12-daags verblijf in Windhoek, Namibië waar ik Independance Day meemaakt en mij weldadig baadt in sociale contacten. Het eindigt tijdens het verblijf in Omaruru waar ik in de "Kristall Kellerei" de enige wijn van Namibië proefde.
naar index

Dagboek 23 van 1 tot 30 April 2002. Het begint met een bezoek aan Umaruru Game Lodge, tevens de laatste dag in Umaruru, want dan volgt Walvisbaai, Swakopmund en de terugreis naar Windhoek om aldaar afscheid te nemen. Dan via Keetmanshoop naar Lüderitz;, zo mogelijk nòg Duitser dan Swakopmund, althans wat gebouwen betreft. Dan terug naar Kaapstad, Stellenbosch en Yzerfontein. Het eindigt op het vliegveld Tenerife vlak voor ik doorreis La Gomera. Ik zit er 'Europees' bij te lezen; o.a. over het Le Pen gebeuren.
naar index

Dagboek 24. Het loopt van 1 tot 31 Mei 2002. Het begint met mijn aankomst in La Gomera en eindigt met mijn vertrek, de reis en de aankomst in Cessenon sur Orb. Daartussenin maak ik de langste wandeling sinds jaren en speel met 100-woordenteksten.
naar index

Dagboek 25. Het loopt van 1 tot 30 Juni en begint met mijn eerste dag in Cessenon. Er zijn de tweedaagse escapades naar Parijs en Tournecoupe, de Grote Wandeling naar Olargues en tenslotte de reis naar Eindhoven met als tussenstops: Kortrijk, Den Haag en Utrecht. Het eindigt middenin de zoektocht --samen met Ghislaine en Ignacio-- naar 'onze' 80-jarige oorlog en 'hun' "Guerra de Flandes".
naar index

Dagboek 26. Het loopt van 1 tot 31 Juli en begint middenin de zoektocht naar resten van de 80-jarige oorlog. Daarna de reis naar Cessenon met Ghislaine en de tussenstop in de Provence met o.a. een bezoek aan de molen waar Daudet zijn Lettres de mon moulin schreef. We bezoeken een studievriend van vijftig jaar geleden in Prades en Peter komt vijf dagen bij zijn vader logeren. Dan komt de haagknipweek en intussen signaleer ik enkele berichten over Stiglitz' strijd tegen het 'economisch fundamentalisme'. Het eindigt met een verslag met fotoreportage van de haagknipweek.
naar index

Dagboek 27 loopt van 1 tot 31 Augustus 2002, begint met een ratatouillerecept en eindigt met mijn eerste dag in Spanje: Barcelona-op-doorreis. Daartussenin lees ik kranten en het internet en schrijf over kapsones van Pinochet, de visie van Amerikaanse Patriotten op de wereld, de Civil War Within the Democratic West en de suicidale trekjes van ons hyper-kapitalisme. Dichter bij de grond is er een lekkende waterleiding, komt Ghislaine op bezoek, kampeert Peter-met-de-kinderen in de buurt, maak ik lange wandelingen, en blijkt de dreigende hydrocéphalie van de baby van Olivier en Dominique onder controle te zijn. Geen trivialiteitendagen dus, al leek het er een enkele ochtend eventjes op.
naar index

Dagboek 28 loopt van 1 tot 30 September 2002, begint in Barcelona en eindigt in Eindhoven de dag na mijn verjaardagsfeest met familie en vrienden. Ik schrijf in honderd woorden hoe het voelt om te worden bewonderd en later nog eens hoe ik de volle maan bewonder, alleen op mijn balcon. Er komen drie mensen ter sprake die "spreken met de oprechtheid van iemand die niets heeft te verliezen". Zo'n mens is nog niet gesignaleerd rondom de archieven van Franco: Geheimzinnigheid nog steeds troef! Vlak voor ik naar NL vertrek, zijn er twee hartverwarmende ervaringen over mijn sociaal-politieke status op het eiland.
naar index

Dagboek 29 loopt van 1 tot 31 oktober 2002 en begint met mijn laatste dag in NL en enkele dagen later een terugblik op die hitzige NLse dagen. Er is het feest van De Patrones van Het Eiland. Er is een onderzoek naar de juiste ontdekkingsdatum en -plek van Amerika met een verrassende website over dat probleem. Er zijn aantekeningen over pragmatism, de Amerikaanse bijdrage aan de moderne filosofie. Dàt en Ortega y Gasset zijn aanleiding voor herinneringen à la Proust. De transición komt weer eens aan de orde met de cryptische afkortingen 23-F en 28-O. Het eindigt met een baaldag.
naar index

Dagboek 30 loopt van 1-30 November 2002. Allerzielen betekent dodenherdenkingen en dát betekent hier oplaaiende gemoederen over de gefusilleerden en andere doden van de verliezende partij. Die worden officiëel niet herdacht, maar er zijn berichten over ontwaken uit die politieke geheugenstoornis. Er zijn zieleroerselen als ik mij afvraag tegen wie ik werkelijk "jij" zeg, en als ik mijn "effectief eenzaamheidsmanagement" (EEM) beschrijf. Er is de reis naar Kaapverdië: "Boeiend en Vermoeiend". Ik heb de kortere en langere ontmoetingen trachten te vangen in 'portretjes': een illegale Ghanees, een jonge aannemer uit La Palma met zijn vriend, een NLse wereldzeilster, een gevluchte Spaanse electriciën en anderen. Behalve Kaapverdië ontdek ik ook Macaronesië.
naar index

Dagboek 31 loopt van 1 tot 31 december 2002 en begint met een uitgebreide "signalering" van een boek dat ik in één adem uitlas. Dan is er de schok dat het sedentaire leventje weer voorbij is: "It's hunter time!!". Ik ontmoet een pasbeginnende 'réfugié pollutique' en spreek meer NLs dan ooit. Ook een NLs proefschrift passeert de revue. Dan komt "Rome met Ghislaine", "Kerstmis met Ignacio" en "Sylvester met Martine", samen met de NLers Piet en Willy die waren uitgenodigd door Ignacio. Het is een maand met vanalles.
naar index

Dagboek 32 loopt vanaf 1 tot 31 Januari 2003. Het begint met Oud en Nieuw met Martine op La Gomera en onmiddellijk daarna het vertrek naar Auckland. Daar heb ik veel tijd nodig om te 'ont-jetten'. Dan volgt de reis naar Wellington om er een vriend uit mijn geboortestad te onmoeten die in 1952 emigreerde. Ik krijg een wervelende introductie in het leven van de NLse immigranten. Na tien dagen ben ik terug in Auckland en reis meteen door naar een onopvallend stadje 150 km naar het Noorden om op adem te komen.
naar index

Dagboek 33 loopt vanaf 1 februari tot 28 februari 2003. Het begint in Waipu, waar ik Thorkild ontmoet waarmee ik o.a. naar Cape Reinga trek. Later ontmoet ik Jeannette en Gerrie en een 'verhuisde' NLer die zijn grafisch ontwerpbureau meenam. Theo en Mineke komen twee keer op bezoek en we bezoeken samen de Sky Tower. Ik verzamel, tot slot, het beste van de Aucklandse Knowledge Wave conferentie onder de titel "Niet-economische voorwaarden voor economische groei"
naar index

Dagboek 34 loopt van 1 maart tot 31 maart 2003. Het begint met het definitief uitwuiven van Theo en Mineke, de laatste race om America's Cup, een portret van de sfinx-achtige NZse skipper die het trofee naar Europa terugbracht na 150 jaar en gesprekken in Marco Polo backpacker's, dat ontmoetingscentrum van 'moderne zwervers'. In Melbourne ontmoet ik Wim, Irena en Tony, ieder ingebed in hun eigen multi-culturele gemeenschap: Experiment, voortgaande aandacht en opbouw van hun nieuwe samenleving. Met Wim herbeleef ik mijn Roomse Jeugd en onze gemeenschappelijke ervaring als oorlogsvluchteling toen het nog niet zo heette. Terug in NZ woon ik met Geoffrey aan de Stille-Zuidzeekust. Hij schrijft de hele dag. Zo lijken we twee monnikken in een mini-klooster. Het eindigt met een onverwacht filosofie-tje over optimisme. Is dat waarheid? Is dat leugen?
naar index

Dagboek 35 loopt van 1 tot 30 April 2003. Het begint met de herdenking een NZse wereldprimeur 100 jaar geleden. Net even eerder dan de gebroeders Wright werd er gevlogen. Het klimaat is niet meer ideaal, maar het lukt. Midweeks is het strand van mij, in het weekend komen de gasten en brommen de motormaaiers. Er is een reusachtige storm die het strand en een stuk van de duinen weghaalt en het een paar dagen later schoongewassen terugbrengt. Er zijn zware regens zodat wij even door modderbanken op de State Highway van de buitenwereld zijn afgesloten. Maar er is vooral veel over ANZAC-Day, een van de meest geprononceerde wortels van Nieuw-Zeeland als natie. Het is niet alleen de strijd in Gallipoli zelf. Hoe zag de wereld eruit voor de Nieuw Zeelanders vòòr die oorlog? En hoe werkt het door in het heden? Welke 'oorlogsgeheimen' probeert men nu nog te bewaren? Hoe 'Brits' is NZ nog? Is die gespletenheid zelf de kern van Nieuw Zeelandse ziel?
naar index

Dagboek 36 loopt van 1 tot 31 mei en begint met een gedocumenteerde afronding van mijn ANZAC-dossiers en een opsomming van wat ik onaf achterlaat. Dan is er een verslag van de reis door de 'lange donkere tunnel' tot La Gomera en verkiezingscampagne van Ignacio. De belastingbetaalafspraak met 'Madrid' levert een leuk taal-cultureel misverstandje en de krant zorgt voor enkele staaltjes spaanse autoriteitencultuur. Habermas heeft de Prijs van de Prins van Asturië gekregen en dat levert enkele pittige uitspraken. Een ontmoeting en een idee op een magisch terrasje in Parijs in September 1945 hebben gevolgen tot in deze eeuw. Tot slot is er een citaat van Prigogine uit diens necrologie, dat perfect blijkt aan te sluiten bij een pas verschenen boek van Rosa Montero met als titel een citaat van Teresa van Ávila. Dat is ook magisch, maar tòch anders.
naar index

Dagboek 37 loopt van 1 tot 30 juni en begint met het bijna-missen van de boot vanaf La Gomera en een Franse staking die mij niet deerde. Ik volg de microwederwaardigheden à la minute gedurende twee reisdagen. Na tien dagen ben ik nog onwillig mijn paradijsje te verlaten, maar de Frans staking dwingt mij zelfs om met mijn auto dwars door F te reizen naar mijn ankerpunten in het Noorden. Ondanks het prachtige NLse weer en de hartelijke ontmoetingen vraag ik mij af of ik deze tour de force moet blijven 'presteren'. Op de terugweg neem ik Ghislaine mee en in Parijs we ervaren het als een huwelijksreis, want daar begon het precies dertig jaar geleden. Daarom eindigt de maand met points de suspension . . . . . ., want niet alle geneugten zijn vertelbaar.
naar index

Dagboek 38 loopt van 1 tot 31 Juli 2003 en begint met nogal wat points de suspension want Ghislaine is nog in mijn Franse paradijsje. Ze gaat kort daarna weg, maar de laatste dag ga ik op weg haar af te halen voor haar tweede verblijf. Tussendoor bekijk ik de buitenlandse politiek door franse ogen. Omdat ik een electronisch abonnement op Le Monde heb genomen, zijn er nogal wat URL's als verwijzingen. De chaos op mijn werkblad --virtueel en fysiek-- vermindert er niet van, want mijn taken als 'residerend bricoleur' eisen mij op. En het is warm. Ik ga in op de Europa-wijde discussie, aangezwengeld door Habermas en Derrida over de Europese identiteit en ontleed drie dagen lang de ondoorzichtige grève des intermittents. De Franse Cultuur blijkt te worden gefinancierd door oneigelijk gebruik van werkeloosheidsgelden.
naar index

Dagboek 39 loopt van 1 tot 31 augustus 2003 en begint in Tournecoupe in de Gers met een feest dat slechts eens in de tien jaar plaatsvindt. Dan laat ik het 'dagelijks kolommetje' vijftien dagen voor wat het is, en concentreer mij op de aanwezigheid van Ghislaine in mijn paradijsje. De chaos op de werktafel blijft toenemen. Pas daarna probeer ik met gardening by walking around de tuin --en met wu wei de werktafel-- onder contrôle te krijgen. Ik schrijf vijf keer over de 12.000 extra doden in veertien dagen, en de draaikonterij van de autoriteiten. Geleidelijk-aan lees ik weer Potter, reflecteer weer op mijn "seventh year's itch" en besluit weer eens te bladeren in een prentenboek; van Commercial Archeology deze keer. De chaos lijkt voorbij.
naar index

Dagboek 40 loopt van 1 tot 30 september 2003 en begint met wereldkampioenschappen athletiek in Frankrijk en "La Rentrée. Er is sprake van een Paper Clip Museum en enkele malen zijn er hoeraatjes voor de liberale economie. 'Is iets waar omdat het goed communiceerbaar is?' Raffarin denkt van wel, maar het is toch geen vraag om zomaar weg te wimpelen.
Maar verder is het vooral herfst, afscheid van de zomer, misschien ook afscheid van het leven zoals ik dat totnutoe leidde. Vragen over eenzaamheid, bijvoorbeeld. Dat staat haaks op de vijf en veertig mensen die ik op mijn verjaardag zag in Eindhoven. Het zij zo. De maand eindigt met de terugkeer in Cessenon en de besognes van de doorreis naar het warme Zuiden.
naar index

Dagboek 41 loopt van 1 tot 31 oktober 2003 en begint met de laatste dag in Cessenon, dan even Barcelona-op-doorreis en als ik op La Gomera kom is het fiesta, het vijfjaarlijkse bezoek van La Virgen de Gaudaloupe aan het eiland. Coetzee krijgt de Nobelprijs en ik koop meteen drie boeken van hem. Dat past in mijn voornemen: Minder krant, méér boek. Bij een 'stom' TV-programma krijg ik zwartgallige gedachten over de wereld en heldere inzichten over mijn menselijke conditie en later filosofeer ik over De Ene Waarheid en over de bankkluis als metafoor van eenzaamheid. Ik maak uitgebreid melding van de zestien twee-mansroeiboten die --om strijd-- de oceaan oversteken. Ik citeer uit Nietsche's Tranen, en, als ik het uit heb, voel ik ook de mijne. Ik vertaal uittreksels van de toespraken van Rowling en Mernissi, die allebei de Prijs van de Prins van Asturië kregen, omdat ze boeiende dingen zeggen. De maand eindigt met mijn beelden van Disgrace, de eerste Coetzee die ik uit heb.
naar index

Dagboek 42 loopt van 1 tot 30 november 2003 en begint met een gedicht van Jeroen met de regel: "Gekomen om te gaan". De regel zou kunnen slaan op mijn twee flitsbezoeken aan NL in deze maand, maar het is filosofischer. Het is een complete levenshouding in slechts vier woorden. Op doorreis in Madrid maakte ik wellicht de oprichting van een Fascistische Internationale mee. In NL had ik boeiende gesprekken met verschillende vrienden rond het thema eenzaamheid. Ik heb die samengevat in één fictief gesprek als is het tussen twee oude mannen. Er is een geïmproviseerde hartverwarmende familie-reunie, er is iets over een omstreden vertaling van Vondel, iets over de Chinese geopolitiek, en tot slot iets over Nieuw-Zeeland. Ze winnen de oceaanroeirace en komen allemaal in 2007 naar Valencia voor onderlinge wedstrijden rondom America's Cup. Wie klein is moet slim zijn.
naar index

Dagboek 43 loopt van 1 december tot 31 december 2003 en begint met een aantal trivialiteiten --zoals het weer en terloopse opmerkingen over wat ik lees-- die voor de lezer mijn dagelijkse leven beter inkleuren dan diepzinnige beschouwingen. Er is de reis naar Napels om met Ghislaine te verkeren terwijl we Paestum, Pompeji en Napels bezoeken. Er is een virusaanval en een aanval van eenzaamheid. Beide worden met 'beschrijven' gepareerd als laatste middel. Er is 'analytisch commentaar' op de grondwetverandering in China, op het officiëel verschijnen van de gekke-koeienziekte in de VS, en op de twee soorten 'communisme' van de Spaanse Burgeroorlog. Er is een 'genotsrijke analyse' van de Nobeltoespraak van Coetzee.
naar index

Dagboek 44 loopt van 1 januari tot 31 januari 2004. Op het marktplein, samen met Martine, twee NLers, en de halve stadsbevolking, roetsch ik 2004 binnen. Er is veel 'politiek' waar ik mij over opwind, zoals 'de sluier' in Frankrijk, de leugenachtigheid van onze cultuur en de Waarden Van De Verlichting die in gevaar zijn. Ik schrijf over consumptie-socialisme en over drie filosofen die klaarheid zoeken in deze chaos. Een Italiaanse, uit de 18e eeuw, en een Franse, uit de 20e, vinden het in poëzie en haiku's. Een Italiaanse uit de 20e richt een Neo-Verlichtingsbeweging op met hetzelfde doel. Er zijn portretten van mijn oudoom en van Ignacio. Ik beschrijf een wandeling op mijn eiland, en de voorbereidingen voor mijn reis naar Upington. Kortom, weer "vanalleswat".
naar index

Dagboek 45 loopt van 1 tot 29 februari 2004 en begint met een greep uit Onze Wereldsoap. Daarna reis ik smoothly naar Upington. Onderweg ontmoet ik een Ierse dame die op zoek is naar haar eigen avontuur. Opeens is mijn computer gestolen. Onveilige gevoelens achtervolgen mij enige tijd. Ik verhuis, ga over tot de orde van de dag, en boor zeer succesvol informatiebronnen aan voor mijn zelfopgedragen studieprojekt over het watermanagement in deze woestijn bij het Ministerie van Landbouw. Met behulp van Le Monde en New York Times houd ik een oogje in het zeil op de rest van de wereld. In de lokale pers volg ik de struggle van de ZAse minister van gezondheid tegen AIDS en tegen de publieke opinie.
naar index

Dagboek 46 loopt van 1 maart tot 31 maart 2004 en begint met details uit de nieuwe ZAse waterwet en gaat verder met de cultuurschok die het veroorzaakt. In de loop van de maand wordt dat ondersteund met veldobservaties, want ik ga nogal wat op excursie in de Noordkaap. Er zijn ook andere reizen buiten standplaats Upington: Naar Namibië en naar Yzerfontein. Mijn dagdagelijkse routine en discipline wordt belicht, er is commentaar op de kapsones van zeuntje Bush. Alistair Cook, een van mijn modelpersonen, overlijdt in New York een maand na zijn laatste Letter from America voor de BBC. Ik luisterde daar al naar vanaf mijn studententijd.
naar index

Dagboek 47 loopt van 1 tot 30 April 2004 en begint in Yzerfontein waar ik op bezoek ben bij kennissen van mijn eerste bezoek in 2000. In Upington terug, sluit ik mijn water-project af in een gezellige bijeenkomst die bijna tot een nieuw project leidt. Terug in Europa kan ik niet terecht op mijn appartementje bij de vuurtoren. Ik zwerf over het eiland op zoek naar een plek om samen met Ghislaine door te brengen. Als de maand eindigt, zitten we knus in Playa de Santiago. Commentaar op het wereldnieuws hield ik beperkt, maar landschaps-beschrijvingen (woestijn) en boeken van Saramago en Palmen komen wel aan de beurt, evenals mijn zorgen om de 'sunny side of the street' te houden.
naar index

Dagboek 48 loopt van 1 tot 31 Mei 2004. Het begint in Playa de Santiago, de laatste dagen van mijn vakantie met Ghislaine. Dan is er San Sebastián waar ik op een nieuwe plek woon, wandel tot ik mijn enkel verzwik, en belasting betaal. Dan Barcelona en Cessenon, nèt voor het einde van de maand.
Ignacio instrueert mij onderwijl over de stuiptrekkingen van de 'middeleeuwse' arbeidsverhoudingen n.a.v. de meer dan zes maanden durende busstaking(17). De vraag of 'Irak' zijn doelen bereikt heeft, brengt mij ertoe Berkeley 1968 in herinnering te roepen toen de staatstheorie --dat 'Vietnam' goed was voor de economie-- met traangas kracht werd bijgezet(19). De martelfoto's van Abu Ghraib komen overeen met een schilderij uit 1680 en volgen het ritueel dat de Inquisitie voorschreef. Per slot was dat toen ook een soort Axis of Evil(23).
naar index

Dagboek 49 loopt van 1 tot 30 juni 2004 en begint in Cessenon als ik mijn draai nog moet vinden. Het eindigt midden in de teisteringen van de NLse periode. De stukjes zijn kort en hebben een hoog 'journaal-gehalte': Wat gebeurt er onder mijn ogen? Wat gebeurt er in mijn ziel? Welke projecten koester ik? Toch vind ik tijd voor de resten van het Franco-regiem en -mentaliteit in Spanje (14/6), een verrassend pleidooi van James Lovelock (van Gaia!) vóór nucleaire energie (4/6) en herinneringen naar aanleiding van de 60ste verjaardag van D-day (2/6).
naar index

Dagboek 50 loopt van 1 tot 31 Juli 2004 en begint in NL waar ik diep ben ingeziekt en tel de dagen tot ik in de mediterranée kan beginnen met uitzieken. Ik beschrijf in NL hoe ik er het beste van maak, en in F hoe de pap uit mijn spieren, en het zaagsel uit mijn hersenpan, geleidelijk verdwijnt. Mijn wereldje was zo klein geworden dat ik van 'street observer' 'soul observer' werd. Als ik 'er' weer ben, laat ik jullie meegenieten van Geert Mak's boek, van de correspondentie die ontstaat over een dichtregel van Antonio Machado "Wandelaar, er is geen weg." ('Caminante, no hace camino'), en praat jullie bij over de Franse economie- en wijnproblemen.
naar index

Dagboek 51 loopt van 1 tot 31 Augustus 2004 met twee nadenkertjes uit NYT, maar verder is er veel 'Geert Mak', want zijn Europa-boek lees ik stap voor stap. Dat geeft diverse aanleidingen om terug te kijken op mijn eigen 'euro-identiteit', mijn onthechtingen-van-toen, en andere keerpunten in mijn zielsleven. De gebeurtenissen die Mak oprakelt, waren soms de oorzaak, soms het decor. Toch zijn er veel buitengebeurens-van-nu, zoals de brief van Ratzinger die aanleiding gaf om mijn feministische schrijfsels eens op een rijtje te zetten, en diens "selectief gebruik van feiten" te belichten. Er zijn gesprekken met vrienden en reflecties daarover, en ik orden weer eens mijn gemengde gevoelens over het aanstaande vertrek uit Cessenon. "Torn between abundance and austerity".
naar index

Dagboek 52 loopt van 1 tot 30 September en begint met een stukje geschiedenis van het anti-semitisme (1 en 17). Dat is een tussenstap voor een aantal beschouwingen over onze recente slachtoffercultuur (18 t/m 22). Intussen was er de reis naar NL om mijn 75ste te vieren (3,4 en 5). Verder in de maand zijn er nogal wat citaten uit kado-gekregen dichtbundels. Een artikel in NYT, nav een boek, claimt de vinger te hebben gelegd op 'het grote thema' van de 21ste eeuw (12 en 14). Bonjour Paresse is een boek dat de weg wijst naar --leuk-- overleven in deze gestresste maatschappij (23,24 en 25). De dag daarna verneem ik van het overlijden van Françoise Sagan, de auteur van Bonjour Tristesse (26). Zij probeerde aan die gekke maatschappij te ontsnappen in flitsend-snelle auto's. Geleidelijk maak ik mij zorgen over het uitblijven van mijn reislusten (27, 28 en 30), en de maand eindigt met twee stukjes waarin de moderne techniek 'magisch' moet worden genoemd.
naar index

Dagboek 53 loopt van 1 Oktober 2004 tot 30 Oktober en begint met het vertrek uit Cessenon, de tussenstop in Barcelona en de aankomst in La Gomera waar een belangrijk sociaal anker voorgoed is verdwenen. In Spanje vraagt men zich af hoe dat moet zonder dictator, De Kerk jaagt de schrik er weer in, gebruikmakend van het opleuken van het Franco-gevoel gedurende acht jaar Aznar-regering. Ik ontdek een site waar 'urban legends' kunnen worden geverifiëerd, lees een boek waar ik wakker van lig zonder te weten waarom, en neem mij voor het nog eens 'deconstruktief' te herlezen. Tot slot schrijf ik drie keer honderd woorden over de totale maansverduistering, en over een gouden bruiloft geregisseerd door foto- en videografen om het werkelijksheidgehalte te verhogen.
naar index

Dagboek 54 loopt van 1 tot 30 November. Het begint in La Gomera, en eindigt in Fuerteventura waar we verrast werden door gekookte-garnaalkleurige vliegende sprinkhanen uit Afrika. Het bijzondere van deze maand is de uitdaging om 'het' in precies honderd woorden te zeggen. Er wordt over Decartes' dualisme gefilosofeerd; de Turkse auteurs Pamuk en Shafak komen aan de orde, evenals de onvermijdelijk leugenaars Bush en Aznar. Poezie komt van de Poolse Nobel Szymborska, en de romantiek zit her en der verscholen. Natuurlijk is er ook reg-foor-se-raap info. Dit was voorlopig het laatste stukje in honderd woorden. 't Is welletjes geweest.
naar index

Dagboek 55 loopt van 1 tot 31 december 2004 en begint met "Blauwe Divisie" die Franco naar Rusland stuurde om Hitler bij te staan. Er is veel over de Islam, met heel nieuwe invalshoeken om onze "angst" en onze "vijand" de leren kennen, o.a de zieleroerselen van de Islam-terrorist. Er zijn nieuwe feiten over Chili. Er zijn vertalingen van fado's van Cristina Branco waarmee ik de seizoens-melancholie beteugelde. Ter afwisseling zijn er ook lichtvoetige stukjes. Zelfs over de ETA. De maand eindigt met een beschouwing over de Islam-mode; althans over wat daar onder ligt.
naar index

Dagboek 56 loopt van 1 tot 31 Januari 2005 en begint met een Franse bron over de Islam-mode en een NLse analyse van de Islam-dreiging. Géén Islam meer voor de rest van de maand. Het bezoek van Martine, met de wandelingen op het eiland, en de eerste weken in Iquique zijn aan de orde. Ik maak onmiddellijk een belangrijke stap mee van de Chileense rechtsgang: De topman van de martel-afdelingen gaat de gevangenis in. Ik rol ook meteen de meest uiteenlopende sociale kontakten --meer dan ooit-- en zet de eerste stappen in het beschrijven van mijn nieuwe omgeving. (100 woorden)
naar index

Dagboek 57 loopt van 1 tot 28 februari 2005 en begint in Iquique met 'Waar was God?' en vraagt verderop 'Waar bleef de economie?' (16, 20). Grote vragen dus, maar ook vijf Lieve Oma-brieven (2, 11, 15, 19, 27) met de voeten stevig op nostalgische bodem. De rechtsgang in Chili heeft folkloristische trekjes (5), en dansgroepen zorgden voor meer gebruikelijke folklore (13, 18). Ik bezocht literaire avondjes (9), vertaalde gedichten en legde in deze afgelegen woestijnstad het wereldnieuws --en andere grote gedachten-- op de snijtafel; 'de werkelijkheid' (12), en 'de waarheid' (22).
naar index

Dagboek 58 loopt van 1 tot 31 Maart 2005. Het begint het verslag van een literair avondje waar Kroatische drinkliederen werden gezongen. Deze maand werd Schäfer gevangen genomen, pederast, religieuze-sekteleider en vriend van Pinochet. Vijf 'Lieve-Oma'brieven werden vertaald, en zeven keer perste ik mijn gedachten in honderd woorden. Ik vertelde iets van over "La Nueva Canción" en vertaalde drie typische voorbeelden. Het thema "vrijheid" lag enkele malen op de snijtafel, en ik maakte mij druk om monotheïsme dat, samen met een almachtige God, niet voor vrede, maar voor tweedracht, fundamentalisme, en verwarring tussen kerk- en staatszaken zorgt. En natuurlijk was er Chili, dapper worstelend om met zijn verleden in het reine te komen.
naar index

Dagboek 59 loopt van 1 tot 30 April 2005 en begint in Iquique met drie tektsten van 100 woorden. De hele maand telt 14 van die zorgvuldig samengebalde observaties. De maand wordt óók gekenmerkt door een hoog pausgehalte met zowel latijns-amerikaanse als europese gedachten en opinies. Iquique was uniek wegens de vele warme vrienden die ik opeens had en --ondanks de politieke, filosofische en theologische "interessantigheden"-- heb ik tijdens het afscheid heel goed de vinger aan mijn eigen pols gehouden. Die onverwacht-pittige jet lag was wellicht deel van dit heel bijzondere afscheidsproces.
naar index

Dagboek 60 loopt van 1 tot 31 Mei 2005, begint in La Gomera en eindigt in Eindhoven. Negen keer doe ik "het" in 100 woorden. Er wordt veel gereisd, en de genoegens van reisplannen maken worden herhaaldelijk (zie aldaar) uitgemeten. Er zijn metafysische gedachten (18), maar er is ook wereldpolitiek, en zelfs de mogelijkheid van gletschers in Amsterdam en New York komen als abrupt climate change aan orde (19). Verder volgde ik hoe De Economie De Kunst beheerst (26) en een begin maakt met De Kerk en De Religie als business (20) te exploiteren. Good old Peter Drucker houdt zich daarmee bezig.
naar index

Dagboek 61 loopt van 1 tot 30 Juni 2005 en begint in Parijs als ik op doorreis ben naar het Zuiden, verhaalt vervolgens van het bijkomen van de tiendaagse en van kontakt krijgen met Cessenon, de plek en de aarde. Ik grijp nog enkele malen naar de dichters om de voeten weer aan de grond te krijgen. Chili komt aan de orde omdat belastingfraude zwaarder weegt dan schending mensenrechten, en om de aardbeving zoals die werd beleefd door mijn vrienden in Iquique. In Frankrijk is het bijna-canicule, en alles wordt op alles gezet om een ramp als die van 2003 te voorkomen. Ik mijmer over "misschien zeggen", en denk aan Marcus Antonius en Brutus bij een Brits rapport over de farma-industrie.
naar index

Dagboek 62 loopt van 1 tot 31 Juli 2005 en begint met de nieuwe blog van María Pilar. Tien keer verscheen het stukje in 100 woorden. De dichters Herman de Coninck en Willem Elsschot worden geciteerd. Drie keer komen de gemeenschappelijke wortels en bedevaartplaatsen van de Islam en het Christendom aan de orde (7, 26, 31). De nieuwste theorieën over het ontstaan van de wereld trekken dit religieus /wetenschappelijke probleem in de sfeer van Entertainment hetgeen --samen de opvatting dat religie in de publiciteit als sport zou moeten worden behandeld-- wijst op een voortschrijdende profanisering van onze cultuur.
naar index

Dagboek 63 loopt van 1 tot 31 Augustus 2005 en begint met de ancestry industry-hype op basis van DNA die misschien wel onbedoeld rassenvooroordelen zal ondergraven. Ik heb twee keer [7 en 17] 'geen stukje' genoteerd, en zeven keer mijn persoonlijke ervaring met twaalf zomerse koude maaltijdsoepen [2, 3, 4, 21, 26, 28 en 30]. Dertien keer beperkte ik mij tot "100 woorden" over gevoelens, waarnemingen en zwartgalligheid van Aldert. Ik vertaalde één tekst van Cristina Branco. Ik ontdekte nòg meer relikwieën die Christendom en Islam gemeen hebben. Ik las een artikel van onze NLse Ayaan Hirsi Ali, "A Somali-born Dutch MP", in het Engelse Prospect Magazine over haar visie op Islam.
naar index

Dagboek 64 loopt van 1 tot 30 September 2005 en begint in Eindhoven als ik daar ben voor mijn 76ste verjaardag met NLse vrienden. Op de terugweg strand ik twee dagen in Parijs wegens te zware regens in "onze" regio. Ik maak van die nood een deugd, en ontdek een van de mooiste parken van Île de France. Het Parc de Sceaux op slechts 10 minuten (RER)sporens van 'mijn' Montparnasse. Zeventien keer beperk ik mij tot 100 woorden, wat mij telkens het gevoel geeft een ansichtkaart stijf vol te pennen. Vrijwel steeds zijn het kleine --losstaande-- "observaties-van-de-dag", behalve aan het eind van de maand als ik vier ansichtkaarten achterelkaar schrijf over mijn SODOKU-verslaving.
naar index

Dagboek 65 loopt van 1 tot 31 Oktober 2005 en begint met een correctie op mijn eerdere ideeën over Intelligent Design. Twintig keer beperk ik mij tot "100 woorden", en één keer tot "géén stukje". Als een 'vertraagde trekvogel' loop ik rond in mijn Franse dorpje, wachtend op genezing van mijn spit-in-de-rug, mijn ziel bewakend tegen balen, teveel nostalgie, en eenzaamheidsgevoelens. Ik steek de draak met The Invisible Hand, met een smartlap van Mayte Martin, en met het Deense Model à la Villepin. Het buitengebeuren dringt tot mij door in de vorm van de ramp van New Orleans, een studie over sociale mobiliteit, en wetenschappelijke feiten over de potentie van fietsers. Eén keer schrijf ik vanuit Barcelona. De laatste vijf dagen vanuit La Gomera.
naar index

Dagboek 66 loopt van 1 tot 30 November 2005 en begint met Rosa Parks die in 1955 weigerde haar plaats af te staan aan een blanke, en vervolgt met Arteconomy, een stichting die zich o.a. vragen stelt over de social responsibility van de kunst. De relatie tussen Ratio en Religie kom opeens uit drie verrassende invalshoeken aan de orde. Tien keer beperkte ik mij tot 100 woorden. Enkele malen kom ik terug op de rotfoefjes van Sony op zijn handel te beschermen. In het laatste gedeelte van de maand schrijf ik in korte stukjes mijn In Memoriam over Carla: Twintig jaar lief en leed, en drie kinderen. Dat is een groot stuk van mijn leven, en van het hare.
naar index

Dagboek 67 loopt van 1 tot 31 December 2005 en begint met een mysterieuze correspondentie tussen Eric-Emmanuel Schmitt en Mozart, en, zelfs als we Sinterklaas terzijde laten, was het vaak mysterieus deze maand. Ik schreef over de mysterieuze rol van mijn dagelijkse stukje in mijn leven, en Jo meldde het verschijnen van een geloof in Iets, het Iets-isme, als vorm van mysterie-beleving. Driemaal schreef ik over het mysterie van de maan recht boven mijn hoofd, en driemaal over de NLse zorgverzekering. Dat laatste is geen mysterie, het is bot neo-kapitalisme. Het wachten is op de Onzichtbare Hand: Dàt wordt pas een mysterie. Dit dagboek eindigt met een kunst-fotograaf die kiekjes maakt van een grijs cruise-echtpaar. Héél mysterieus.
naar index

Dagboek 68 loopt van 1 tot 31 Januari 2006 en begint met een gloednieuw jaar waar nog niemand heeft aangezeten. Dertien keer doe ik het in 100 woorden. Twee keer Michelle Bachelet, twee keer het Zweedse Asperine-bedrog, en óók twee keer over de Onzichtbare Stilte en Duisternis die vroeger zo gewoon was.
Het glazen plafond voor vrouwen is in huis, constateerden feministen ontsteld. 'Is Kunst de Leugen die de Waarheid vertelt?', en 'Is vogelgriep een Virtual Reality Show?', zijn twee van de vragen die ik mij stelde. Ook de vraag of Ratio Spiritualiteit uitsluit stelde ik mij. Nee, is het antwoord. Zodoende blijft Het Mysterie bestaan. Terecht!
Dit soort diepere gedachten verdwijnen echter tegen het eind van de maand bij het vertrek naar Caracas en het driftig doorkruisen van Venezuela. Heel dagboekerig probeerde ik die prille reiszorgjes de notuleren: 'Wat je niet kunt bestrijden moet je beschrijven'.
naar index

Dagboek 69 loopt van 1 tot 28 februari 2006 en begint en eindigt in Mérida maar tussendoor ben ik een week terug in Caracas en nog drie dagen in Valencia. Ignacio gaat terug naar La Gomera. Ik ben alleen en moet mij heroriënteren. Het raadsel Chavez tekent zich af. Caracas wordt Caribisch base ball kampioen. De uitdrukkingen Nescafé-Republiek en Instant-Democratie vallen. De Mohammed-cartoons dringen tot mij door. Negen keer doe ik het in 100 woorden. En tot slot, als het Carnaval is, verbaas ik mij over het samen aantreffen van schoonheidkoninginnen en stierengevechten.
naar index

Dagboek 70 loopt van 1 tot 31 maart 2006 en begint in Mérida met "La Belle et la Bête", vertelt over een paar interessante bijeenkomsten van de 'zachte' revolutie van Chávez, en ik krijg gegevens in handen over de werkelijke gebeurtenissen van de mislukte staatsgreep in 2002. In korte 100-woordennotities vertel ik intussen van de mislukte pogingen, de tegenslagen, en het balen bij de zoektocht naar een beter klimaat. Ziekte, diarree, uitputting en andere ongein beginnen me aan te tasten als ik --te laat-- de benen neem naar Isla Margarita. Toeristische zit ik dan op de eerste rang --ook qua zuivere lucht-- maar voor mijn werkelijke bedoelingen is het derde-rangs. Ik treur over de veelbelovende sociale contacten die ik ruw moest achterlaten.
Intussen schrijf ik over de leuke dingen die ik wèl meemaak, de vermakelijke tegenstelling tussen het toeristische reizen van mijn reisgenoot, en mijn 'reflectieve methode'. En over en de virtual reality show waaraan we ongewild deelnemen. Aan het eind --als ik weer op krachten kom in de gezonde zeelucht-- geef ik weer aandacht aan het wereldgebeuren, zoals een feministische Engelse beschouwing over het verdwijnen van de 'sisterhood' en de maatschappelijke gevolgen daarvan, en eentje uit de VS die zich vrolijk maakt over de ontevreden Franse jongeren.
naar index

Dagboek 71 loopt van 1 tot 30 April 2006 en begint op Isla Margarita met een NYT-artikel van Corinne Maier --die ooit "Bonjour Paresse" schreef-- over het hoge frustratiegehalte van de Franse jongeren. Het eindigt in NL als ik, ternauwernood bekomen van de jet lag, na een tête à tête-dineetje met Ghislaine, de traag stromende rivieren van de Bommelerwaard vergelijk met het Amazone-gebied. Deze laatste maand in Venezuela kan ik wat stukken van de Chávez-puzzle aanéénvoegen omdat ik een recent boek lees van een jonge intelligente politicoloog, tegenstander van Chávez, die met een koelbloedige analyse aantoont dat de huidige kanker- en afkeurstrategie van de oppositie alléén leidt tot versterking van de positie van Chávez. Positief inhaken op diens succespunten, en het "beter" doen, is de enige kans. Héél revolutionair!! Contra-revolutionair dus.
naar index

Dagboek 72 loopt van 1 tot 31 Mei 2006 en begint in Eindhoven op de laatste dag van mijn blitz-bezoek aan NL. Het speelt grotendeels in Spanje, maar de laatste dagen ben ik in Frankrijk. Ik bespied de hemelse avonturen van Maan, Jupiter en Venus, en ga in op de harde werkelijkheid van privacy-bescherming hier op aarde. Het verschil tussen compassie en naastenliefde komt aan de orde, en ik doe mijn zegje over de eliminatie van Ayaan Hirsi Ali uit de NLse oprechtheids-cultuur. Ik constateer dat met het afhandelen van de Enron-case de VSse hybris-cultuur niet is verdwenen. Als ik al in Frankrijk ben, analyseer ik nog de macho-cultuur in de Spaanse Marine.
naar index

Dagboek 73 loopt van 1 tot 30 Juni 2006 en begint in Cessenon met een zwaar stuk over de onredelijke verwachting dat wij met de computer complexe levensprocessen tot enkele eenvoudige algoritmes kunnen reduceren. "The City is not a Tree", of misschien toch? Er zijn meer zware stukken deze maand o.a. over de controverses rond Ségolène Royal. Intussen wip ik even aan in Parijs, bezoek een feest in Eindhoven en ontdekte een tophit uit 1892 die nu nog zeer bekend is. Ik verbaas mij dat mijn 'monologue intérieur' nog steeds Spaans is. De maand eindigt in Cessenon met het opleiden van Imams in België en een VS-kijk op onze Euro-Islam.
naar index

Dagboek 74 loopt van 1 tot 31 Juli 2006 en begint in Cessenon met het Book of Life van Krishnamurti en blijft de hele maand op één plek. Dertien keer doe ik het in honderd woorden, en één keer sla ik over. Ik lees How we die van Nuland, en De Sprong van Anna Enquist. Ik notuleer met smaak een discussie over academische vrijheid in de VS, en een zeer intelligente /gevoelige discussie over multicultureel samenleven "beyond" het huidige denken over "minderheden" en hun "rechten". "Covering" heet dat thema. Ik sluit de maand af met "Spinoza" [meteen verguisd] en "Rousseau" [meteen op handen gedragen] als steunpalen van onze huidige tolerantie en democratie. [voorzolang deze waarden van De Verlichting nog zullen duren].
naar index

Dagboek 75 loopt van 1 tot 31 Augustus 2006 en begint met een onderzoeksvraag en -experiment: "Wat gebeurt er als ik mijn zelf-opgelegde schrijfdiscipline niet volg? Als ik mij beperk tot mijn-lust-van-het-moment?". Per saldo schreef ik elf keer, meestal zelfontdekkend, maar niet altijd. Het buitengebeuren trekt onweerstaanbaar de aandacht, en ik 'moet' dat schrijvend ordenen. De laatste dag word ik echter wakker met een droom die wellicht mijn wèrkelijke drijfveer onthult.
naar index

Dagboek 76 loopt van 1 tot 30 September 2006. Het begint met het afscheid van Venus als morgenster, en het verschijnen van Saturnus in die rol (1 17 20). Vier keer grijp ik de kans om vanuit verschillende bronnen de afwezige Franse innovatie te bespreken, en hun onmogelijkheid om menselijke werkplekken te creëren (3 4 5 9). Er is een terugblik op de geschiedenis van dit web-dagboek (7). Ik vrees dat wij de hulp van de Islam niet hoeven af te wachten voor het vernietigen van onze Europese cultuur (10 11). En natuurlijk Benedictus XVI /Ratzinger, de paus /professor (15 16 19). Mijn 77ste verjaardag is aanleiding voor een stukje van 77 woorden, evenals voor het schenken van een port uit '77 (21 23). Aan het einde zijn er rustige dagen in Cadzand --waar ik een gedicht van Rumi lees (24)-- en Kortrijk. De laatste dagen zijn weer in Cessenon als ik wacht op het bezoek van mijn zoon Peter. Ik doe het 6x in honderd, vier keer in vijftig, en, zoals gezegd, één keer in 77 woorden.
naar index

Dagboek 77 loopt van 1 tot 31 Oktober 2006 en is een echte reismaand. Het begint in Cessenon met mijn verwondering over de leeftijd van mijn zoon die bij mij logeert, en noteer dat het 'verrekte koud' is. Ik ben één dag in Parijs, ga via Barcelona naar La Gomera, waar Margarita en Ignacio mij verwelkomen, maar de laatste dagen ben ik toeristisch op Tenerife met Ghislaine. Vijftien keer doe ik het in honderd woorden, maar ik leg mij ook andere beperkingen op om mij tot 'de kern' te dwingen, want mijn verwondering over het wereldgebeuren is soms verpletterend. Ik moest wat aanvullen over Dolle Dinsdag in Venlo omdat Wikipedia daarover onvolledig is. Over de Master Class van Ratzinger schrijf ik zes keer een A4-tje.
naar index

Dagboek 78 loopt van 1 tot 30 November 2006 en begint op Tenerife waar ik met Ghislaine een paar dagen 'toeristische objecten' bezoek [1-4]. Net als ieder jaar rond deze tijd worden er 'vorderingen' gerapporteerd over de dodenherdenking van de rooie rakkers, nog steeds een taboe-onderwerp dertig jaar na de dood van Franco [5, 9]. Ik lees over de maatschappelijke en emotionele overbelasting van Het Huwelijk, en over een 'remedie' die het m.i. erger maakt [10, 11] Er is een Zéér Grote Wandeling die bovendien uit de hand loopt [19]. Ik ontdek het recente wereldrapport over de Gender Gap, en concludeer dat vrouwen nog steeds de huishouding doen, zij het op een hoger niveau [22, 24]. Ook constateer ik dat Hayek's Road to Serfdom niet alleen via de (socialistische) Planningsstaat loopt, maar óók via rechtlijnig 'liberalisme'[26, 27]. Dan is er een historica die de intieme geschiedenis van het Face-to-Face Killing beschrijft, en laat zien dat deze 'kunst' onze soort deed overleven en sterk maakte [28]. Maar er zijn ook thema's van kleinschaliger niveau.
naar index

Dagboek 79 loopt van 1 tot 31 December 2006 en begint met nostalgie over The Organzation Man van Whyte en de Yes Men die hij toen definiëerde. Maar [20] komen de Yes Men terug in een moderne vorm als een aktiegroep die de draak steekt met De Moderne Economie. Er zit veel theologie in deze maand, zelfs Economische Theologie [22]. Het andere thema is de Spaanse ontkenning van de eigen geschiedenis. Niet alleen van de Franco-periode, ook van die van de conquistadores. [4] Er zijn ook letterlijke street observations: Over mijn straatverlichting en de laatste sterren. [8][17]. Op [29} pieker ik over het privatiseren van De Kerk, en vraag mij af of ik een karikatuur van De Kerk of van De Economie schrijf.
naar index

Dagboek 80 loopt van 1 tot 31 januari 2007, en begint met een verslag van het gratis 'bubbeltjes'-met-vuurwerk van gemeentewege. Het is een heel gevariëerde maand die eindigt de dag vóór ik mijn bestemming bereik, Geraldton in West-Australië. Ik maak eerst nog wat omwegen, en beland zelfs nog even in een ziekenhuis. Er komen gedachten en feiten op tafel over De (groeiende) Kloof tussen arm en rijk, en de vergelijking met De Gouden Eeuw --de Spaanse en de NLse-- dringen zich op. De God van toen, die het uitroeien van 'lagere' mensen en 'heidenen' beval, is nu vervangen door die van De Onzichtbare Hand [3 en 14 jan] die er voor zorgt dat ongebreidelde hebberigheid toch 'goed' is voor de gemeenschap als geheel. Daarom mogen over De Kloof geen vragen worden gesteld. Ik zoek enkele malen troost bij de dichters: 'Gekomen om te gaan', van Jeroen, 'Weiter marschieren', van Dietrich, 'Nectar van de vriendschap', van Miek, en zoek met Cristina Branco 'het lied dat verborgen in mij opwelt'. Dingen die zich *niet* in woorden laten vangen.
naar index

Dagboek 81 loopt van 1 tot 28 Februari 2007, en begint met mijn eerste dag in Geraldton, waar ik 'au petit bonheur' een geschikte overnachtingsplaats vond. Het eindigt de dag vóór ik terug ben van mijn escapade naar Melbourne en Gellibrand. Zeven keer doe ik het in honderd woorden; één keer sla ik over. Mijn verblijf in Oz weerhoudt mij niet om aandacht te geven aan de welvarende tabaksindustrie en de nicotine-manipulatie in de VS, het rookverbod in Frankrijk, Frans commentaar op het Global Warming Report van de VN, en De Verlichting. Maar de rode draad blijft toch het verkennen van mijn nieuwe omgeving in Geraldton, en de avonturen en ontmoetingen in Melbourne en Gellibrand. Ik noteer ook een stukje 'kolonistenromantiek', zoals Tony het noemde, van meer dat vijftig jaar geleden.
naar index

Dagboek 82 loopt van 1 tot 31 Maart 2007 en begint op de eerste dag van mijn terugkomst in Geraldton en ik ben heel benieuwd waar ik nú weer terechtgekomen ben. Zes keer [1, 2, 3, 13, 30 en 31] schrijf ik over RSL-Village, mijn "tehuis voor ouden van dagen van de middelzware soort". Tien keer doe ik het in 100 woorden, maar ook óver 100 woorden en short-short-stories schrijf ik [5, 9, 15, 16 en 23]. Bush in Zuid-Amerika gaat drie keer over de hekel [10, 11 en 18] evenals de Franse presidentsverkiezingen [19, 21 en 25] Verder over de verschrikkelijk hoge temperaturen, Aboriginals, een update over slavernij en een RSL ervaring tot besluit.
naar index

Dagboek 83 loopt van 1 tot 30 April 2007 en begint in Geraldton met het naderend afscheid. Er is een gedicht van Jeroen dat rakelings langs 'Het Niets' scheert. Ik kijk terug op het samenwonen met leefstijdsgenoten: "Slow Motion Suicide", moet ik vaak constateren. Ik analyseer nog tussendoor de verpolitiekte "Supply Side Economy", de Ethanol-gekte, en het misbruik van het woord 'atheïsme'. Verder zijn het doorreisperikelen: Geraldton, Gingin, Perth, Dubai, Cadzand [met zijn El Dorado a Dos], Eindhoven, Voorburg, Leidschendam, Brussel, Béziers en tot slot Cessenon waar een week vakantie met de (klein)kinderen begint. Achttien keer doe ik het in honderd woorden. Geen wonder als je voortdurend "In Transit" bent.
naar index

Dagboek 84 loopt van 1 tot 31 Mei 2007 en begint in Cessenon sur Orb met half-opengemaakte koffers als ik daar nèt ben aangekomen voor een korte vakantie met de hele familie. Het eindigt in Barcelona de dag voor ik wéér aankom in Cessenon na een lange afscheidswandeling op La Gomera [26]. Daartussen bekvecht Sarko met Ségo twee uur lang voor de TV [3], wint uiteindelijk Sarko, en speculeer ik vijftig woorden of Sarko wel een politieke ziel heeft [25]. El País legt 'de waarden van Mei '68 op de snijtafel [29]. De Paus gaat naar Zuid-Amerika en laat merken dat hij niets weet van de gewelddadige moord-, roof-, en bekeringsexpedities tijdens de conquista. Noch de bisschoppen, noch de pers zijn gecharmeerd [20 en 24]. Nieuwe analyses van de Franse arbeidsmoraal staan haaks op de smalende opmerkingen waarmee Sarko de blitz maakte bij rechts, en verdere verdeeldheid zaaide bij links [8, 29 en 30].
naar index

Dagboek 85 loopt van 1 tot 30 Juni 2007 en begint met mijn eerste dag 'terug in Cessenon' en eindigt als ik nog in Eindhoven ben na een vakantieweek in Istanbul [23 e.v.]. Onderweg naar NL luister ik met Licia naar een conférence van Andrea Branzi [22]. Het is de dag van Fête de la Musique. Twee philo-leraren in een 'grappige' TV-show zetten mij op het spoor van Don Quixote als bron van onze democratie [12]. Wim Wenders vindt dat we Europa geen ziel hoeven te geven, zij heeft er al een [16]. Het dagboek eindigt onze oogst aan wetenswaardigs in Istanbul. Ik was onder de indruk van het opleidings- en selectie-systeem van het Ottomaanse Rijk. Zowel voor ambtenaren als voor concubines: Echte femmes savantes [24].
naar index

Dagboek 86 loopt van 1 tot 31 Juli 2007, en begint in Cadzand in Zeeuws Vlaanderen met napraten over Istanbul. Terug naar Cessenon raak ik in de purée want mijn reistas met computer, recente back-up en veel lieve reisdingetjes van vele jaren wordt in Lille gestolen. Diepe ellende! Maar, na een paar dagen, bij een maansikkel op een vroege ochtend, komt het 'Emergo'-gevoel. Ik vergelijk Sarko --althans de situatie-- met Hitler, en stel mij vragen over zijn afkeer van Mei '68. De Turkse Ingewikkeldheid komt nog eens aan de orde, en ik constateer een nieuwe wending in de atheïstendicussie. Bovendien ben ik nog een week met Ghislaine in Valencia en op bezoek in het paradijsje van Stijn.
naar index

Dagboek 87 loopt van 1 tot 31 Augustus 2007 en begint-en-eindigt in Cessenon. Geïnspireerd door Pascal Bruckner komen 'de waarden van 68' 3x aan de orde [1,21,26]; zo ook de beschrijving van onze 'Zeitgeist'als 'woest consumptiefeest' [2,8,29]. 'Sarko' steelt de show --dat is zijn beroepsopvatting-- met 3x3 [14,15,20,21,23,24,28,30,31]. Ik maak grote wandelingen met mijn logerende kleindochters. Ik bespreek 3x de franse arbeidsmoraal [15,17,21], waar niks-mis-mee-is, al vindt 'Sarko' van wel. De leukste gebeurtenissen deze maand vind ik het CV van een nul-jarige /nul-urige met 'stampvoeten en vuistslagen gedurende enkele maanden in een waterige omgeving' als 'levenservaring' [22], en 'Sarko' die zich aanbiedt als Human Resources Manager van de ontredderde Parti Socialiste [31].
naar index

Dagboek 88 loopt van 1 tot 30 September 2007, en begint met Franse verbazing over NLse toestanden [1]. De nieuwe bestuursstijl van Sarkozy begint zich af te tekenen. Hij heeft er geen probleem mee voorbeelden in NL te zoeken [5]. Veertien keer doe ik het in 100 woorden. Er is een discussie over een Pascal-citaat [3,6]. De financiële crisis wordt ronduit 'bankschandaal' genoemd, en de excessen van het capitalisme sauvage vragen om "domesticatie" middels een grondwet [8,9]. De beveiliging van mijn Spaanse bank stelt mij voor een heuse "Catch 22" [15]. De 9/11-herdenking onthult een Amerikaans oertrauma waaroverheen de American Myth als een macho-leugen is gedrapeerd [10]. Een andere macho-onthulling komt naar aanleiding van mijn vergelijking van Jason [uit Medea] met Onassis [16]. Op de terugweg naar het zonnige Zuiden haalt de regen mij in bij Rijssel, en loop ik de laatste kilometers naar Cessenon bij volle maan [25]. In Frankrijk zijn de kijkcijfers opeens in beweging, vermoedelijk door een collectieve verhoging van de adrenaline [26]. De maand eindigt met de gevolgen van onze 'innovatie' om het voedsel voor de armen te voeren aan dikke 4x4's [30]. Voorspelbaar! De behoeften van het rijke Westen gaan natuurlijk vóór.
naar index

Dagboek 89 loopt van 1 tot 31 oktober 2007, en begint met de ethanol-gekte in de VS en eindigt in San Sebastián het laatste van de vier stukjes over de Memoria Histórica [20,21,22,31], de 'topic' van het seizoen. Het slechte weer haalt mij in F in [2], en in Barcelona wéér [17]. Speedy Sarkozy [4,8] wordt door Ghislaine de Franse Poetin genoemd [5], maar in F heet hij al Czar Kozy [19,28]. Rushdie neemt het op voor Ayaan Hirsi Ali en Slate stelt haar op één lijn met Descartes en Spinoza, maar NL blijft steken in de spruitjeslucht [10]. De EADS-miljoenenaffaire met Lagardère in een hoofdrol komt even boven water. Misschien voor het laatst [4,5]. Het percentage 'working poor' neemt. Ik zie een relatie met 'wage slaves' itt chattel slaves [7]. In F kijk ik vooruit op de Canarische Eilanden en de illegale immigratie [6], en vandáár kijk ik terug op het micro fascisme bij Renault [27,28]. Een jonge schrijver en een mail van een vriend confronteren mij met verwarrende vragen die mijn optimisme aantasten. Nog een dag later zoek ik troost bij de dichters [29,30]. Acht keer doe ik het in 100 woorden, en één keer laat ik het afweten. Het guitaarconcert in die grote basiliek in Barcelona blijft mij het meeste bij [17].
naar index

Dagboek 90 loopt van 1 tot 30 November 2007, en begint met een gemiste voorouderverering wegens mijn verzwikte enkel. Daar baal ik van, maar het brengt mij tot het lezen van een Poirot [1 2 6 7]. Verder heeft deze maand een hoog Chávez-gehalte [14 15 19 20 30]. De koning zei 'Bek houden!' tegen hem, Chávez wil ongebreidelde macht. Vandaar dat ik Latijns Amerika nog even heb dóórgenomen. Op zoek naar Spanje in de Eeuw van De Verlichting doe ik verrassende ontdekkingen [8 9 10]. Ik vermoed moderne wage slavery in Dubaï en in De Wetenschap, stel vast dat onze welvaart op slavernij gebaseerd, en dat slavernij even onuitroeibaar is als kapitalisme [4 5 21]. Ik constateer dat een vernieuwingsgolf van de Arabische literatuur al tot NL is doorgedrongen [28], en dat er wéér enthousiastelingen klaarstaan om de Atlantische Oceaan over te roeien [29]. Twee keer 'géén stukje', en twaalf keer doe ik het in honderd woorden.
naar index

Dagboek 91 loopt van 1 tot 31 December 2007, en begint met een voorspelling over het referendum in Venezuela. Het wordt spannend [1 2 3 4]. Daarna heb ik genoeg van politiek, zoek het bij de filosofen, en tenslotte bij de dichters [5 6 7]. Ik maak een bliksemreis naar NL waar ik in het filosofencafé opvang dat we dogma's maken bij gebrek aan waarheden [8 9 10]. Teruggekomen geef ik mezelf huis- en bedarrest voor een opkomend 'griepje' dat mij tot het einde van de maand in bed zal houden [30]. Het schrijven van stukjes gaat moedig door, maar het wordt een dagtaak. De energie en inspiratie dreigt uitgeput te raken [24 25], maar er komt een keerpunt [26] in de zône tussen het ziek zijn en beter worden. Dat neemt niet weg dat de filosoof Ferry [5 16 20], Ayaan Hirsi Ali [14 18], Parmanedis [20 22], Ratzinger en de 'griekse waarden'[20 21 22], slavernij [23] en de dubbele Spaanse geschiedenis aan de orde komen [12]. Tot slot nog een nieuw soort feminisme [27], de Vlissing'se oorsprong van de vroeg-Amerikaanse godsdienstvrijheid [28], de Sarko-Carla soap [29], en de prachtige aforismen van Dávila [31].
naar index

Dagboek 92 loopt van 1 tot 31 jan 2008 en begint op La Gomera en eindigt in Chili. Natuurlijk begint het ook met mijn nieuwjaarsvoornemens. Acht keer doe ik het in 100 woorden, en één keer laat ik het afweten. Drie keer refereer ik aan mijn herstel uit de griep [ 6 17 21]. De verkiezingen in de VS komen vier keer onder het mes [8 9 16 24]. Ook is er puur reis- en aankomverslag [24 25 26 27], en zelfs over de buitengewone calima op La Gomera moet ik wat zeggen [22 23]. Het kon niet missen dat Sarkozy acht keer aan de beurt komt: Lacherig, serieus en zelfs bedreigend in zoverre hij op Napoleon III begint te lijken die pas was wèg te branden toen hij de oorlog van 1870 verloor --op 'de heuvelen van Sedan' [7 11 12 14 15 18 19 20]. Tussendoor lees ik Slauerhoff [5], bekijk ik met mijn dochter de ideaal-types van mijn kleindochters in de vorm van DVD's over Power Girls als Bridget Jones en Elle Woods [2], en droom van een neger die mij bezoekt en mij 'mijn' herinneringen vertelt [13]. In Iquique aangekomen fascineert mij weer dat de zon vertikaal staat [30] en geven enkele aardschokjes aanleiding om over het plaatselijke rampenplan voor een tsunami te schrijven [31].
naar index

Dagboek 93 loopt van 1 tot 29 februari 2008 en begint met een in memoriam van Johannes Eekels. Negen keer doe ik het in 100 woorden en één keer sla ik over. Deze schrikkelmaand komt Sarkozy maar vier keer onder het mes [3 4 11 13], en de nieuwe storytelling wordt geïntroduceerd [2 3 9]. Islam-angst, grondslagen van religies en andere filosofieën vind je op [8 13 14 17 18], en zéér diepe analyses van wereldrecessie op [24 26 27].
Maar gelukkig waren er dichters [15 16 19], en was er de terugkeer van melkchocolade [25], en óók de zéér lokale gebeurtenissen, zoals de aardbeving, tsunami-gevaar, klimaat, stappen met Gabriela, Jeannette en Lorenzo, maansverduistering en de lokale Onzichtbare Hand [5 6 9 10 21 22 23 28 29].
Het was me het maandje wel, dit schrikkelmaandje.
naar index

Dagboek 94 loopt van 1 tot 31 maart 2008 en begint met de vraag: 'Wat weten we eigenlijk van China?', en eindigt met twee beschouwingen over 'de moraal van het kapitaal'. Ik doe het 10 keer in 100 woorden, en een keer 'geen stukje'. Pasen, wat hier Semana Santa heet, domineert samen met mijn beklimming van de 'paasberg' en mijn voorbereiding daarvoor. Slechts twee keer heb ik het over de loopgravenoorlog tussen Barack en Hillary [6 21], en de verrassende speech van Barack over 'kleur en religie'. Van de lokale nieuwtjes komen aan de orde het schoolmeubilairschandaal [14], het lawaaischandaal [12], het schoolvakantieprobleem [19] en nog zo e.e.a. [13 28]. Drie keer zoek ik het bij de dichters, met o.a. vertalingen van 'muurgedichten' [4 10 17]; tenminste als ik Salvatore Adamo [27] niet meetel. Nationaal nieuws zijn de relaties met Bolivia [25] en de veranderende relatie tussen burgers en militairen [26]. En niet te vergeten Wereldvrouwendag [11] waar ik het Bachelet-effect uit de doeken doe.
naar index

Dagboek 95 loopt van 1 tot 30 april 2008 en begint met het vermoeden dat de Chileense wijnboeren verwikkeld zijn in een meervoudige propagandastunt [1]. Het eindigt in België als ik 'op doorreis' ben naar Spanje. Deze afscheidsmaand wordt gekenmerkt door de toeristische tochten die ik in de Atacama-woestijn maakt naar geoglifos en gedenktekens van de Nationale Geschiedenis, zoals een vernietigingsplaats van zigeuners, homo's en communisten waar ook jonge mannen sneuvelden in een ordinaire veroveringsoorlog [6 7 8 20 21]. Van het lokale leed houd ik niet alleen aantekening van 'geweld tegen vrouwen' dat al in de [vóór]verlovingstijd heel 'normaal' wordt gevonden [2], maar óók van moderne --dus vernielzuchtige-- voetbalfans [12 15]. Ik noteer het pleidooi van Ratzinger in New York, en de verrassende mogelijkheid om De Kerk te privatiseren en een nieuwe Raad Van Bestuur te kiezen voor het geval dat ... [23]. De 'plotseling' en 'onverwacht' opduikende wereldvoedselcrisis krijgt aandacht in het kader van 'ergere dreigingen voor onze beschaving' dan die ene ... [11 13 18]. Het door 'De Islam' bedreigde NL (Europa) krijgt óók zijn beurt via een analyse van de Beneluxcorrespondent van Le Monde en gestimuleerd door een 'nadenkende' lezeres [14 22]. Het èchte reiswerk komt van de handgeschreven aantekeningen onderweg [24 25]. De verwarring tussen werkelijkheid en droom, als gevolg jet lag, en het loslaten van mijn ochtendroutines leiden tot de erkenning dat ik een verslaafde ben. Gevoelig beschreven [29]. Toen was de maand voorbij.
naar index

Dagboek 96 loopt van 1 tot 31 Mei 2008 en begint in Cadzand [NL] als ik terug ben uit Iquique [Chili], en eindigt in Cessenon sur Orb. Ik passeer Vlissingen, Utrecht, Eindhoven, Brussel en Madrid [1 2 3 4 5 6] en blijf vervolgens 19 dagen in San Sebastián de La Gomera, waarvan ik meer dan een week met griep in bed lig. Ik ben totaal 'incomunicado' [14] en "Eenzaam bekijk ik de gedachten die ik niet kan bestrijden" [10]. Dan via Tenerife en Barcelona [26 27 28] kom ik naar hier, en begin meteen 14.459 stappen te wandelen [30]. 18x doe ik het in 100 woorden. 3x komt Mei '68 aan de beurt [1 8 19]. In één stukje wordt beweerd dat de Sharia superieur is aan de westerse democratie wegens de onmiddellijke supervisie van Allah over tyrannen [7]. In drie stukjes komen de technieken van de tyrannen in de westerse democratie aan de orde: Professionele 'storytelling' [8 9], 'betaalde difamatie' [18] en de moderne Hofnar [24 25].
naar index

Dagboek 97 loopt van 1 tot 30 juni 2008 en begint en eindigt in Cessenon sur Orb; onderbroken door een escapade naar Barcelona [7 8 9]. Ik ontdek enkele interessante gevolgen van de stijgende energieprijzen [1]. Vervolgens constateer ik dat ontwikkelingslanden ontwikkeld zijn. Wat nu?? Wat nu!! [2 3]. In Spanje wordt een whistle blower die het lokale waterprobleem eens ècht onder de loupe neemt met de dood bedreigd [4]. Zes keer doe ik het in 100 woorden. Drie keer 'géén stukje', en vier keer gaat de God van de Onzichtbare Hand over tong [11 21 23 29]. Ons 'Woest Consumptiefeest' krijgt aanvullende gegevens [23 27]. Ik vertaal een paar regels van Garcia Lorca [14], noteer enkele bons mots over optimisme [17], en constateer dat de wapenhandelaren in de VS reden hebben voor optimisme nu wapens op de campus [29] grondwettelijk toegestaan moeten worden. Optimistisch is ook mijn eerste verslag van mijn 1000 kilometerwandelplan [30]
naar index

Dagboek 98 loopt van 1 tot 31 juli 2008, en begint met nieuwe neurobiologische onderzoekingen die de discussie over het bestaan van een god aanzwengelen, waarna ik mij de derde dag 'hamvraag' waarom het mij 'eigenlijk' interesseert [1 2 3]. Het eindigt met een verslag van mijn vorderingen op mijn "1000km plan" met 60% bereikt in 50% van de gestelde tijd [31]. Daartussenin doe ik het acht keer in 100 woorden en drie keer is er 'géén stukje'. Drie keer besteed ik aandacht aan Chinese eigenaardigheden van Zuid-Afrika [5 6 7] en eveneens drie keer aan de effecten van superrijkdom in 'onze' maatschappij, en het ontstaan van Philocapitalism, een soort 'machtsfilantropie' [10 11 30]. Één keer bekijk ik hoe het uitwerkt in het Midden-Oosten [15]. Slechts twee keer analyseer ik The Medium Is The Message in verband met het Internet [22 25]. Het falende Franse Nationale Geheugen wordt door buitenlanders tot de orde geroepen [16], de media-vriendjes van Sarkozy zet ik op een rijtje [8], en de moderne Franse Ondergrondse Pers krijgt zijn beurt [13]. De factor 'Nostalgie' kreeg plaats bij de oude chansons [24], bij Günter Wallraff [9], en bij oude topboeken [28 29] die het onderwerp zijn van de zomerserie Rétrolecture van Le Monde. De Duitse berichten over koopzieke mannen [26] en over de Franse SMIC --het minimumloon-- [27] zullen over veertig jaar 'nostalgie' zijn.
naar index

Dagboek 99 loopt van 1 tot 31 augustus 2008 en begint met overtolligheden op ons 'spontane zorgenlijstje', en met een crisis in mijn lees- en schrijfdisciplines waardoor ik acht keer 'geen stukje' of een 'non-stukje' schrijf [2 3 4 5 6 7 8 9 25]. Ik droom over mijn opgejaagde leven [5] en dat brengt mijn To Do-transformatie op gang [26 27 28]. Het militair-poetische complex is net zoiets als het militair-religieuze en -industriële complex, of erger [6 19], maar het wereldtheater wordt mij thuisgebracht [8] ondanks de hittegolf waarvoor Ghislaine naar NL vluchtte. Ze liet een boek van Cees Nooteboom achter die schreef "weg is weg", foetsie [8 17]. Met de Orion op zijn oude vertrouwde plek aan de ochtendhemel komt ook de rust weer terug, en is de zomer bijna voorbij [10]. Of de maatschappij intimiseert, ont-intimiseert of hyper-intimiseert vereist 'betere borreltafelgesprekken' waarvoor ik wat tegenstrijdig materiaal aandraag [14 16 24] want het blijft de vraag waar Plaxo 'eigenlijk' dient, waarvoor er een ingewikkelde Europese kus-etiquette is, en waarom je-en-jij zeggen afneemt. Er zijn twee boeken van een jonge bolleboos die --als oneigenlijk resultaat-- het godsbestaan weer ter discussie stellen [15]. De 'welvaart' stijgt, maar 'Waar blijft die voor jan-en-alleman?', vragen kopstukken zich af [ 20 21 29]. Ik lees een bestseller van Obama, maar verder heb ik het daar niet over [30], en natuurlijk wijs ik even op mijn vorderingen op de "1000 km" [31]. dat loopt van 1 tot [voorlopig] 21 augustus 2008 en begint met overtolligheden op ons 'spontane zorgenlijstje' en een crisis in mijn lees- en schrijfdisciplines. Enzovoorts
naar index

Dagboek 100 loopt van 1 tot 30 september 2008, en begint met de Franse Socialistische Partij in een crisis, en de Machiavelli-benadering daarvan door Sarkozy c.s. Machiavelli kijkt ook om de hoek bij de VS-presidentsverkiezingen [2 10]. Verder is het een gedenkmaand. Ik 'gedenk' in drie stukjes het hoezo-en-waarom van Mijn Dagboek omdat dit het 100ste is. Ik gedenk dat ik deze zomer de voorgenomen 1000km wandelen heb volgemaakt [11 13], en dat ik deze maand aan mijn 80ste levensjaar begin [21 22]. In mijn strijd met To-Do lijstjes komen de tijdgoden Chronos en Kairos aan de orde, evenals de dichter Jan Hanlo [15 17 18]. Met 'economic red shift', een verschijnsel uit de astronomie, wordt duidelijk gemaakt waarom snel stijgende inkomens niet minder, maar méér stress opwekken [3]. Het gebed van Michelangelo, tevens lijfspreuk van Sarkozy, smeekt om de gunst 'always desire more than I can accomplish', hoort daar ook bij [12]. Gelukkig had ik ook een diepgaande discussie over de relatie tussen economie en kunst [19]. Verder was er de gebruikelijke 'actualiteit' met o.a. het verschijnen van Sirius [6], en het homo-huwelijk in Frankrijk [7]. Per saldo sla ik één keer over [21], doe ik het 10x in 100 woorden, en raadpleeg ik vier keer de dichters [15 17 18 28].
naar index

Dagboek 101 loopt van 1 tot 31 Oktober 2008 en begint met mijn laatste dag in Cessenon. Een keer sla ik over, en elf keer doe ik het in '100 woorden'. Er wordt veel gereisd want er komt een onverwachte afscheidsreis naar NL waarvan ik in acht keer '100 woorden' verslag doe [24-31]. Ik maak nostalgische foto's van mijn geboortestad Venlo, afscheidsfoto's van mijn broer, en zonnige wandelfoto's in Utrecht. [zie verwijzingen bij 28] In San Sebastián zijn het de lustrumfeesten [4 7 10] met verwijzingen naar de feestfoto's. Het boek over Obama dat ik lees komt aan de orde [1 5], ik ontmoet dichters [6 8 23], en de financieële crisis inspireert mij drie keer [14 16 21. Ik maak de geboorte van een sprookje mee [16], en zie dat er in twee heel verschillende landen gewerkt wordt aan het ontmaskeren van nationale stereotypes [11 15]. Ik ontdek de nieuwe woorden: femafication en kakistocracy [14 17]. Het dagboek eindigt als ik uitgeput thuis ben van mijn 'flitsreis naar NL'.
naar index

Dagboek 102 loopt van 1 tot 30 November 2008 en begint met een analyse van de laatste [autobiografische] TV-spot van Obama en de 'fictionalisatie' van het politieke leven in de VS. De relatie tussen illusie [fictie] en werkelijkheid is zo ongeveer 'het' thema van de maand, want het komt in allerlei vormen terug. Ook de relatie van [passieve] illusie en [actieve] fantasie komt ter sprake [27] en het verband met creativiteit [30]. Zes keer doe ik het in 100 woorden; niet één keer laat ik het afweten. Drie dagen ben ik met Ghislaine op El Teide, de hoogste berg van Spanje. De foto's daarvan staan bij de links aan het einde van mijn hoofdpagina. Deze maand zien we de Spaanse rechter Garzón de Memoria Histórica te lijf gaan, maar vóór het einde van de maand wordt hij al teruggefloten [4 24]. Ik lees The Black Swan over het extreem onwaarschijnlijke [2 7 12 22], maar wat ons toch vaak een loer draait. Eigen schuld! Ik lees Attila The Hun [21 28] waar we een beetje 'werkelijkheid' zien achter de mythen over deze barbaar. Twee keer schrijf ik over de bedrijfseconomie van 'spammers' [13 15] en één keer laat ik mij door de vertaalwedstrijd van Van Dale inpireren. Zo weet ik wat een Ganzkörperbadeanzug is [5].
naar index

Dagboek 103 loopt van 1 tot 31 december 2008 en begint met het zoeken van de schuldige van de crisis[1], zèlfs met behulp van oude spreekwoorden[2]. Heeft de celebrity-cultuur meritocratie vervangen? [3] 0f zelfs het gezonde verstand? [11]. Acht keer doe ik het in honderd woorden en vier keer sla ik over. Ik memoreer het overlijden van mijn broer [20 21]. Ik verdiep mij in de vertaling van een Venloos spreekwoord [15 19] en ontdek de besmettelijkheid van geluksgevoelens. Dan zijn er de Hollandse roots van het Amerikaanse vrijheidsideaal [9 10]. [Als het aan de Engelsen had gelegen ... ;-( ... ]. Anti-rookcampagnes worden zonder morren door sigarettenfabrikanten gefinancierd omdat het -- ay! ay! ay! -- de verslaafde nòg verslaafder maakt [22]. De kortste dag van het jaar [23] vergelijk ik de laagste zonnestanden van NL en La Gomera. Als jaarafsluiting is het lachen geblazen om Madoff als Robin Hood [29], verwonderen over kerkarchieven als bron van klimaatonderzoek [30], en piekeren over de gewetensvraag of niet-gelovigen in de hemel kunnen komen. [31]
naar index

Dagboek 104 loopt van 1 tot 31 januari 2009, en begint met een verslag van onze oudejaarsavond, en met mijn nieuwjaarsvoornemens [1]. Acht keer doe ik het in '100 woorden', en één keer sla ik over. 'Literatuur' komt aan de beurt als ik wandelproza ontdek [2], en met twee Zuid-Afrikaanse gedichten als warming-up [11 12]. Ik ontdek een frisse aanpak van het wereldarmoedeprobleem [13 14 15]. Terloops [7] bespreek ik de 'spin' en de 'storytelling' in de zwanenzang van Bush. Dan valt definitief het Zuid-Afrika Besluit, na twijfel-tot-het-laatste-moment [17], en meteen beschrijf ik de problemen rond mijn nieuwe laptops [18 23]. Ik verbaas mij nog even over de stakende Spaanse rechters [19], en vind dat de methode van Stephen Covey 'vals' is, en berust op 'storytelling' [20]. Na een exposé over de bootverbindingen van La Gomera [22] en een compliment aan een NLs artikel in VN dat 'roddelen over de burger' op de snijtafel legt [21], begint de Afrika-reis met 24 uur vertraging [24] en eindigt met mijn zoekgeraakte koffer [26] in Kaapstad. Snel raak ik ingeburgerd met Afrika-reizigersverhalen [27], en zoek aansluiting bij het Yzerfontein zoals ik dat in 2000 leerde kennen [28 29]. Dan kom ik toe aan de lokale pers [30 31].
naar index

Dagboek 105 loopt van 1 tot 28 februari 2009 en begint met een inleiding op het koningsdrama dat zich in ZA gaat ontvouwen. Ik beschrijf de rollen [1 2] en de wederwaardigheden van de eerste protagonist, Jacob Zuma [4 6]. Er is ook een niet-pretendent in een hoofdrol, want hij is de huidige tussenpaus-president Montlanthe. Je kunt hem dus de verteller van inside stories noemen [11]. Heel leerzaam! Evenals de ontmaskering van De Schurk, Carl Niehaus. Niet wegens De Schurk zelf, maar om de inzichten die het verschafte in de gebeurtenissen rondom [16 17 18]. De oude koning wordt er nog bij gehaald en misbruikt door de protagonist [23]. Tegen het einde tekenen zich twee hofnarren af [ 24 25]. Wat het koningsdrama betreft eindigt deze maand met een opkomende heksenjacht of misschien wel paranoia in het kamp van de eerste protagonist [28].
Maar de wereld bestaat niet alleen uit koningsdrama's. Elf keer schrijf ik er *niet* over, en zeven keer doe ik het in 100 woorden. Een daarvan is de beschrijving van mijn reis van 1000 km naar het Noorden. Die was onbeschrijfelijk mooi [27].
Midden in de maand overleed Aldert [19]. Hij was degene die al jarenlang als eerste reageerde op dit maanddagboek.
Hierom, en om veel andere redenen, zal ik hem missen.
naar index

Dagboek 106 loopt van 1 tot 31 Maart 2009 en begint in Upington met de onafgehandelde aanklachten tegen Jacob Zuma, de presidentskandidaat, en eindigt in Kuruman, het einddoel van mijn reis, vanwaar ik Het Koningsdrama met grote aandacht blijf volgen. De Hofnarren zijn deze maand minder aktief waardoor ik hun rol een beetje overneem. Maar verder blijf ik de 'explicateur', en in die zin schaar ik mij in de 'Rei van Journalisten' en die van De Pers. Het koningsdrama is zo ingewikkeld dat ik mij maar drie keer in 100 woorden kan uitdrukken [4 7 21]. Dertien keer schrijf ik er niet over en wend mij tot reële gebeurtenissen zoals het jeugdgedicht van de vader van een nieuwverworven kennis [22], een loflied op de Kameeldoringboom en de Kalahari [24], en de wonderwerken van de missiestatie [9 13 18 20]. Ook wend ik mij een keer naar De Literatuur [10] en naar de Groot-Afrikaanse Cultuur [2]. Mijn toon wordt geleidelijk pessimistischer, maar er is tenminste een stukje met hoopvolle opflakkeringen [17]. Het Koningsdrama, met zijn zeer gevariëerde zij-taferelen, blijft domineren. Dat duurt wellicht nog even, want de formele ontknoping komt pas 22 April.
naar index

Dagboek 107 loopt van 1 tot 30 April 2009, en begint in Kuruman met het controversiële strijdlied van Jacob Zuma, de presidentskandidaat, en dat van de blanke Afrikaanders [1 2]. Ik lees onderwijl een biografie van de medogenloze Shaka Zulu, de laatste grote Zulu-koning. Ik vergelijk hem met Atilla the Hun, Zuma ziet hem als zijn voorbeeld en inspiratie [4 7 10 11 14 22]. Nadat ik de verkiezingen als het sluitstuk van een Zulu-kolonisatie heb geduid, speculeer ik op de volgende kolonist. China staat daarvoor in de startblokken [4 14 22]. De moord op Vrouwe Justitia is onderwerp van cartoons [12 14]. De 'ware Afrikaanders' worden gepaaid door Zuma, maar dat schiet in het verkeerde keelgat, want er zijn meer 'ware Afrikaanders' die niet-Zoeloe en niet-zwart zijn [5 15]. Het begrip Apartheid komt nog steeds op tafel als zondebok voor het falen van vijftien jaar ANC-regering [4 14 15 19 21]. Tussendoor zijn er enkele stukjes die niet over de ZA-se politiek gaan, zoals over een bloemlezing die in de maak is, mijn verzwikte enkel en andere huishoudelijkheden. {3 6 9 13 17 18 23 24]. Terug in Spanje verwelkomt Babelia mij o.a. met wat de Spanjaarden nog steeds niet [willen] weten van 1914-'18 [26]. De maand eindigt op La Gomera, maar helemaal 'thuis' ben ik nog niet [25 29 30].
naar index

Dagboek 108 loopt van 1 tot 31 Mei 2009 en begint in San Sebastián de La Gomera met nadenken over de relatie van onze one man, one vote-democratie met TV-shows in Italië. Daar blijken 'perfecte populisten' een hogere vorm van politieke intelligentie te bezitten waardoor ze de vloer aanvegen met feiten en waarden [1 14]. Een mooi snoetje voldoende. Het hoort bij het thema van 'fixeren' van een ideologie waardoor nadenken overbodig wordt. Zo kon het dat Thatcher en Thatcherism heel andere zaken zijn geworden [8 9]. Deze maand heb ik het druk met mij 'orienteren' op mijn nieuwe omgeving, want het is een drukke 'verhuismaand'. Ik gebruik er zelfs maan, sterren en een oud kookboekje voor [1 10 15 16 21 22 26]. Van de opkomende sociale wereld-trends krijgt kussen de aandacht [30], en in de religie het verschijnsel dat er religieus gesproken 'niet-aangeslotenen' zijn die het debat tussen filosofen en dogmatici voor gezien houden en 'eigenlijk' gewoon ergens bij willen horen [17]. De maand eindigt in Cadzand als ik midden tussen kinderen en kleinkinderen mijn pater familias-gevoel cultiveer, en mijn grijze cellen stormachtig worden 'ge-updated' door vier ontstuimig groeiende tienerkleindochters tegelijkertijd [31].
naar index

Dagboek 109 loopt van 1 tot 30 Juni 2009 en begint met een eigenaardige non-tentoonstelling in België. Zes keer doe ik 'het' in 100 woorden, en twee keer sla ik over. Drie keer komt Sarkozy in het zoeklicht [4 26 29]. Eveneens drie keer Jonathan Haidt die een zoektocht onderneemt naar de niet-religieuze grondslagen van de moraal van Amerikaanse kiezers [2 22 24]. Een keer maak ik een politieke vergelijking tussen de hidjab en een Volendams costuum [28]. Michael Jackson vergelijk ik met Silvio Berlusconi en dat stelt mij gerust. Minder gerust ben ik over de grootschalige en systematische publieksmisleiding over voedings- en genotmiddelen [16 17 19]. De maand eindigt in Cessenon sur Orb met het eerste tussenverslag van mijn pogingen om mijn wandelconditie terug te krijgen.
naar index

Dagboek 110 loopt van 1 tot 31 Juli 2009 en begint met de morele waarden van politieke partijen, een thema dat de vorige maand begon naar aanleiding van het onderzoek van Haidt [1 3]. De èchte roots van de VS komen boven water in onderzoek naar de werkelijke geschiedenis waardoor populaire mythes worden ondergraven [8 9]. De Economie, de Onzichtbare Hand en 'de crisis' krijgen vier keer een beurt [5 7 24 28]. Mijn vorderingen op het '1000km-plan' worden besproken [19 27]. Het regionale voorlichtingsblad Vivre wijst op de aantrekkingskracht van het nieuwste 'toeristische product': 'openluchtdorpen', Villages de plein air. Het grootste evenement van deze maand is natuurlijk de Tour de France die dit jaar in de VS zoveel publiciteit kreeg dat de officiële derde, Lance Amstrong, de 'eigenlijke' winnaar werd genoemd. Slecht twee keer maak ik melding van Maan, Mars, Venus of andere hemelverschijnselen terwijl ik toch alle onbewolkte dagen van dat schouwspel geniet [2 10]. Negen keer doe ik het in 100 woorden en vier keer laat ik het afweten.
naar index

Dagboek 111 loopt van 1 tot 31 Augustus 2009 en begint met een nieuwe 'sociale indicator' aan het politieke-voorspellersfirmament die uit het Google-zoekgedrag voortkomt. Waarvoor die dient is nog niet duidelijk, maar de 'volksmenners' hebben al een toepassing gevonden: Het kan een 'populist cover' geven aan je politieke-doelen-van-het-moment. Twee keer sla ik over. Zes keer doe ik het in "100 woorden". Vijf keer is geef ik het weekverslag van mijn 1000-km plan [2 10 17 23 31]. De maand begint en eindigt in Cessenon, maar twee keer ben ik enkele dagen 'afwezig'. Eerst voor een flitsbezoek aan NL met de TGV. Ik lees dan een boek van Kader Abdolah waarin hij door Zuid-Afrika reist [3 4 5]. De andere 'afwezigheid' betreft een uitstapje met Ghislaine naar het Zuidwesten van Frankrijk. In Beaumont de Lomagne bezoeken we het museum over Pierre Fermat, zoon van de stadje, en grondlegger van de moderne wiskunde van het Westen. In Castres ontdekken we een Goya-museum dat daar slechts is omdat een groot Goya-verzamelaar daar ooit woonde [24 25 26 27 28]. Twee keer moet ik 'terug naar de dichters' en mijmer over de veerman als metafoor in onze cultuur. Hij blijkt te passen in zeer verschillende momenten van ons leven en onze cultuuur [8 9]. Ik lees van de filosoof Luc Ferry een analyse van de huidige crisis. Hij zoekt het ver, en gaat terug tot vóór De Verlichting, en de bohémiens van de 19e eeuw. Hij probeert niet minder dan de kenmerken van 'De Nieuwe Beschaving' te duiden [18 19 22]. Dichter bij huis is het onderzoek naar het 'waarom' van het abominabele Engels van de Franse intelligentia [29], en het artikel over de moeder van Barack Obama dat zijn autobiografische Dreams from My Father mooi complementeert [13].
naar index

Dagboek 112 loopt van 1 tot 30 september 2009 en begint met een conflict tussen Amazon, Yahoo! en Google dat door De Onzichtbare Hand al of niet in goede banen wordt geleid. Twee keer reis in naar NL en regelmatig meld ik dat ik moeite heb met thuiskomen. Daarom kijk ik vaak naar de sterren. Dat zijn per slot mijn enige 'vaste punten op aarde'. Vijf keer doe ik het in 100 woorden. Een keer zelfs in 50. Vier keer sla ik over. Het hoogtepunt van de maand is mijn tachtigste verjaaardag. Ook weet ik te melden dat ik de voorgenomen 1000 km niet heb gehaald, maar dat het door omstandigheden komt. Het zij zo. Het volgend jaar opnieuw proberen. Geniet maar van de verdere wederwaardigheden van deze rommelige maand. Er zijn best wel leuke dingen gebeurd behalve het feest.
naar index

Dagboek 113 loopt van 1 tot 31 Oktober 2009 en begint met een wandelende reklamezuil en eindigt met kriminele methoden van 'business forever' [30 31]. Toch krijg ik daarbij begrip voor een treurig glimlachende bankbediende in Cessenon [30]. Mijn klimaatverandering valt moeilijk. Deze gebeurtenissen spelen zich af in Cessenon, Barcelona en San Sebastián. Vijf keer sla ik over. Kennelijk is het een zware periode. Drie keer Global Warmng [2 3 11]. De ontwikkeling van de vrouwenemancipatie wordt twee keer bekeken [10 28]. De homofilie van een Franse minister behandel ik ook twee keer [14 16]. Michelle Obama doet aan Nederlands touwtjespringen [29]. Het Franse schoolabsenteïsme haalt het twee ker [6 16], en uit mijn kado-gekregen Liber Amicorum citeer ik een haiku en een gedicht [7].
naar index


Dagboek 114 loopt van 1 tot 30 November 2009 en begint met het begrijpelijk maken van Berlusconi met behulp van de theorie van een Nederlander. Ik sla een keer over, vijf keer doe ik het in 100 woorden, en over Sintermèrte schrijf ik een mini-non-stukje. De maand begint en eindigt weliswaar op La Gomera, maar ik maak een bliksemreis naar Barcelona en Tarragona om twee kennissen-van-vroeger te ontmoeten. Er zijn wat Euro-beschouwingen naar aanleiding van "De Val Van De Muur" twintig jaar geleden [6 9 10 12]. Ik citeer uit het LIBER AMICORUM en maak melding van de vorderingen [8 25]. Het thema van fictie vs werkelijkheid mocht niet ontbreken [17 18 19 20] en verschijnt in verschillende situaties. De meest verrassende is wel de relatie tussen de huidige financiële crisis en de duivelse kunsten van Faust. WOII komt aan de orde, vooral de laatste maanden [24 26 28]. De maand eindigt met een toekomstvisie in de stijl van een Sinterklaasgedicht [30].
naar index

Dagboek 115 loopt van 1 tot 31 december en begint met een hersenkraker over het belang van Baruch Spinoza op de Amerikaanse vrijheidscultuur. Acht keer doe ik het in 100 woorden, en vier keer laat ik het afweten. Dat er twee volle manen in één maand kunnen zijn komt twee keer aan de orde [4 11] evenals het Zwitserse Minarettenbesluit [15 17]. Ik constateer dat Europa 'nogal' autoritair is en 'niet zo' democratisch [15]. Ik ga op zoek naar Islamitische immigratie in Zuid Amerika [16], en ontdek dat dyslexie fataal in voor jonge kassiers [18]. Ik maak twee Kerstconcerten mee op een avond [21] en tot mijn verrassing vind ik een verband tussen kwaliteitskranten en de hoge prijzen van Moderne Kunst [20 23]. Tot slot rapporteer ik over de uitgestelde stadsloop waaraan ik deelneem, en bespreek de invloed daarvan op de sociale cohesie van La Gomera.
naar index

Dagboek 116 loopt van 1 tot 31 Januari 2010 en begint met een nieuwjaarswens in de vorm van een poesiealbumrijmeltje. Januari is altijd een drukke maand. De Kerst- en Nieuwjaarsbezoekdrukte gaat naadloos over in vertrekdrukte, en dat laatste ging dit jaar over in het groot-familiegebeuren in Iquique met kamperen op het strand [24 25 26]. De laatste dag vind ik het groot-familiegebeuren welletjes, en bereid mij voor op dóórreizen [31]. Vijf keer sla ik over, vijftien keer doe ik het in honderd woorden. Intussen vertrekken Martine en Ghislaine naar NL en beschrijf ik het koude weer en NL en de stralende maan boven El Teide. Dan word ik zelf verkouden. [5 6 7 8]. Toch is er tijd voor idealistische notities van Peter Sloterdijk en Ségolène Royal die vinden dat belasting vrijwillig moet worden betaald [14] of van Paul Krugman die de Amerikanen voorrekent dat "social justice and progress can go hand in hand" [12]. Ook heb ik tijd voor het meest nutteloze nieuwe product van 2009, een draagbaar urinoir in de vorm van een golfstok, maar gelukkig ook deugdelijk advies in de vorm van "Five ways to crap-proof your brain" [16 17].
naar index

Dagboek 117 loopt van 1 tot 28 februari 2010 en begint in Iquique met gedetailleerde voorbereidingen voor mijn busreis over de Andes, en eindigt in Yerba Buena, in de groene maar natte heuvels ten Westen van Tucumán. Daartussenin woon ik een week ik de benauwde binnenstad. Drie keer doe ik 'het' in honderd woorden, en één keer sla ik over. Het grote evenement is de reis over de Jama-pas [1 3 4 5 8 13]. Ik wijd een stukje aan het opkomende 'Europessimisme' [16], en leer de Yungas kennen, het miskende, maar 'oh zo belangrijke' microklimaat [21 23]. Ik vind dat ik 'helemaal verkeerd' zit [21]. Mijn verkenningen in de Argentijnse cultuur en politiek beginnen met een bedelbrief van een middenklasser, een standbeeld voor Mercedes Sosa, een standsconflict tussen 'geletterden' en nog zo wat [9 10 11 12 27]. Ook begint deze maand het eerste[?] proces tegen de kopstukken van de de dictatuur [18 25 26]. De maand eindigt met alarmerende berichten over een natuurramp in Chili [28]
naar index

Dagboek 118 loopt van 1 tot 31 Maart 2010 en begint met meer gedetailleerde berichten over de omvang van de ramp in Chili [1 2 8]. Het eindigt met de stelling dat 'de economie' geen schuld treft, maar slechts het tijdelijke voertuig was van Het Kwaad. 'De Economie' komt vaker aan de beurt met zijn God van de Onzichtbare Hand, en zelfs als Grieks Drama [5 9 10 19 29 31]. De 'roddel van de dag', zoals het Vaticaan knapenschennis probeert kwalificeren, probeer ik in de kontekst van homo-erotiek te plaatsen [15 23]. Natuurlijk geef ik beschouwingen ten beste over de 'grote cultuur' van Argentinië [22 25 26], maar de meeste lokale observaties betreffen de micro-cultuur en het micro-klimaat [3 4 6 7 11 12 14 28]. En dan resteren natuurlijk de 'diversen' met o.a. de dood van Jean Ferrat., de Ierse wortels van onze westerse cultuur, hoge-snelheidstreinen, voorgespannen beton, en de microcultuur rondom e-mail [13 16 17 20 21 24 27]. Twee keer schrijf ik 'Geen stukje vandaag', en zes keer doe ik het in honderd woorden.
naar index

Mijn Dagboek 119 loopt van 1 tot 30 April 2010 en begint in Yerba Buena op mijn vertrekdag met het verslag van een afscheidsautotochtje van de dag eerder, en van mijn busreis naar Salta diezelfde dag. De maand eindigt op La Gomera en mijn 'tussenverblijven' zijn Iquique, Cadzand en Eindhoven. Acht keer doe ik het in "100 woorden" en vier keer sla ik over. De wereldpers heeft een hoog pedofiel-celibaat-gehalte waarbij verwante sentimenten worden losgeweekt [4 5 12 13 17]. De financiële crisis begint eindelijk onmiskenbaar en on-ontkenbaar te worden. Ik documenteer alvast mijn eerdere stukjes over ons 'fantastische' geldstelsel [16]. In Spanje worden nieuwe pogingen ondernomen het nationale geheugen op te frissen, maar El País ontmaskert het als een Mary Poppins-truc, terwijl de brenger van het 'ongewenste nieuws', Baltasar Garzón, wordt bedreigd met onthoofding [9 20 23]. De Oud-Hollande 'tolerantie' verbaast Habermas [18], het Argentijnse theezetten verbaast mij [11], en de Chileense aardbeving krijgt belangstelling uit Seattle [8]. De positieve ontwikkelingen in Zimbabwe in de richting van een Postracial State versterken mijn vermoeden dat in Zuid-Afrika het ergste nog moet komen [24 26]. De IJslandse asregen gooide géén 'as-in-mijn-eten', maar de maand eindigt toch bezorgd omdat mijn koffer al meer dan 24 uur niet is 'gelokaliseerd' [29 30].
naar index

Mijn Dagboek 120 loopt van 1 tot 31 mei 2010 en begint bezorgd op La Gomera als ik pas ben aangekomen omdat mijn koffer al meer dan zestig uur 'onvindbaar' is. Het eindigt ontspannen in Cessenon sur Orb. De maand begint aldus met boze-droomdagen [1 2 3]. Twee keer sla ik over en vier keer doe ik het in honderd woorden. De financiële crisis eist het grootste aantal [7] stukjes, maar de serieuze beschouwingen worden gelukkig afgewisseld met hilarische en filosofische [5 8 9 12 14 18 28]. Een lekker-leesbare Cartesiaanse beschouwing van een Franse politicus in NYT over de niqab/burka geeft aanleiding tot de 'ontmaskering' van de niqab/burka tot een 'onafscheidelijkheidsdemonstratie' zoals de lapjespop van een kleuter of de dwangmatige baseball cap van de volwassene [6 7]. 'Niks-aan-de-hand' dus. De spaanse rechter Garzón wordt de laan uit gestuurd. Spanje wil nog steeds niet van zijn eigen verleden weten [13 16 17 30]. Reisperikelen en -genot komen heet-van-de-naald aan de orde tijdens mijn verplaatsing van La Gomera naar Cessenon sur Orb via Barcelona waar ik een prachtig guitaarconcert meemaak, en een staking weet te ontlopen [26 27 28 29 31]. Resten nog zes óngesorteerde stukjes. De 'allerhande' zogezegd. Daar wordt Habermas [21] genoemd, en een onbekende psycho-linguïst [11] die vlak voor zijn dood nog eens rustig in zijn blog de verschillende manieren van doodgaan beschrijft, en hoe hij het gaat proberen.
naar index

Dagboek 121 loopt van 1 tot 30 juni 2010 en begint met de mededeling dat ik de komende tijd 'ontrouw' zal zijn aan mijn dagelijkse stukje omdat ik mijn boek over Zuid-Afrika voor zal laten gaan. Daarom sla ik 'het stukje' 12 keer over, en beschrijf zes keer mijn bezigheden met het Afrika-boek [5 6 7 14 19 23]. Drie keer doe ik het in '100 woorden' [9 10 30]. Vier keer beschrijf ik een taal-curiositeit: prêt-à-briller, Ellbogenfreiheit, the Swiss Army knife of the digital generation, Casse-toi, pauvre con!, Va te faire enculer, sale fils de pute!, waarbij de laatstgenoemden de wereldberoemd geworden beledigingen zijn door respectievelijk Nicolas S. en Nicolas A. uitgesproken[16 24 25 30]. Ook het curieuze [mis]gedrag van Les Bleus tijdens de World Cup komt aan de orde [21 22]. Het gaat vier keer over 'wat anders', waaronder VIAGRA-voor-vrouwen, wat weer leidt tot een uitweiding over de 'lagere rassen'[1 8 27 28].
naar index


Dagboek 122 loopt van 1 tot 31 Juli 2010 en begint met een probleem dat ik met mijn Zuid-Afrikaboek ondervind. Vier keer schrijf ik 'geen stukje', en zeven keer doe ik het in 100 woorden. De familiereünie domineert mijn agenda en zeven keer laat ik daarover iets weten [6 7 21 22 23 24 25]. Drie keer noteer ik iets over Zuid Afrika [1 3 4] maar verder moet dat thema blijven rusten wegens de drukte van de familiereünie. Het ingewikkelde politieke schandaal Woerth-Bettencourt komt vier keer aan de beurt [13 15 26 30]. Twee keer struikel ik over het gebruik van Engels door Fransen [16 27]. Twee keer ook kijk ik naar het firmament [2 28]. Onder de 'gemengde obervaties' valt op de prijs van Lipton thee [11], de afvalberg van de gezondheidszorg [8], een beschouwing over de eigendunk van Amsterdammers [31], en het doorelkaar haspelen van de woorden agape en eros, zelfs door de paus [29].
naar index

Dagboek 123 loopt van 1 tot 31 Augustus 2010 en begint met de vraag of Orion al boven de horizon is gekomen. Geleidelijk komt die, en de 21ste piept Sirius op het laatste moment boven de horizon [1 4 8 9 16 21 24]. Later in de maand begint het thema van de Rom die door Sarkozy worden gedeporteerd. Het thema leidt tot beschouwingen over bedreigende vreemdelingen, haat en tolerantie. Het Wilders-fenomeen komt er zelfs tenslotte nog bij [17 18 19 28 31]. Een interessante vraag komt al direkt in het begin aan de orde: 'Gaat de vrouwenemancipatie verkeren in vrouwendominantie omdat vrouwen beter zijn toegerust voor de moderne maatschappij?'[2]. De wereldcrisis komt aan de orde rondom de vraag om de middenklasse niet de hele rekening van het rijkeluisfeestje betaalt als een 'omgekeerde Robin Hood'[14]. Zuid-Afrika en Zimbabwe gaan over de tong omdat ik daarover juist een roman heb uitgelezen 13]. De laatste ontwikkelingen van het aloude witte-fietsenplan zijn twee keer aan de beurt [6 10]. Coetzee wordt op de snijtafel gelegd om het verschil te zien tussen fictie en realiteit, want politici weten er zelfs geen raad meer mee [11 27]. Vier keer komt mijn escapade naar het Hoge Noorden voor [27 28 29 30]. Een keer sta ik stil bij mezelf [25], en een keer bij de dichters [22]. Twaalf keer deed ik het in 100 woorden, en twee keer sloeg ik over.
naar index

Dagboek 124) loopt van 1 tot 30 September 2010 en begint met een 'heel gewoon' gedicht van Edward Hirsch en gedichten komen nog drie maal terug [6 9 28]. De maand begint in Cessenon en eindigt in Marrakech na in Parijs, Noordwijk, Cadzand en Eindhoven stukjes te hebben geschreven. Niet toevallig komen daarom koffer inpakken, afscheidsgevoelens, en nostalgie aan de orde [4 15 16]. De Ramadan is ook onderwerp van reflectie [3 10]. De sterren in het Zuiden [11], en de grijze wolkenpracht van het Noorden [17 18] inspireerden mij. Heel wat aardser zijn de observaties over het populisme en de achtergronden daarvan [5 8 12 25]. En dan zijn er natuurlijk de verjaardagen van Jeroen en van mij [21 27 28]. Achttien keer doe ik het in 100 woorden. Een keer sla ik over.
naar index

Dagboek 125 loopt van 1 tot 31 Oktober 2010 en begint in Marrakech als onze allereerste verkenningen aldaar zijn begonnen, en het eindigt op La Gomera waar het voorpaginanieuws is dat de werkeloosheid is gedaald [31]. Ondertussen deed ik even NL aan [8], bleef steken in Frankrijk wegens mijn gekneusde knie en wegens de staking [23]. Via de niet-stakende Linebús bereikte ik Barcelona [26 27 28], en reisde 'gewoon' door naar La Gomera waar ik interessante Spaanse commentaren las op de Franse toestanden die kennelijk in Frankrijk taboe waren. Daarover had ik al eerder gelezen hoe laag Frankrijk scoort op het de wereldschaal van persvrijheid [21 25]. Ons leerproces in Marrakesh volgde ik in zeven stukjes à 100 woorden [1-7]. In Frankrijk las ik over Stuyvesant en de Hollandse tolerantie 17e eeuwse Manhattan [19 20] en begon aan het nieuwste boek van Corinne Maier die Frankrijk heeft ontvlucht [18 25]. Ik vertaal een Chileens gedicht over de bevrijding van de mijnwerkers in Copiapó [15]. Ik heb ook tijd om het Belgische probleem de documenteren [24]. Zeventien keer doe ik het in 100 woorden, een keer sla ik over.
naar index

Dagboek 126 loopt van 1 tot 30 November 2010 en begint op La Gomera met mijn onwennigheid wegens combinatie van nieuwe zônetijd, wintertijd en de restjes van de geblesseerde knie. Als de maand eindigt weet ik dat de 'secundaire gevolgen' veel erger zijn van de kwaal en heb ik de treurige mijlpaal gevierd dat ik met krukken moet lopen [20]. Zeven keer doe ik het in 100 woorden. Het Pausbezoek komt drie keer voor het voetlicht [2 13 21]. Tolstoi zet mij aan tot nostalgische herinneringen [26 29]. Het afscheid van Frankrijk verloopt traag; deels omdat ik het boek van Corinne Maier nog niet uit heb, en deels omdat zich daar een farma-schandaal ontpopt dat mooi aansluit bij het 'cordon van notabelen' dat Maier zo precies had beschreven. Via NYT en El País sluit daar nog bij aan de speciale positie van de vrouw eveneens conform Maier's analyse. [5 14 18 24 27] De groeiende inkomenskloof komt twee keer aan de orde [15 16] en vier keer haal ik er een gedicht bij. [7 8 19 30]
naar index

Dagboek 127 loopt van 1 tot 31 december 2010 en begint met met het besluit om wat explicieter over de terugkerende problemen met mijn knieblessure te schrijven onder de titel 'dagboek van een kreupele' en mijn sterk beperkte mobiliteit. Dat blijkt dan vooral uit het aantal 'geen stukje vandaag' [zes keer], en dat ik mij behelp met een gedicht-zonder-commentaar dat mij ondanks alles inspireerde. [17 27 31]. Meer beschrijvend over de pijn en 'de toestand' schrijf ik acht keer [1 3 4 8 9 10 11 24]. Dat alles heeft mij niet weerhouden om enkele 'interessante' thema's aan te pakken. Zoals de devaluatie van 'vriendschap' en de rol van ; 'gezien worden' waar Facebook-fans zich op toespitsen [5 6 7], of de Nobel-lezing van Mario Vargas Llosa [6 7 11], of de PISA resultaten in Frankrijk [12]. Het hoofdthema dat mij in de tweede helft van de maand bezighoudt is Navigating past Nihilism: over hoe 'men' omgaat met 'God is dood' van Nietzsche [16 18 19 20 21 22]. Tot slot wijd ik nog een beschouwing aan het leven als invalide als ik met mijn beide krukken bij de hand --en lekker in het zonnetje-- zowel 'invaliden' als 'kwiek lopende mensen' het artsencentrum zie binnenstappen en verlaten [28]. Een oude herinnering als begeleider van een groepje ontwerpers die een rolstoelkeuken ontwierpen. Inderdaad troostend.
naar index

Dagboek 128 loopt van 1 tot 31 Januari 2011, begint met Nieuwjaarswensen, en met de ervaring dat ik het jaar bijna pijnloos binnenstap. Vooralsnog met een kunstgreep, maar later in de maand blijkt de extreme pijn te wijken. De maand eindigt met een herdenking van de María Elena Walsh, de Argentijnse Annie M. G. Schmidt. Zij overleed 10 januari. Ik luister nog steeds en vaak naar de prachtige kinderliedjes waarvan ik een collectie flinke had meegenomen [31]. Ik maak zeven maal melding van de toestand en de verbetering [1 5 7 13 16 18 21]. Vijf keer sla ik over, en vijf keer doe ik het in 100 woorden. Mijn boek over Zuid Afrika, wat maar ligt te wachten op betere tijden, komt een keer aan de orde [2]. Het oude thema van populisme krijg nog een keer een beurt [8], maar het God is Dood-thema komt nog drie keer aan de beurt [6 12 28]. Cultuur komt vijf keer aan de beurt met een gedicht, met muziek en met stierengevechten [9 19 24 25 27]. Van de interessante leerervaringen van een bekende Spaanse schrijver gedurende de laatste twintig jaar geniet ik twee keer [28 29]. Wat resteert zou je 'snoepgoed' kunnen noemen want ik schreef over Turón [17], maar ook over 'necrofiele business' [24], en dat ik een ADSL-aansluiting heb geïnstalleerd.
naar index

Dagboek 129 loopt van 1 tot 28 februari 2011 en begint met een liedje van Hildegard Knef waarmee ik die ochtend wakker ben geworden. Als ik de tekst later ontleed, kom ik bij mijn eigen jeugdherinnering. Jeugdherinneringen komen ook naar boven als ik wakker wordt uit een jogging droom, waarna virtueel joggen een deel wordt van mijn revalidatie [1 6 7]. Aan het eind van de maand, als ik over de Turkse Euro-nostalgie van via Pamuk en Shafak heb geschreven, daagt een lezer mij uit mijn eigen Euro-nostalgie op papier te zetten [23 25 27]. Ik ontdek een moderne Gandhi, Gene Sharp, de stille theoreticus van de [Arabische] omwentelingen: "Freedom is not free" [18 20 28]. Twee keer ga ik naar de dichters [10 13]. Twee keer vang ik controversiële signalen op van de herleving van het communisme [7 14]. Twee keer sla ik over, en vier keer doe ik het in 100 woorden. Verder is het heel gevariëerd: Een sceptische boekbespreking [17], recepten voor winterknollen en geconfijte gember omdat het kouder wordt [4 12], ETA-problemen [22], in de VS lijkt zelfs de democratie geprivatiseerd en 'te koop' [15], en nog enkele andere zaken die mijn geest deze maand hebben beroerd, w.o. mijn Sudoku-gekte als pijnstiller en inslaper [3].
naar index

Dagboek 130 loopt van 1 tot 31 Maart 2011 en begint met een gedicht over weggaan dat geen weggaan is. Het eindigt met twee dagen zonder column omdat ik 'even weg' ben. Drie keer sla ik over, twaalf keer doe ik het in honderd woorden. Vier keer bekijk ik het van de poëtische kant [1 17 22 24]. Drie schrijf ik 'honderd woorden' over mijn vorderingen [3 7 22]. De Spaanse taboe's uit de Franco-tijd tot op heden, met o.a. de 'culturele gewoonte' om pasgeboren baby's te laten verdwijnen, heeft vijf keer mijn aandacht [5 11 13 18 27]. Aan de 'Arabische Opstanden', en wat daaromheen gebeurt, kon ik niet ontkomen [6 8 9 21 23]. Mijn oude liefde, "Small is Beautiful" van Schumacher, komt terloops nog eens in het zoeklicht [14]. Verder is er, zoals gewoonlijk, veel 'Elck wat wils', varierend van soeprecepten [10], via verlaten industriegebieden [29] tot een Internetstoring [26 28]. Oh ja, het gaat ook een keer over The Great War, wat mij indertijd hielp mijn eigen 'kleine oorlog' te relativeren [14].
naar index

Dagboek 131 loopt van 1 tot 30 April 2011 en begint met vacantie met Ghislaine in Playa de Santiago. Zodoende sla ik zes keer mijn beurt over, en zeven keer doe ik het in '100 woorden'. Het probleem van de moderne geschiedschrijving in relatie tot 'journalistieke rapportage' komt een keer aan de orde [24]. De geschiedschrijving van de Franco-periode en de taboe's die daarover nog steeds gelden krijgen vijf keer een beurt [8 9 10 12 15]. In welke categorie mijn bericht over het welzijn van de Spaanse bossen valt is niet duidelijk [17]. Ik ga twee keer naar de dichters [21 22], put twee keer uit het spaanse idioom [13 30], twee over de nucleaire ramp in Japan [12 14], twee keer over het vaker bezochte thema Dutch Tolerance, en ook twee keer een bericht over mijn fysieke toestand en vorderingen [19 27]. Onder 'varia' prijken de franse laïcité [7], de volle maan met Pasen [18], gedachten over Hemel en Hel [26], de zaligverklaring van JPII, de data-roof bij Sony [28], de Burckhardt Paradox [16], een bijna verregend Iers bruidspaar [29] en mijn plotselinge behoefte aan kleine lokale kranten [23].
naar index

Dagboek 132 loopt van 1 tot 31 Mei 2011 en begint met een schilderij van Manhattan 1660 in de stijl van de Hollandse 17de-eeuwse meesters. De maand begint op La Gomera en eindigt in Cessenon sur Orb. Tussendoor is er een escapade van twee dagen naar La Palma [4 5] waar ik mijmer over mijn allereerste kennismaking met de Canarische Eilanden in 1995. Dertien keer doe ik het in '100 woorden', en één keer sla ik over. Drie keer schrijf ik over de vier morgensterren die deze maand te zien zijn, maar pas op het laatst lukt het die te zien [7 14 29]. Moederdag herdenk ik met een gedicht [10]. Twee keer schrijf ik over het begin van de class warfare [3 24], maar als je er bij telt dat ik drie keer schreef over 15-M, oftewel honger met de beste diploma's op zak, oftewel "Indignez-vous!", dan wordt het vijf keer [21 22 23]. Dominique Strauss-Kahn, D.S.K, of DSK komt drie keer aan de beurt [16 19 20]. Onder de 'Varia' tref ik aan de mogelijke drie-taligheid van Cataluña [2], de betrekkelijke persvrijheid in Frankrijk [8], een vergelijking tussen Griekenland en Argentinië [12], Spaanse kindertjes opgevoed in Rusland [13], wéér eens op zoek naar natuurlijke grondslagen van moraal [15], omgekeerd feminisme [18], en tegen het eind van de maand nogal wat reiswederwaardigheden [27 28 30 31]
naar index

Dagboek 133 loopt van 1 tot 30 Juni 2011 en begint met lichte bewolking waar Venus nog nèt doorheen komt. Twaalf keer doe ik het in '100 woorden', vijf keer kies ik een gedicht [9 18 22 25 30], en één keer sla ik over. De nasleep van het DSK-gebeuren ontketent interessante feministische discussies [3 4]. Agnotologie is de wetenschap van het niet-weten en de kunst om het publiek onwetend te houden. De farma- en de tabaksindustrie hebben er 'weet' van [7 8]. Démondialisation is een andere manier om iets aan de Grote Werkeloosheid te doen [20 21]. Maar de hele maand Juni wordt gedomineerd door mijn ervaringen met de overgang van Windows naar Linux [14 15 16 17 18] en door twee flitsreizen naar NL en D. De eerste naar de 80ste verjaardag van mijn jongere zus in Geldern, mijn jarige zoon Peter en mijn jarige kleindochter Lisa in Utrecht. Vriendin /buurvrouw Yvonne haalde mij van het vliegveld, en ik ontmoette zoon Jeroen. Mijn jongste zus reed mij naar Geldern. Met Ghislaine ging ik naar de verjaardagsvisite in Utrecht. Daar ontmoette ik dochter Martine en schoondochter Rinske en de drie andere kleinkinderen, Lizette, Dorien en Charlotte. Een flitsfamiliereunie in een flitsreis 'dus'. Op de terugweg, in Perpignan, noteerde ik de muurteksten van Salvador Dali [10 11 12]. De tweede was naar het zomerfeest van Ghislaine voor haar verjaardag in Februari. Hoofdzakelijk per TGV en met grote, gelukkig niet-fatale, vertragingen. Op de terugreis overnachtte ik in België om Julie en Michel te ontmoeten [23 t/m 29]. De maand eindigt met een gedicht waarbij de dichter het verschil tussen droom en werkelijkheid niet meer weet. Ik wist het op het laatst ook niet meer.
naar index

Dagboek 134 loopt van 1 tot 31 Juli 2011 en begint met de tien methoden van de 'agnotologie', de 'science de l'ignorance', volgens Noam Chomsky. Ik sla geenéén keer over, vier keer doe ik het in 100 woorden [7 10 18 28], en ook vier keer zoek ik het bij de dichters [12 20 23 25]. DSK blijft op de hitlijst en komt vier keer direct of indirect aan de beurt [2 4 11 15]. Hetzelfde geldt voor de oorzaken van de superwerkeloosheid, en honger-met-de-beste-diploma's-op zak, die ik nu in de très haute finance zoek [4 5 7 8]. Aan het eind van de maand rijst een andere ster, de Noorse terrorist Breivik die golven van latente haat en racisme opwekt met óók een wereldomspannende liefdes-Twitter. Vier keer [26 27 29 30]. Dat leidt weer tot twee beschouwingen over Sippenschuld, het politieke spel van Wilders en onze atavistische sentimenten [29 31]. Eva Joly moet opeens als 'vreemdeling' die niets begrijpt van de Franse Cultuur worden afgeschilderd. Deze blamage voor het establishment levert drie columns op [16 17 19]. De zomerserie van Le Monde over de geschiedenis de humor leverde oud-Griekse 'grappen' en morbide grappen uit La Terreur waar toch weinig te lachen viel [21 22]. De eenlingen zijn heel gevariëerd. Complicaties van de Same Sex Marriage [3], verdwenen spaanse baby's bereiken New York Times [7], een citaat van Nietzsche dat verklaart waarom een politicus niet van mening kan veranderen [10], de Murdoch-affaire haalt het maar één keer keer [13], maar leidt wel naar een zoektocht naar de bronnen van een citaat dat aan Voltaire wordt toegeschreven [14], de Tour komt door Cessenon [18], een keer wordt er ook grondig nagedacht over populisme [24], en tot slot nog een keer lacherig over baby-boomers [28].
naar index

Dagboek 135 loopt van 1 tot 31 Augustus 2011 en begint met reakties op het Noorse drama en in het kielzog daarvan op Sippenschuld [1 2]. Het eindigt met mijn vertrek naar Nice [31]. Elf keer doe ik het in honderd woorden, en een keer sla ik over. De financiële crisis [10 12], DSK [24], tomatenpuree [26] en twee observaties die très français zijn [3 23] vormen maar een deel van het gevarieerde menu van Augustus. Orion, die ieder jaar mijn vertrek aankondigt, komt twee keer over de horizon [15 29]. Vier keer zoek ik het bij de dichters [20 25 28 30] en twee keer wordt ik filosofisch [4 13]. Op TV werd ik zo getroffen door een Jacqueline Kelen dat ik haar boek L'Esprit de solitude kocht, en haar enkele malen aanhaalde [16 17 22 27]. Ik vertel over mijn afzijdigheid van de moderne sociale netwerken [19], over Old Boy Cameron [14], en over geel-witte WC-rollen ter gelegenheid van het pausbezoek aan Madrid [21]. Blijft over dat er vijf stukjes zo divers zijn dat je zelf maar eens in de grabbelton moet kijken [6 7 8 9 11].
naar index

Dagboek 136 loopt van 1 tot 30 september 2011 en begint met mijn eerste dag in Nice voor een korte vakantie met Ghislaine, en eindigt in Cessenon als ik terugkom van NL met tussenstop in België. Zeven keer doe ik het in 100 woorden, drie keer sla ik over, of ga kort door de bocht, en zeven keer doe ik verslag van onze vakantieverkenningen aan de Côte d'Azur [1 2 3 4 5 6 7]. Een belangrijk thema is de kleinduimpjescultuur die verder reikt dan het piepkleine toetsenbordje van de Smartphone [9 11 12] want het weerspiegelt ook de flitsende tijdgeest [22]. Mijn eigen Android-ervaringen komen vier keer aan de orde [16 17 20 21]. Veelbesproken personen komen er bekaaid af. DSK [19], Wilders [23] en Dalrymple [28]. Mijn verjaardag plus de verrassende cadeaux zijn goed voor drie keer [21 25 26]. Tussendoor bestudeer ik drie keer de leiderloze bewegingen van spreeuwen en lemmings ivm de financiële crisis [13 14 15] maar ook het 'cordon van notabelen' dat ik onmiddellijk na mijn aankomst weer eens onder de loupe neem, kun je op die manier bekijken [8 30].
naar index

Dagboek 137 loopt van 1 tot 31 Oktober 2011 en begint met een spannend ongeval met de harde schijf en in The Cloud. 'By hindsight' zelfs leerzaam, interessant en voorspellend, zoals bleek bij de latere tegenslagen in de maand [1 14 20 21]. De maand begint in Cessenon en eindigt de 31ste als ik bijna in La Gomera ben. Onderweg, in Barcelona, zie ik weer de Sardana dansen op het plein voor de kathedraal, en zet de foto's daarvan op Flickr [30]. Ik koop er een Moleskine om mijn nieuwe leven te begeleiden [31]. Negen keer doe ik het in 100 woorden, drie keer sla ik over, en de niet-te-missen Franse Primaires komen vier keer aan de beurt [9 15 26 29]. Argentinië verschijnt twee keer met minder fraaie gebeurtenissen: feminicide en babyroof [8 11]. Ik kom een keer toe aan een gedicht [23], en een keer lul ik maar over 'wat anders' want de realiteit is onbeschrijfbaar [22]. Ik noteer dat ik weer gewoon drie uur kan lopen [7]. 'En passant' komt de 'permanente staatsgreep' van De Gaulle aan de orde [9], en ik kritiseer iemand die privacy tegen tolerance wil wegstrepen [13]. Natuurlijk is er ook iets over de Indignados en over Occupy Wallstreet [16]. Uit Nassim Taleb's nieuwe boek, Het Bed van Procrustes, citeer ik aforismen, waarmee ik mij kostelijk amuseer [17 18].
naar index

Dagboek 138 loopt van 1 tot 30 November 2011 en begint met mijn eerste dag op La Gomera waar ik werd verrast door raadselachtige stroomuitvallen, en waar ik de andere dag werd verrast door de stilte, omdat het niet waaide, zoals gewoonlijk! [1 2]. De maand eindigt in Sevilla waar ik met Ghislaine een paar toeristische dagen beleefde [30]. Ik maak ook nog een 'flitsreis' naar Delft waar ik met mijn jaargenoten-van-toen vier dat we 60ste jaars zijn geworden. Het valt mij op dat ik mij 'winters' moet kleden [18 19 20]. Gedurende mijn verblijf in Sevilla besteed ik vijf keer 'toeristisch' aandacht aandacht aan de stad [24 26 28 29 30]. Ik ga zeven keer 'naar de dichters', waarbij ik twee keer wordt geïnspireerd door de dichter Gustavo Adolfo Bécquer waarnaar ons hotel is vernoemd [4 8 12 20 21 25 27]. Tien keer doe ik het in '100 woorden' en twee keer laat ik het afweten. Twee keer rapporteer ik ook over de 'pittige' wandelingen die ik herneem, waarbij ik alert blijf op de vervelende na-vermoeidheid die mij in Cessenon sur Orb parten had gespeeld. De crisis komt drie keer in het zoeklicht [9 11 17]. Onder 'gemengde onderwerpen' valt de cynische exploitatie van Michael Jackson door zijn familie [10], het 'culturele' nafluiten van vrouwen Spanje [5], het boek van Jaqueline Kelen over eenzaamheid [15], een wetenschappelijk onderzoek naar de ergernis bij filerijden [22], en een beschrijving van het Schröderhuis in Utrecht in een Spaanse krant [13].
naar index

Dagboek 139 loopt van 1 tot 31 December 2011 en begint boven de Atlantische Oceaan als ik terugreis van Sevilla waar ik met Ghislaine een paar vakantiedagen heb doorgebracht [1]. Drie keer doe ik het in 100 woorden [3 25 30] en negen keer sla ik over omdat ik Het Boek laat voorgaan boven mijn dagelijkse column [6 7 8 13 14 15 27 28 29]. Twee keer gaat het over mijn schrijfervaringen met Het Boek [5 9]. Twee keer zoek ik het ook bij de dichters [20 31]. Bij aankomst in San Sebastián zie ik voor de zoveelste keer roeiers starten voor hun oversteek van de Atlantische Oceaan, net als Columbus [2]. Ik zie het Ballet van Moskou met De Notenkraker [3], en maak ik een reuzegrote wandeling [4]. De relatie tussen toename van geweld bij klimaatveranderingen --en de algemene afname daarvan-- wordt belicht door een historicus [10], een socioloog [11] en een soldaat [23]. De financiële crisis komt aan de orde als die 'keihard' met methoden van de moderne fysica op de snijtafel wordt gelegd [16 17 18]. De moderne geschiedenis van Frankrijk komt aan de orde als ik ontdek dat Charles de Gaulle als 'storyteller' moet worden gekenschetst omdat hij de Résistance uitvond, als het Nazi-verleden van Frankrijk aan de orde komt, en als zichtbaar wordt hoe het klootjesvolk zich doodvocht in de loopgraven en de 'cultuur' van Parijs tot ongekende hoogte steeg in WOI [22 24 26]. De inkomenskloof is ook aan de orde als blijkt dat de feitelijke vergroting van de inkomenskloof wordt ontkend door Amerikanen die dat idee 'ongemakkelijk' vinden [19]. Een dergelijke tweespalt is ook te vinden in het hoge percentage dat gelooft in 'God en Hogere Macht', en het lage percentage dat zich tot enige religie rekent [12]. Aan de hand van een chanson van George Brassens rekenen wetenschappers uit dat Pietje de Dood met een snelheid van 2,95 km/uur komt aanlopen [21]. Zorg dat je hem voorblijft!
naar index

Lopend Dagboek [140] loopt van 1 tot 10 Januari 2012 en begint met een voldane terugblik op het oude jaar en met verrassende emoties die op afscheid wijzen. Van wat? ...
naar index