|
!! Er zijn nieuwe Reisbrieven, 4 februari: Kies NLs of Spaans
Iquique (Chili), Zondag, 5 Februari 2012
Nadat ik Vrijdag over de zon had geschreven, die hier letterlijk recht boven je hoofd staat te branden, en na mijn reisbrief van gisteren over hetzelfde onderwerp, kreeg ik van Poem-A-Day een gedicht over wat je in Europa boven het hoofd hangt. Ik las vanmorgen in Le Monde dat de sneeuw al bijna tot Parijs reikt.
Ik zie het helemaal voor me: Een conifeer volgeladen met sneeuw, en een kraai die daar even lekker aan schudt als jij daar onder loopt. Inderdaad goed voor een "change of mood", zoals Robert Frost, --nomen est omen?--, schrijft.
Tja, en ik houd van korte gedichten. Hier is het.
Dust of Snow
The way a crow
Shook down on me
The dust of snow
From a hemlock tree
Has given my heart
A change of mood
And saved some part
Of a day I had rued.
________________________________
Robert Frost, Dust of Snow, http://www.poets.org/viewmedia.php/prmMID/22786
Iquique (Chili), Zaterdag, 4 Februari 2012
--"Ik zou mijn leven wel aan een ander willen overlaten, maar ja, aan wie?"
Deze uitspraak kwam mij voor de geest toen ik het onderstaande gedicht van Toon Tellegen las, maar ik kon mij de auteur niet meer met zekerheid herinneren. Was het Montaigne?
Ik struinde nog wat door mijn grijze cellen en op het internet, maar, helaas, ik moest het opgeven en mij beperken tot de fraaiheid van de weemoedige uitspraak zelf.
En die is niet gering. Denk je eens in. Je laat je leven over aan een ander en gaat in de kantlijn zitten kijken wat die ervan maakt.
Tellegen twijfelt nog. Hij wil de wereld aan een ander geven, of het met kleine zachtmoedige pasjes verlaten, zoals je de slaapkamer van een inslapende kleuter verlaat die je lang hebt getroost zodat die eindelijk rustig in slaap viel. Wat heb je zelf dan nog?
Of kan hij de deur naar de uitgang niet vinden?
Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan - met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?
________________________________
uit: Alleen liefde, Toon Tellegen, Querido Amsterdam 2002
http://www.poezie-leestafel.info/toon-tellegen
Iquique (Chili), Vrijdag, 3 Februari 2012
De reisbrief van deze week zal gaan over 'verticale zon' het fenomeen in deze regio dat mij vanaf mijn eerste bezoeken fascineerde, en dat zo lastig 'sprekend' is te fotograferen. Voor die gelegenheid wilde ik nog eens precies weten hoeveel dagen na het vertrek vanaf de Steenbokskeerkring op 23 december de zon nodig heeft om precies boven Iquique te komen.
Daarvoor had ik mijn oude goniometrie nodig. "Krak-krak-krak", zeiden mijn hersens. Mijn soepele voorstellingsvermogen waarmee ik vroeger dat soort problemen oploste, liet het afweten. Mijn pogingen van de laatste dagen hadden het kennelijk tóch gestimuleerd, want vanmorgen kwam het opeens op gang, en ik kon de positie van zon met een elegante formule beschrijven.
P=sin(90-n)x23,65°
P is de breedtegraad waar de zon zich bevindt n dagen na vertrek. 23,65° is de positie van de Steenbokskeerkring op 23° 39' Zuid. Iquique ligt op 20° 13' Zuid.
De zon beweegt zich natuurlijk niet met een lineaire zigzag tussen de keerkringen. Ik kon gevoegelijk aannemen dat het volgens een soepele sinuscurve gaat, dus nogal langzaam de eerste dagen na het vertrek, en op volle snelheid bij het passeren van de evenaar na negentig dagen. Dan begint ook de lente in Europa, hier de herfst.
Mijn krakende hersens struikelden over de sinus die over 90 graden gaat, en de verplaatsing ook 90 dagen duurt. Maar dat leidde tenslotte tot een elegante formule, nietwaar?
Na precies 31 dagen staat de zon recht boven Iquique. Dat is op 23 Januari. De verplaatsing per dag is dan nog laag, 13 boogminuten per dag. Deze week, op 1 Februari, was de zon veertig dagen onderweg, en stond op 2° 6' Noord van Iquique.
De foto's in de reisbrief zijn van de week daarvóór. Kijk er maar naar uit.
Iquique (Chili), Donderdag, 2 Februari 2012
Het fragment uit Jean-Jacques Rousseau dat voor 'De kunst van het ouder worden' is gekozen, gaat over leren als ouder mens. Het is de derde van de tien 'wandelingen' die hij kort voor zijn dood schreef onder de titel Les Rêveries Du Promeneur Solitaire. Van Solon zou de uitspraak komen 'Je deviens vieux en apprenant toujours'. De Franse Wikipedia citeert die uitspraak, maar mogelijk is die apocrief.
Voor Rousseau is het een bron van verdriet. Hij wil leren als Solon, maar na zijn veertigste is het afgelopen. Hij wordt 66. Daarover gaat die derde 'wandeling'. Het zijn monologen waarin hij over zichzelf nadenkt.
Als hij over die regel van Solon nadenkt wordt hij heel treurig; " ... maar het is wel heel treurige kennis die de ervaring mij de laatste twintig jaar heeft bijgebracht. Men kan beter onwetend zijn. " ... mais c'est une bien triste science que celle que depuis vingt ans l'expérience m'a fait acquérir : l'ignorance est encore préférable."
Hij relateert de eventueel verworven kennis aan wat je er later mee doen kunt. Als je kennis op late leeftijd opdoet, heb je geen kans meer om er gebruik van te maken:
--"Waartoe zouden we nog leren onze wagen beter te besturen als we aan het eind van de renbaan zijn?". "Que sert d'apprendre à mieux conduire son char quand on est au bout de la carrière?"
Met dat soort overwegingen pijnigt hij zich. Hij memoreert dat hij tot zijn veertigste pogingen zou doen om te slagen in het leven: "Ik liet de wereld en haar ijdelheden achter mij, deed afstand van alle opsmuk: geen degen meer, geen horloge, geen witte kousen, vergulde versierselen ... "Je quittai le monde et ses pompes, je renonçai à toute parure ; plus d'épée, plus de montre, plus de bas blancs, de dorure, ... "
En dan voltrekt zich een grote omwenteling in hem. Het beperkt zich niet tot uiterlijkheden, en hij begint zijn innerlijk te onderwerpen aan een grondig onderzoek. Een andere geestelijke wereld onthult zich. Hij zag de absurditeit van de voortdurende behoefte aan literaire roem.
Maar hij ziet het niet als leren. Leren is voor hem een vat vullen, speciaal in de jeugd, om dat later, in de volwassenheid en ouderdom te gebruiken. Dat is het schoolse leren wat Montaigne al 200 jaar eerder 'la sotte chose' noemde als het ouderen betrof, zoals ik gisteren noteerde. Rousseau zit klem in zijn eigen ideeën. De onderwijzerswijsheid van leren als het vullen van een leeg vat, tegenover het aanwakkeren van een vonkje, is hem vreemd. Het ideaal van Solon is voor hem onbereikbaar:
--"Aldus gevangen binnen de nauwe grenzen van mijn vroeger verworven kennis, heb ik niet het geluk, zoals Solon, mij iedere dag als ik ouder word nog te kunnen ontwikkelen ...", mijmert hij.
--"Ainsi retenu dans l'étroite sphère de mes anciennes connaissances je n'ai pas, comme Solon, le bonheur de pouvoir m'instruire chaque jour en vieillissant, ... "
Tja, wat wil je? Als je ook zo'n schrale betekenis van 'leren' aanhangt ...
Het lijkt het hedendaagse schoolse onderwijs wel. Volpompen.
____________
Jean-Jacques Rousseau, LES RÊVERIES DU PROMENEUR SOLITAIRE, rousseau_reveries_promeneur_solitaire.pdf
downloaden van http://www.livrespourtous.com/e-books/view/Les-reveries-du-promeneur-solitaire.html
Iquique (Chili), Woensdag, 1 Februari 2012
Een van de thema's die fenomenologisch worden uitgediept in La Vieillesse door Simone de Beauvoir is het verschil van visie op het wereldbeeld zoals de oudere zijn realiteit beleeft, en wat de goegemeente ervan vindt. Beauvoir is niet de enige die deze discrepantie onder de loep neemt. In het boek van Dohmen en Baars lees ik enerzijds nogal wat van die stereotypen, maar ook beschrijvingen van binnenuit die een heel ander beeld geven. Ik haalde gisteren Montaigne aan als hij laconiek over zijn 'ziekten' schrijft hoe je ze beter hoffelijk dan grimmig kunt behandelen, want ze sterven een natuurlijke dood na een tijdje. Montaigne haalt nog een hoogbejaarde aan wie wordt gevraagd waarom hij nog studeerde. Eerder had Montaigne nog eens uitdrukkelijk geschreven dat:
--"Je [] nooit te oud [bent] om te leren, maar wel voor de schoolbanken: Het is al te dwaas als een oude man nog aan het alfabet begint!"
On peut continuer à tout temps l'estude, non pas l'escholage: La sotte chose, qu'un vieillard abecedaire!
Overigens is dat zo gek niet, want in het boek Ik doe het! wordt een indrukwekkend voorbeeld beschreven van een zestigjarige vrouw die al haar intelligentie had gestoken in het verbergen van haar analfabetisme en dan tóch de bal oppakt, en gaat leren lezen.
--"Zo we al willen studeren", vervolgt Montaigne, "laten we ons dan toeleggen op een studie die past bij onze omstandigheden, zodat we hetzelfde kunnen zeggen als de man wie gevraagd werd waarom hij zo hoogbejaard nog studeerde en die antwoordde: 'Om blijmoediger en als een beter mens te sterven'".
S'il faut estudier, estudions un estude sortable à nostre condition : afin que nous puissions respondre, comme celuy, à qui quand on demanda à quoy faire ces estudes en sa decrepitude : A m'en partir meilleur, et plus à mon aise, respondit-il.
Petrarca, in de brief aan zijn jongere vriend Boccaccio, gaat met veel verschillende argumenten in op het advies van Boccaccio dat hij maar eens moet stoppen met schrijven, want hij heeft genoeg roem vergaard. Maar 'genoeg roem vergaren' is zijn criterium niet. Integendeel. De lauwerkrans die hij ooit kreeg bezorgde hem veel afgunst en ontnam hem alle rust: 'Ik moest constant met opgeheven vaandel de barricaden beklimmen en me links en rechts tegen allerlei aanvallen verweren van vrienden die uit afgunst vijanden waren geworden'.
Hij analyseert de adviezen van Boccaccio die vindt dat hij afstand moet doen van zijn normale geestelijke activiteiten om op krachten te komen door de weldadige rust van het nietsdoen. Hij ervaart het helemaal anders:
--'Dit lezen en schrijven van mij, waarmee ik het volgens jou wat kalmer aan moet gaan doen, valt mij helemaal niet zwaar. Integendeel, het is een rustgevende ontspanning die mij alle ellende doet vergeten'.
En zo zijn we terug bij Montaigne. Waarom kon hij zo luchtig laconiek over zijn ziekten schrijven? Omdat hij een zinvolle bezigheid had met het overwegen en schrijven van zijn essays. Een zinvolle bezigheid. Daar gaat het om. Zinvolheid van de bezigheid zelve, niet van het resultaat daarvan, zoals de jongeren denken. Dáár zit 'm de kneep!
________________________
Franse citaten uit: Michel de MONTAIGNE, LES ESSAIS, Livre II, CHAPITRE XXVIII, Toutes choses ont leur saison
Version HTML d'après l'édition de 1595, http://www.bribes.org/trismegiste/montable.htm
NLse citaten van Montaigne: Dohmen en Baars, pag 141, 143 en 162. Voor 'Ik doe het!', zie Mijn Dagboek 5 December 2011
Iquique (Chili), Dinsdag, 31 Januari 2012
Ik lees het boek van Dohmen en Baars, De kunst van het ouder worden, met als ondertitel: De grote filosofen over de ouderdom. Het zijn geselecteerde fragmenten met als toelichting slechts een korte karakteristiek van de betrokken filosoof, en van de plaats van het gekozen fragment in diens hele werk.
Ik heb eerst een beetje zigzag gelezen, maar nu lees ik het voetje voor voetje, en ik ben op ruim een derde. Het zijn bijna 500 pagina's. Maar ik heb al een eerste indruk. Bij de klassieke filosofen tref ik gedecideerde indelingen van het mensenleven aan in vijf, zes of zeven tijdperken, maar altijd is de ouderdom afgang, ziekte en waardeloosheid. Ik krijg daarbij het gevoel van: "Don't bother me with facts, I have made up my mind already". Het zijn beschouwingen vanaf de buitenkant van de ouderdom.
Veel interessanter zijn de beschouwingen van filosofen die zelf in de ouderdom zitten.
Die geven een beschrijving van binnen uit. Daarvan tref ik ook voorbeelden. Cicero, bijvoorbeeld, is 83 als hij zijn essay Cato Maior De Senectute schrijft, en de brief van Petrarca aan zijn jongere vriend Boccaccio een jaar voor zijn dood. Boccaccio had hem namelijk geschreven dat hij de pen maar eens moest neerleggen en zich
gaan gedragen als een oude man die past in de voorstellingen van de buitenwereld daarover. Petrarca reageert kritisch, en legt hem precies uit hoe zijn wereld er van binnen uitziet, en hoe hij dat beleeft. Heel boeiend, en heel modern ook.
En dan is er Michel de Montaigne die het niet over 'de' ziektes van 'de' oude mensen heeft, maar over zijn eigen waarneming daarvan:
Ik heb gezien hoe verkoudheden, jichtaanvallen, buikloop, hartkloppingen, migraines oud in mij werden en een natuurlijke dood
stierven, en hoe andere ongesteldheden verdwenen toen ik mij er al min of meer bij had neergelegd dat ik er niet vanaf zou komen. Je bezweert ze eerder door hoffelijk dan door grimmig tegen ze te zijn. Je moet de wetten van je eigen natuur kalm verduren. Het ligt nu eenmaal in onze aard dat we ouder worden, verzwakken, ziek zijn, ondanks al het gedokter aan ons lijf. Dit is de eerste les die Mexicanen aan hun kinderen geven. Als zij uit de buik van de moeder komen, worden ze aldus begroet: 'Kind, je bent op de wereld gekomen om te verdragen: verdraag, lijd, en zwijg'.
Het is onjuist om te klagen als je iets is overkomen dat iedereen kan overkomen. [pag 163]
Ik heb er de oorspronkelijke tekst nog eens bij gehaald:
J'ay laissé envieillir et mourir en moy, de mort naturelle, des rheumes, defluxions goutteuses ; relaxation ; battement de coeur ; micraines ; et autres accidens, que j'ay perdu, quand je m'estois à demy formé à les nourrir. On les conjure mieux par courtoisie, que par braverie. Il faut souffrir doucement les loix de nostre condition : Nous sommes pour vieillir, pour affoiblir, pour estre malades, en despit de toute medecine. C'est la premiere leçon, que les Mexicains font à leurs enfans ; quand au partir du ventre des meres, ils les vont saluant, ainsin : Enfant, tu és venu au monde pour endurer : endure, souffre, et tais toy.
C'est injustice de se douloir qu'il soit advenu à quelqu'un, ce qui peut advenir à chacun.
__________________
Joep Dohmen & J. Baars, De kunst van het ouder worden, Ambo, Amsterdam, 2010, ISBN 9789026324116
http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/de-kunst-van-het-ouder-worden/1001004011232421/index.html
Michel de MONTAIGNE, LES ESSAIS, Livre III, Chapitre XIII, De l'experience
Version HTML d'après l'édition de 1595, http://www.bribes.org/trismegiste/montable.htm
Iquique (Chili), Maandag, 30 Januari 2012
'Las once' betekent in het Spaans gewoon dat het elf uur is. 'Las once' is een afkorting van 'son las once' dwz 'het is elf uur'. Once=elf, horas=uren, las omdat het vrouwelijk meervoud is. Zo kun je zeggen 'son las ocho', het is acht uur, of 'a las ocho', om acht uur, voor een afspraak bijvoorbeeld.
Hier in Iquique, maar ook verder in Zuid Amerika, met name in Columbia, wordt er een late avondmaaltijd mee bedoeld die correct 'las once' heet, maar wat slordiger ook wel 'la once'. Hier in huis --maar dat schijnt algemeen in Chili te zijn-- is het een eenvoudige broodmaaltijd vanaf een uur of zeven à acht of later. De warme maaltijd was 's middags, dus je hebt wel trek tegen die tijd. Een echte 'cena', een gekookte avondmaaltijd die hier 'comida'
heet, is in onbruik geraakt, en is gereserveerd voor feestelijke gelegenheden. 'Comida' is overigens het gewone algemene woord voor maaltijd in het Spaans.
In een restaurant kun je ook een 'las once' krijgen, maar dan is die wat meer opgedirkt met van alles zodat die op een Engelse High Tea gaat lijken. Ook in huis komt wel eens een meer feestelijke versie op tafel. Vaak wordt er een biertje bij gedronken.
Toen ik naar de herkomst van dat woord vroeg, kreeg ik geen duidelijk antwoord, en er werd ook wat giechelig over gedaan. Dat verhoogde natuurlijk mijn nieuwsgierigheid. Zeker is er sprake van een zekere relatie met het woord 'elevenses' dat door de Engelsen werd gebruikt voor een eenvoudige maaltijd rond een uur of elf in de ochtend. De eigenaren van de salpetermijnen die Iquique groot hebben gemaakt waren veelal Engelsen. Vandaar die mogelijke relatie.
Toch zou 'las once' daar niet uit voortkomen. Het is deel van een soort geheimtaal tussen mannen die op het werk, of in gezelschap waar het niet zo werd gewaardeerd, een borrel wilden nemen. Sterke drank, waarbij meestal ook wel een stukje brood werd gegeten. Op het werk in de salpetermijnen was sterke drank verboden, en werd geheimtaal gebruikt. 'Las once' zou dan slaan op het Spaanse woord voor brandewijn, of andere gedistilleerde drank, aguardiente dat uit elf letters bestaat. Aguardiente Alemán, bijvoorbeeld, is Schnapps.
Wikipedia vertelt dat allemaal heel keurig, en vermeldt ook dat het in damesgezelschap not done was om sterke drank te nemen want Wikipedia schrijft:
" ... los caballeros que querían tomar aguardiente se referían a esta bebida como 11, para que las damas no se dieran cuenta".
[Vertaling: De heren die een borrel wilden nemen refereerden aan die drank als 11 zodat de dames het niet zouden merken.]
Daar zijn nogal wat anekdoten over, met name hoe de vrouwen niet zo naïef bleken te zijn, en dat maakt dat navraag over 'las once' tot giechelige reacties leidt.
_______________________
Wikipedia: http://es.wikipedia.org/wiki/Las_once en http://en.wikipedia.org/wiki/Elevenses
Iquique (Chili), Zondag, 29 Januari 2012
Philippe Thureau-Dangin, hoofdredacteur van Courrier International, schrijft wekelijks een korte beschouwing die uitmunt in on-Frans denken. Dat kun je verwachten want Courrier International specialiseert zich op berichten over Frankrijk in de buitenlandse pers. Heel vaak gaat het over visies die in Frankrijk 'niet zo geliefd' zijn, en daarom het 'cordon van notabelen' niet passeren, of onder de 'stilzwijgende zelfcensuur' vallen.
In dit geval wijst Thureau-Dangin op 'interessante' overeenkomst tussen François Hollande en Mitt Romney die allebei vanuit een heel andere achtergrond de zittende president willen vervangen. Beide presidenten willen in 2012 herkozen worden.
Zowel Hollande als Romney proberen het publiek te overtuigen, en doen dat met veel vakkennis, maar zonder charisma. Er is, overigens, wèl een belangrijk verschil. Romney heeft als zakelijk en gouvernementeel bestuurder ervaring. Hollande alleen als afgevaardigde.
Maar allebei vinden ze hun grootste vijand in het populisme, zoals de titel van het commentaar van Thureau-Dangin zegt: La tentation du populisme: de verleiding van het populisme. In crisistijden wil het publiek leiders die hun geruststellen, flatteren en over de bol aaien. De deur staat dus open voor demagogen.
Maar qua karakter hebben noch Hollande, noch Romney daarvoor enige aanleg, en humor is hun vreemd. Populisme is niet alleen hun grootste vijand, ze hebben zelf ook geen talent in de richting. Ze moeten het allebei van
meer 'zakelijke' en 'inhoudelijke' argumenten hebben.
Kortgeleden heeft Newt Gingrich, die populisme perfect weet te bespelen, een forse overwinning in Zuid Carolina behaald op Romney, en het Romney-team zegt aan een nieuwe tactiek te werken. Ik ben benieuwd.
In Frankrijk bespeelt Jean-Luc Mélenchon de extreem linkse populistische viool, Marine Le Pen doet dat met verve voor extreem rechts. Intussen is daar op het middenveld François Bayrou bijgekomen die het voortdurend over 'peuple' heeft, en die met zijn demagogische slogan 'Achetons français' haaks staat op de Euro-afspraken. Maar het publiek juicht. En daar gaat het om. Althans voor een populist.
We kunnen de komende tijd beide verkiezingen bekijken als een strijd voor of tegen populisme. Misschien helpt het ook voor het inzicht in de NLse situatie.
Het publiek geruststellen met strijkages en charismatische onwaarheden lost de problemen niet op. Althans niet de problemen van de wereld, wel die van de verkiezingsteams.
______________________
Philippe Thureau-Dangin, ÉDITORIAL, La tentation du populisme, Courrier international, HEBDO No 1108 - 26 janvier 2012
http://www.courrierinternational.com/article/2012/01/26/la-tentation-du-populisme
Iquique (Chili), Zaterdag, 28 Januari 2012
Het onderstaande gedicht van Lewis Carroll kun je duiden met allerlei geleerde analyses. Heel boeiend!! Maar misschien moet je eerst doen wat ik deed: Het gedicht een paar maal hardop lezen tot het soepel gaat, en dan genieten van het rijm en van het ritme, en van de alliteraties. Die 'gekke woorden' krijgen dan onvermoede betekenissen. Het wordt je eigen verhaal. Wel zo leuk.
Jabberwocky
'Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
"Beware the Jabberwock, my son
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!"
He took his vorpal sword in hand;
Long time the manxome foe he sought-
So rested he by the Tumtum tree,
And stood awhile in thought.
And, as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!
One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.
"And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!"
He chortled in his joy.
'Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
__________________
Jabberwocky: http://www.poemflow.com/1354 Gedichten van andere dagen: http://www.poemflow.com/poems
Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Jabberwocky
YouTubes van Jabberwocky zijn er nogal wat, maar veelal ingevuld met de fantasiebeelden van de auteurs.
Ik heb er twee gevonden als pure voordracht. Een met tekst, de ander zonder
Zonder beelden, door KATE BURTON: http://www.youtube.com/watch?v=7rpCUZXLuck
Jabberwocky voorgedragen met tekst [mannenstem]: http://youtu.be/ZpKcqraRdfs
Iquique (Chili), Vrijdag, 27 Januari 2012
Ik heb al vaker geschreven hoe de American Dream wordt aangetast door feiten. De laatste keer, 30 Oktober 2011, was het een OECD vergelijking over 'social justice', waar de Amerikanen zich kampioen wanen. Nee dus.
Op een heel andere manier komt het tijdens de verkiezingscampagne aan de orde waarbij de 'European style welfare state' werd afgeschilderd als 'to poison the very spirit of America'. Dit zijn woorden van Mitt Romney die aansluiten bij die van Rick Santorum:
--"Obama is trying to impose some sort of European socialism on the United States".
Nicolas, D Kristof vroeg zich af: 'Why Is Europe a Dirty Word?'
Het zijn puur populistische opmerkingen, vindt hij, die het doen omdat er een onderliggend sentiment is dat niet wil aannemen dat de American Dream niet meer klopt. Hoe harder de nieuwe feiten, hoe harder de ontkenning.
Kristof geeft toe dat er zeker een en ander valt aan te merken op Europa, maar hij komt ook met enkele eye-openers die door het hoogsteigen United States Bureau of Labor Statistics werden gepubliceerd, en die de Amerikanen aan het denken moeten zetten.
--"It's absurd to dismiss Europe", is zijn conclusie.
Maar ja, in de verkiezingsstrijd gelden andere waarden.
Zo is Noorwegen 'rijker' dan de VS want ze hebben een hoger Bruto Nationaal Product per hoofd,
en Frankrijk, dat het VS niveau niet haalt, stond in 1960 op 64%
daarvan en was in 2010 gestegen tot 73%. De VS worden dus ingehaald!
--"Zut alors!", zegt hij: "The socialists gained on us!"
En hoe doen ze dat? Met die verfoeilijke 35-urige werkweek!
Uit diezelfde bron komt het feit dat in 2010 de Fransen 1439 uur werkten, en de Amerikanen 1741. In de Fortune Global 500 zitten 172 Europese en slechts 133 Amerikaanse bedrijven. Europa is dus ècht niet zo anti-kapitalistisch als het Amerikaanse chauvinistische vooroordeel wil.
Sylvia Kauffman, de hoofdredacteur van Le Monde, geeft toe dat Europa nogal boven zijn stand heeft geleefd de laatste jaren, maar er is geen sprake van dat het Europese systeem van veiligheidsnetten moet worden verlaten. Europa is geschokt over de manier waarop in de VS 'pech' kan leiden tot massale dakloosheid.
Europa heeft enkele zaken goed op orde, vervolgt Kristof. Het heeft een hogere arbeidsmobiliteit als gevolg van het betere scholingssysteem. De VS hadden vroeger het hoogste percentage 'college graduates', maar we zijn ingehaald door Frankrijk en Engeland. In 1960, volgens dezelfde cijfers was de Franse levensverwachting drie maanden meer dan die in de VS. Nu leven ze drie jaar langer.
Natuurlijk moeten we Europa's sloomheid bij het oplossen van hun economisch probleem in aanmerking nemen, net zoals hun rigide arbeidsverhoudingen. Europa heeft daar een paar echte problemen op te lossen. Maar het karikatuur dat wij van Europa hebben wijst op onze onwetendheid en ons chauvinisme. Daar kunnen we wat aan doen.
_______________________
NICHOLAS D. KRISTOF, Why Is Europe a Dirty Word?, NYT, The Sunday Review, The Opinion Pages, January 14, 2012
http://www.nytimes.com/2012/01/15/opinion/sunday/kristof-why-is-europe-a-dirty-word.html
Iquique (Chili), Donderdag, 26 Januari 2012
Vandaag geen column.
Iquique (Chili), Woensdag, 25 Januari 2012, Michel jarig
Ñ is de naam van de wekelijkse culturele bijlage van de Argentijnse topkrant Clarín die ook hier de koop is. Hier in huis vond ik bij de 'oude kranten' verschillende exemplaren. In het nummer van 24 december 2011 las ik een interessante analyse van het 'fantasy'-fenomeen. De Argentijnse schrijfster Sylvia Iparraguirre gebruikt daarvoor de spelling 'fantasy' en niet het voor de hand liggende Spaanse 'fantasía' omdat ze het uitdrukkelijk als een 'anglo-norteamericano' verschijnsel ziet. Het verschijnsel is niet alleen literair, hoewel het met Tolkien, In de Ban van de Ring, en Harry Potter is begonnen.
Fantasy kent veel ondersoorten: Epische fantasieën, subversieve sagen, en wat zij noemt 'neoépica', modern epos en neo-gothische verhalen. Ook is fantasy niet beperkt tot literatuur, want film, grafiek en computerspelen doen er aan mee.
Alsof deze duik ik de wereld van de fantasieën nog niet genoeg was, zag ik dezelfde avond samen met Francisco de hele film Fantasia van Walt Disney in een moderne versie. Ik herkende weinig van de versie die ik vlak na de oorlog zag, maar soms proefde ik toch de sfeer die ik mij van toen herinner.
Wat mij in het artikel speciaal opviel was een aanhaling van Coleridge die door Iparraguirre wordt gebruikt voor haar betoog. Op het gebied van de artistieke creativiteit onderscheidt Coleridge 'fantasy' en 'imagination'. Fantasy, zegt hij, combineert gebeurtenissen en beelden uit allerlei bron, terwijl imagination creëert.
Daarom gaat Iparraguirre op zoek naar de onderliggende beelden van de huidige 'fantasy' golf en komt terecht bij de drie bronnen die volgens Geoffrey Ash in het middeleeuwse Europa werden onderscheiden: De Romeinen met de klassieke oudheid, de heroïsche verhalen van Karel de Grote en Roeland, en als derde Koning Arthur met de Ridders van de Ronde Tafel en de Graal. Iparraguirre voegt daar nog Beowulf aan toe dat in Scandinavië is gesitueerd.
Als een Griek, een Engelsman of een Noor de deur uitstapt, zo gaat Iparraguirre verder, staat hij in het gebied van duizenden jaren oude traditie. En een Argentijn? Hij heeft alleen de verzameling vreemdelingen die zich rond de Rio De La Plata verzamelden en 'onze' geschiedenis genereerden; ons eigen nationale epos met helden die leefden als wijzelf. Wij kennen niet dat gesloten tijdperk in een cirkelvormige tijd in een ver verleden dat onze fantasie inspireert.
Dat is een pijnlijke vraag / conclusie die ik ook in Zuid-Afrika hoorde, en in Australië. Het is de vraag naar de identiteit van de 'koloniaal'. Voor mij is dat een onbeantwoorde vraag, dus ik las gespannen verder.
Maar Iparraguirre komt niet met een antwoord. Ze speculeert hoe het zou zijn als wij [de Argentijnen, en alle andere Amerikanen] ons zouden laten inspireren door de pre-columbiaanse geschiedenis, of nog eerder door het epos van de volkeren die via de Beringstraat het Amerikaanse continent bevolkten. Dat was rond de tijd dat de IJstijd voorbij was,
en in Europa duurzame landbouw, met steden en 'cultuur' ontstond.
______________________________
Sylvia Iparraguirre, Historias extraordinarias, Clarín, Ñ, Literatura,26/12/11,
Género literario que recupera el imaginario de las sagas tradicionales y la épica, la autora analiza aquí la actualidad y las variantes del fantasy.
http://www.revistaenie.clarin.com/literatura/Apogeo-genero-literario-fantasy_0_614938521.html
Iquique (Chili), Dinsdag, 24 Januari 2012
Vandaag geen column.
Iquique (Chili), Maandag, 23 Januari 2012
Op de voorpagina van La Estrella de Iquique, de lokale krant, begint een artikel over de overeenkomst tussen enkele recente moorden in Iquique. De kop luidt:
'Investigan el uso de 'sicarios' en crímenes'. [Men onderzoekt het gebruik van huurmoordenaars bij de moorden.]
'Menores de edad serían ejecutores'. [Minderjarigen zouden de uitvoerders zijn].
De overeenkomst is dit: Onbekenden stappen uit een auto, schieten het slachtoffer neer, en verdwijnen. Het zou om minderjarige huurmoordenaars gaan die worden gerekruteerd door de narco-maffia. Dat lukt omdat de rivaliteit binnen en tussen de diverse jeugdbenden de juiste cultuur is waar er wel eentje 'alfa-man' wil zijn door een [betaalde] moord te plegen. Als je tenslotte toch voor de rechter moet komen, val je onder de speciale regelingen voor minderjarigen. Zo zouden de
maffiabazen het verleidelijk voorstellen.
Maar er is geen enkel bewijs dat het zo gaat. Alleen de krantenkop en de eerste alinea's suggereren dat, en voeden daarmee de angst voor 'columbialisatie', voor de maffia- en narco-cultuur van Columbia, waar privé legertjes met elkaar op die manier 'afrekenen'.
Nu wonen er in Iquique nogal wat Columbianen, deels honorabele politieke vluchtelingen, deels mensen met onduidelijke bezigheden in narco-handel en prostitutie. Dat maakt zo'n krantenbericht aantrekkelijk. Per slot
gaat het in de krant om aantrekkelijkheid, niet om waarheid.
Verderop in het artikel worden politiefunctionarissen, een rechter, en een bestuurder geïnterviewd. Nee, dat het om minderjarige huurmoordenaars gaat is niet gebleken, maar de recente moorden worden ernstig verder onderzocht.
De laatste alinea is het antwoord op de vraag die nog eens uitdrukkelijk wordt gesteld:
--"Is er sprake van 'columbialisatie' van de misdaad?"
--"Nee, daarvan kunnen we niet spreken want we weten niet of het moorden-in-opdracht waren".
Maar ja, de krantenkop suggereerde het wel. Wat zal de lezer bijblijven?
Iquique (Chili), Zondag, 22 Januari 2012
Gisteren was een drukke dag. De nieuwe reisbrief is de deur uit, en het was Gabriela's verjaardag. Het werd dus laat. Gisteravond bedoel ik, maar nu vanmorgen ook.
Het was gisteravond precies zeven jaar geleden dat ik na lange tijd weer in Iquique kwam, en als een verrassing haar verjaardag meemaakte op die aankomstdag in 2005. Dat was ook zeven jaar nadat ik haar voor het eerst ontmoette in de leeszaal van de stadsbibliotheek. Maar de contacten bleven daarna beperkt tot een schaarse e-mail correspondentie.
Dat verhaal moest gisteren op de 'party' enkele malen worden verteld als gasten die ik niet eerder had ontmoet mij vroegen: 'Hoe ken jij Gabriela?' Dat is een heel handige 'party'-vraag.
Zodoende drong tot mij door dat ik Gabriela bijna 14 jaar kende. 'Bijna', want die ontmoeting in 1998 was in April, nogal aan het eind van zes-maandse zwerftocht door Chili vanaf November '97. Sindsdien heb ik mijn verblijven op het Zuidelijk Halfrond beperkt tot drie of vier maanden.
Op de 'party' ontmoette ik enkele oude getrouwen, maar ook veel nieuwe mensen. Francisco zei vanmorgen dat een deel van de mensen die ze hadden verwacht niet waren gekomen, maar dat was ruim gecompenseerd door nieuwelingen. Neefjes of nichtjes die hun novia of novia kwamen tonen bijvoorbeeld, en er waren kleuters en baby's die ook getoond moesten worden. Het was een compleet sociaal gebeuren zoals ik dat nog maar zelden meemaak.
En dat alles bij 'enkele hapjes' zoals Francisco met understatement had aangekondigd. Nou, het werd een hele maaltijd met alles d'rop en d'ran. Tot slot was er nog een grote taart die ik Gabriela met haar zus Jeannette had zien maken in de loop van de middag.
Ik had verschillende boeiende gesprekken die mij bijblijven. Met gasten die ik al zeven jaar ken van de eerdere verjaardagen, en met een jonge gast die als novio was meegekomen die als jong ingenieur in de mijnindustrie was komen werken.
Inderdaad, het werd laat, maar het was de moeite waard. Dubbel en dwars. Ik maak er vandaag een rustdag van. Per slot is het Zondag.
Iquique (Chili), Zaterdag, 21 Januari 2012, Gabriela jarig!
Mijn 'avontuur' van gisteren was een wandeling naar het strand en het centrum. Om herkenningen op te doen. Om mij thuis te voelen. Ik maakte tevens foto's voor de tweede reisbrief. Anders dan andere jaren, zal ik mij niet speciaal verdiepen in de lokale kranten, wat Het Boek gaat voor. Maar wie weet?
Het was boeiend hoe mijn geheugen werkte. Ik wist niet meer waar een bepaald wisselkantoor was, maar naarmate ik dichterbij kwam, leek het wel of het kantoor telepathische signalen uitstuurde die geleidelijk sterker werden, en mij van mijn dwaalweg afbrachten. Niet de kortste weg. Wel het juiste einddoel. (100 woorden)
Iquique (Chili), Vrijdag, 20 Januari 2012
Vandaag ga ik weer op avontuur. Gisteren ben ik lekker in huis gebleven om de gevolgen van de jet lag à la minute te kunnen opvangen. Dat gaat meestal om onverwachte behoefte aan slaap, of aan eten. Daar kan ik dan 'strategisch' aan toegeven. Of het past in mijn nieuwe dag/nacht ritme. Of niet natuurlijk. Gedurende de reis, en nu nog een paar dagen, draag ik twee polshorloges. Een met de Iquique-tijd, de ander met die van La Gomera. En natuurlijk rond de middag lekker in de zon gaan zitten. Als nulpunt van mijn nieuwe 24-uursritme. Zo doe ik dat. (100 woorden)
Iquique (Chili), Donderdag, 19 Januari 2012
Gisteravond werd ik afgehaald door de hele 'familie'. Francisco met zoontje Rodrigo, Gabriela en Jeannette. De begroeting was allerhartelijkst. En bijpraten natuurlijk!! Het was hier half acht, maar mijn Gomera-klok zei 'half twaalf'. We namen nog een slokje en een hapje. Vanmorgen begon ik met de reisaantekeningen en de mail.
Mijn definitieve verblijf laat ik even rusten. Ik kan hier blijven logeren, maar ik zit liever in mijn oude vertrouwde hotelletje dichter bij de zee. Maar ja, daar is geen comfortable WiFi zoals hier in huis. I-café's waren twee jaar geleden wat dat betreft nogal primitief. Even 'acclimatiseren' dus. (100 woorden)
Madrid, Vliegveld Barajas, Woensdag 18 Januari 2012
00:35 MET Zéér vroeg in de ochtend dus. Op de Canarias [GMT] is het nog 'gisteren'. We hadden om 00:10 moeten vertrekken, maar we wachten kennelijk op iets. Het instappen was op tijd gereed. Het was even spannend want de vlucht uit Tenerife was ruim een half uur vertraagd, en dat tikte aan op de toch al krappe aansluitingstijd van bijna anderhalf uur. Gelukkig bleef ik op dezelfde Terminal 4 maar het was wel helemaal aan het andere eind. Ik heb op de vorige vlucht Hoofdstuk 5 van Verplaetse gelezen, De Persoonlijke Gevolgen. Nu begin ik aan Hoofdstuk 4, De Maatschappelijke Gevolgen.
08:50 GMT, 09:50 MET, 05:50 Chileense tijd. Ergens boven Brazilië.
Nog steeds vroeg in de ochtend, maar de nacht is voorbij. We zitten al boven land. We zouden nog vier uur moeten, maar we vertrokken met 50' vertraging, dus het zal nog wel vijf uur duren; dan zijn de geplande 13uur en 25 minuten vol.
Ik heb veel en goed geslapen vannacht. Na het vertrek was er meteen een grote maaltijd, maar die heb ik niet genomen. Slapen leek mij belangrijker, zeker gezien het tijdstip. Ik ga nu nog een uurtje Verplaetse lezen.
09:20 Chileense tijd, 12:20 GMT, Gomera tijd.
Binnen een half uur zullen we landen. Lekker rustige vlucht gehad. Pas bij het ontbijt heb ik wat gegeten. Ik zit nog helemaal in mijn dagritme van La Gomera. Een eventuele jetlag zal wel meevallen. Verplaetse lezen is 'veel'. Hoofdstuk 4, De Maatschappelijke Gevolgen is heel specialistisch over de juridische gevolgen. Die zijn niet gering, want 'recht' berust voor een groot deel op 'schuld'. Hoe zal dat uitpakken in een 'schuld- en verwijtloze' maatschappij? Maar Verplaetse is in zijn element. Hij doceert moraalfilosofie aan de faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Gent. Hij zit midden tussen rechtsgeleerde collega's met wie hij die problemen grondig bespreekt. Ik vraag mij af in hoeverre ik dat zelf moet uitdiepen. Mijn prioriteit ligt bij het boek met 'pensioengedachten', maar ik mij voorgenomen om voor
Jeroen, die mij Verplaetse cadeau heeft gedaan, een leesadvies te schrijven waardoor hij er niet in verdwaalt. In Hoofdstuk 4 trof ik een aantal zeer bruikbare paragrafen voor mijn 'pensioenboek'. Verplaetse legt daar een verband tussen onze 'verwijtcultuur' [pag 189, Waarom verwijten wij eigenlijk zo graag en gemakkelijk iets
aan een ander?] en onze 'prestatiecultuur' [pag 195]. Ik citeer pag 196: "In die prestatiecultuur gedijen verwijten uitstekend. De gigantische kloof tussen moeten en kunnen voedt frustratie en ontgoocheling. [...] Al die verwijten vindt hij [de persoon aan wie iets wordt verweten] terecht, hij moet en zal beter presteren, hij zal bewijzen dat hij het wel kan en zichzelf nog meer forceren, nog meer lijden".
Hiermee zitten we midden in het probleem waaruit de gepensioneerde-in-spe zich moet bevrijden. Maar hij weet niet beter,
het zelfverwijt en het zelf-opjagen heeft hij zelfs geïnternaliseerd. Dat is precies één van de thema's van mijn 'pensioenboek'. Kassa!
15:45 Op het vliegveld van Santiago de Chile voor nationale vluchten.
Over een uur moeten we vertrekken. Ik heb wat gegeten, en zit al bij de juiste gate. De Wifi kreeg ik niet aan de praat. Ik heb er verder geen tijd aan verloren en Verplaetse afgemaakt. Ik heb het concept van dat leesadvies al gereed in handschrift concept.
San Sebastián de La Gomera, Dinsdag, 17 Januari 2012, vertrekdag
Straks om 13:00 begint de reis met de boot naar Tenerife. Vandaar vlieg ik om 19:00 naar Madrid. Daar ben ik om 22:35. Om 00:10 vertrek ik naar Santiago de Chile. Dat is een vlucht van 13u 25min. Ik land daar om 09:35. Dan wachten tot 16:45 op mijn vlucht naar Iquique. Daar word ik om 19:10 afgehaald. Met het tijdsverschil van vier uur erbij staat mijn inwendige klok dan op 'Woensdag 23:10'.
Onderweg zal ik handgeschreven aantekeningen maken. Mogelijk kan ik die in Santiago de Chile uitwerken. Anders wordt het Donderdag.
Hoe dan ook: Reken maar op enige 'radiostilte'. (100 woorden)
18:10 GMT Vliegveld Tenerife Noord. Ik ben al drie uur op dit vliegveld. Het vliegtuig waarmee ik naar Madrid ga, is zojuist geland. Op La Gomera werd ik om 13:00 door Ignacio en Margarita uitgewuifd. Margarita zou mij om 12:00 afhalen, maar daarvóór, bij de 'final touch' in huis voor het vertrek, was er nog een 'incident'. Ik ging naar buiten om iets in de vuilbak te gooien, en toen bleek ik zonder mijn huissleutels buiten te staan. Ajjj!! Ik had mij al verkleed, en de huissleutels klaargelegd voor Ignacio. Naar goede gewoonte voelde ik bij het naar buiten stappen of ik 'de sleutels' bij mij had, maar het was de reisset. Buren waren niet thuis. Anders had ik via het balkon binnen kunnen komen. De huismeester gaf geen gehoor. Toen Margarita bellen. Die moest eerst naar haar eigen huis voor mijn reservesleutels. Allemaal kostbare tijd voor haar. Omdat mijn koffer klaar was, gaf ik dat mee, maakte mijn 'final touch' af, en ging lichtgewicht te voet naar beneden. Met ons drieën dronken we nog 'koffie'. Aan boord en in de bus heb ik geslapen. De 'zenuwen' van het inpakken waren voorbij.
Voor onderweg heb ik twee boeken bij me als 'huiswerk', maar het dikste kon niet meer in mijn zijtas, zodat ik alleen het boek van Jan Verplaetse, Zonder Vrije Wil, onderhanden heb. Het is een pittig -- hoofdzakelijk filosofisch -- boek naar aanleiding van de recente hersenonderzoeken dit uitwijzen dat de mens geen vrije wil heeft, en vooral dat de mens daarom niet meer verantwoordelijk is voor zijn daden. Dat veroorzaakt nogal wat paniek. Een morele chaos wordt gevreesd. Verplaetse, die zelf èn filosoof èn neurowetenschapper is, trekt die conclusie allereerst na, en wijst op nogal wat filosofische slordigheden met betrekking tot het aloude begrip vrije wil waar "Plato, Aristoteles en zelfs de epicuristen" [pag 40] de menselijke verantwoordelijkheid aan koppelden. Hij verwijt dat met name de wetenschappelijke publicisten Daniel Wegner, Victor Lamme en [in mindere mate] Ap Dijksterhuis.
Daarna volgt in een paar hoofdstukken een heel grondig syllogisme waarin hij natrekt of die neurowetenschappelijke vindingen inderdaad menselijke verantwoordelijkheid uitsluiten. Omdat ik recensies van vakgenoten heb gezien die lovend over dit ijzersterke syllogisme schrijven, heb ik het slechts 'diagonaal' gelezen, en mij de laatste uren verdiept in het pittige, maar zeer leesbare hoofdstuk over de persoonlijke gevolgen.
Dat de neurowetenschappers over die gevolgen laconiek en sussend doen, of het maar houden bij de 'illusie' dat vrije wil toch bestaat is begrijpelijk, want wetenschappelijke vindingen 'verkopen' beter dan nare consequenties. Maar Verplaetse vindt het zéér verwijtbaar. Hij gaat er op door. Het moge duidelijk zijn dat ik hier nog op terug kom.
San Sebastián de La Gomera, Maandag, 16 Januari 2012, laatste dag!
Vandaag is het de 'proef op de som'. Past het allemaal in mijn koffertje wat ik de laatste dagen heb klaargelegd? Ik weet uit ervaring dat dat niet zo is, dus moet er nogal wat gepuzzeld worden, en vooral beslissingen worden genomen. Daar ga ik vandaag alle tijd voor reserveren. (50 woorden)
San Sebastián de La Gomera, Zondag, 15 Januari 2012
Lang voor mijn pensioen droomde ik ervan een nieuwe taal te leren als het zover was. Ik dacht aan Italiaans, want ik had een weinig uitgediepte belangstelling voor opera's, en met Italiaans zou ik die in de oorspronkelijke taal kunnen volgen.
Maar het pakte anders uit. Het werd Spaans, en het werd een stuk ingrijpender in mijn leven als het Italiaans waarvan ik had gedroomd.
Dat alles schoot mij te binnen toen ik gisteravond in een concert van The King's Consort was en daar de zeer bekende aria Lascia ch'io pianga hoorde. Ik vond dat altijd een zeer ontroerende melodie, maar ik had mij nooit verdiept in de betekenis van de woorden.
Dat The King's Consort --althans een groepje daar uit-- op ons kleine afgelegen eilandje komt optreden, hoort bij de culturele 'cadeautjes' van het 28ste Muziek Festival van de Canarias. Ze kwamen alleen op de 'kleine' eilanden, en niet op de hoofdstadeilanden Tenerife en Gran Canarias, want 'die hebben al zoveel'. Dat heeft vaak een verrassend effect op de artiesten die wellicht zelden voor zo'n klein publiek in geïmproviseerde zalen of antieke kerken optreden.
Het was een groepje van negen die een programma brachten onder de titel 'Virtuoze Barok'. Daarbij was ook de aria Lascia ch'io pianga die mij, zoals altijd, ontroerde. Toen ik thuiskwam besloot ik de betekenis van de woorden en de verdere context eens na te trekken, de opera Rinaldo van Georg Friedrich Händel in dit geval. En ik luisterde naar de YouTubes die ik met Google vond.
En toen vond ik ook de vertaling van de woorden. Althans in het Engels en het Spaans. Heel vagelijk herinnerde ik mij ooit een NLse vertaling te hebben gehoord, maar ik kon die niet vinden, noch reconstrueren. Daarom 'documenteer'
ik hier de vertaling die ik aantrof in Wikipedia. Niet de hele aria overigens.
Lascia ch'io pianga
mia cruda sorte,
E che sospiri la libertà!
E che sospiri,
e che sospiri la libertà!
Lascia ch'io pianga
mia cruda sorte,
E che sospiri la libertà!
Let me weep over
my cruel fate,
And that I long for freedom!
And that I long,
and that I long for freedom!
Let me weep over
my cruel fate,
And that I long for freedom!
__________________
http://en.wikipedia.org/wiki/Lascia_ch'io_pianga
San Sebastián de La Gomera, Zaterdag, 14 Januari 2012
Vandaag heb ik een belangrijke stap gezet in mijn reisvoorbereiding. De eerste reisbrief is gepubliceerd. Ik schrijf nogal onregelmatig reisbrieven, maar buiten Europa schrijf ik er steevast iedere week een. Meestal met 'wederwaardigheden' of korte beschouwingen die daar onmiddellijk verband mee houden.
Als nouveauté heb ik vandaag de eerste van de reeks gemaakt. Ik moest de hele procedure weer in mijn vingers krijgen na dat jaartje overslaan.
--"Beter nu dan de volgende week", dacht ik.
En nu komt de klus waar ik het meest tegenop zie: Zorgen dat alles in het koffertje past, en niets wordt vergeten. Brrrr!! (100 woorden)
San Sebastián de La Gomera, Vrijdag, 13 Januari 2012
Vandaag geen column. Reisvoorbereiding dringt.
San Sebastián de La Gomera, Donderdag, 12 Januari 2012
Ghislaine reageert op mijn column van 3 januari over social injustice in de 31 OECD landen waar terloops zichtbaar wordt dat NL op de Senior citizens poverty rate bijzonder gunstig scoort.
--"Dat is een gevaarlijk lijstje", schrijft zij: "ik ben blij dat NL het goed doet, maar ik hoop ik dat Meneer Rutte het niet zal lezen. Als graaier kan hij op het idee komen dat er best wat vanaf kan bij die oudjes".
Rutte heeft het graaien van de babyboomers die nu massaal pensioengerechtigd worden. Dat is hoopvol:
--"Tovenaarsleerling tegen oude rotten in het vak" (100 woorden)
San Sebastián de La Gomera, Woensdag, 11 Januari 2012
Toen we in Sevilla waren, zaten we in Hotel Bécquer, en we werden verwelkomd een gedicht van hem op het nachtkastje. Ik stond in de hotelboetiek even met een dikke dichtbundel van Gustavo Adolfo Bécquer in de hand, maar dat kon ik mij als permanent reiziger niet veroorloven. Wèl kocht ik een cd met een aantal gedichten op muziek gezet en gezongen. Die kan ik 'rippen', en zodoende gewichts- en volumeloos op mijn harde schijf meenemen ... en de cd aan een andere liefhebber geven.
Gisteren kwam ik er pas toe die cd te beluisteren. Het gaat om ruim twintig, meestal korte, gedichten die op muziek zijn gezet door Luigi Maráez. Hij is ook de zanger. Hij wordt begeleid door een gitaar en een bas. Maráez heeft een warme donkere stem, en de melodieën zijn sober. Helemaal in de stijl van de Andalusische sentimentaliteit waarbij de woorden belangrijk zijn.
Het blijkt om een eenvoudige Edición limitada te gaan --50 exemplaren slechts-- die verder niet in de handel is. Op het internet trof ik natuurlijk alle teksten aan, want de gedichten van Bécquer zijn heel populair. Die kan ik ook gewichtsloos meenemen.
Ik werd getroffen door ¿Qué es poesía? dat ook bekend staat als Rima XXI.
¿Qué es poesía?, dices mientras clavas
en mi pupila tu pupila azul.
¿Qué es poesía? ¿Y tú me lo preguntas?
Poesía... eres tú.
Hier is mijn vertaling:
Wat is poëzie? zeg je, terwijl
je mij strak aankijkt met jouw blauwe ogen
Wat is poëzie? En dat vraag jíj?
Poëzie ... dat ben jij.
________________________
Gustavo Adolfo Bécquer, ¿Qué es poesía?, dices mientras clavas...
http://www.badosa.com/bin/obra.pl?id=p110-21
Luigi Maráez - ¿Qué es poesía?: http://www.youtube.com/watch?v=LjCB6SNPo3U [gezongen zoals op mijn CD]
Bécquer, Rima XXI: http://www.youtube.com/watch?v=cWwPH-Qt-EU [voorgedragen]
Wie is de dichter? http://en.wikipedia.org/wiki/Gustavo_Adolfo_Bécquer
Wie is de zanger? Luigi Maráez (Andaluz), http://www.becqueryelmoncayo.es/luigi.html
San Sebastián de La Gomera, Dinsdag, 10 Januari 2012, nog één week!
Sudoku en Rubic's Cube zijn twee puzzels die zowel het grote publiek als geavanceerde wiskundigen bezighouden. Van Rubic's Cube is in 2010 het bewijs geleverd dat je met hooguit twintig draaiingen, steeds de begintoestand kunt herstellen. Het getal 20 heet in die kringen 'God's Number'.
Pierre Barthélémy, die een wetenschapsblog heeft op Le Monde, kwam eergisteren met het bericht dat 17 het God's Number voor Sudoku is. Hij wijst daarvoor op een publicatie van 1 Januari onder de titel: There is no 16-Clue Sudoku.
Het is een PDF van 36 pagina's. Het gaat over het fameuze probleem of een Sudoku met minder dan 17 ingevulde vakjes kan bestaan in die zin dat er slechts één oplossing mogelijk is. Conclusie: Nee, sudoku's van 16
zijn niet mogelijk. Punt uit!
De werkwijze is simpel, maar ook hier is 'the devil in the details'. Met computers genereerden ze alle mogelijk 'suduko's' met 16 ingevulde vakjes, en daarna [ook met computers natuurlijk] probeerden ze die op te lossen. In 2006 was de onderzoeker Gary McGuire ook al zover, maar hij zou 173 jaar computertijd nodig hebben voor die operatie, mits iedere test één seconde zou duren. Als hij de beschikking zou hebben over een netwerk van 10.000 computers, zou het altijd nog meer dan een jaar duren. Onmogelijk dus! Daarom zette hij zich met een team aan het werk om 'betere' algoritmes te vinden. Zij ontdekten dat ze niet de hele Sudoku hoefden op te lossen maar dat het checken van enkele specifieke 'kenmerken-van-oplosbaarheid' voldoende was. De 'checker' die ze daarvoor in 2006 hadden, vereiste per puzzel ongeveer een uur computertijd. De nieuwe 'checker' doet het in enkele seconden. In een aantal sessies in de loop van 2011 op de supercomputer Stokes van het Irish Centre for High-End Computing werd het 'bewijs' gerealiseerd. Daarover gaat het artikel van 1 Januari.
Het gaat om indrukwekkende getallen. Ruim vijf miljard 'pure' sudoku's van 16 zijn 'mogelijk'. Om precies te zijn 5 472 730 538, iets minder dan het aantal inwoners van deze aardkloot. Dat woordje 'pure' betekent verder dat ze eerst 'alle' sudoku's van 16 moesten genereren, en daarna de 'afhankelijken' wegfilteren. Dat is een probleem apart. Door van een 'pure' Sudoku cijfers, kolommen e.d. te verwisselen, krijg je een 'andere' puzzel. Dat scheelt een factor van
meer dan duizend miljard.
'Alle' sudoku's van 16 tezamen tellen: 6 670 903 752 021 072 936 960
[6 671 miljard miljard] Schud dat maar in pa z'n hoed!
Maar de èchte wiskundigen vinden het maar niks, dat computergeweld. Die zoeken verder; naar een 'meer elegant' bewijs. Ècht wiskundig.
________________________
Pierre Barthélémy, 17 est le nombre de Dieu au sudoku, 8 janvier 2012
http://passeurdesciences.blog.lemonde.fr/2012/01/08/17-est-le-nombre-de-dieu-au-sudoku/
Website over Minimum Sudoku, http://mapleta.maths.uwa.edu.au/~gordon/sudokumin.php
Gary McGuire, Bastian Tugemann, Gilles Civario, There is no 16-Clue Sudoku: Solving the Sudoku Minimum Number of Clues Problem
http://arxiv.org/PS_cache/arxiv/pdf/1201/1201.0749v1.pdf [een PDF van 36 pagina's]
Ed Russell,Frazer Jarvis, There are 5472730538 essentially different Sudoku grids ... and the Sudoku symmetry group, September 7th 2005, http://www.afjarvis.staff.shef.ac.uk/sudoku/sudgroup.html
Jean-Paul Delahaye, The Science Behind SUDOKU, Scientific American, june 2006
http://www.cs.utexas.edu/~kuipers/readings/Sudoku-sciam-06.pdf
Tomas Rokicki, Herbert Kociemba, Morley Davidson, Rubik's Cube, God's Number is 20 , http://www.cube20.org/
Pierre Barthélémy, 20 est le nombre de Dieu ... au Rubik’s Cube, Slate.fr, 12/08/2010
http://blog.slate.fr/globule-et-telescope/2010/08/12/maths-nombre-de-dieu-rubiks-cube/
San Sebastián de La Gomera, Maandag, 9 Januari 2012
Gisteravond kwam de volle maan prachtig op boven de Teide. Helaas maakten dikke wolken aan de horizon hem daarna onzichtbaar. De reflectie op de schapenwolkjes hogerop maakten de oostelijke hemel toch stralend.
Later op de avond speelde de maan kiekeboe met die lieve wolkjes. Soms probeerden ze hem te verstoppen, maar hij bleef zichtbaar door de kieren. Mispoes!
Rond middernacht was ik wakker, en stond op mijn balkon. Geen wolkje te zien. Ook geen ster, want de maan stond recht boven mijn hoofd, en domineerde alles.
Vanmorgen, in het westen, zag ik Sirius weer, de brutaalste rakker van de hemel. (100 woorden)
San Sebastián de La Gomera, Zondag, 8 Januari 2012
Ik keek vanmorgen naar de maan.
--"Wéér bijna vol", dacht ik, "wat gaat de tijd toch snel".
Mijn herinnering zag opeens ook andere vergankelijkheden.
Ik dreigde nostalgisch te worden.
--"Daarvoor heb ik nu geen tijd!", riep ik nog, "ik moet schrijven".
Ik dacht aan die mail van Gery de vorige week:
Wat nu 'retro' heet heb ik nog als 'nieuw' gekend. En weet je nog van 'Poste Restante', als je op een zwerfreis door Europa was? Dat is nu e-mail, als het al geen twitter is.
--"Help! Ik moet onmiddellijk naar de dichters!", riep ik toen.
Toen dook Jan Boerstoel op met Pulp.
De houtpulp, die zo'n kleine honderd jaar
als drager dient voor al wat wordt geschreven,
begint het met de jaren te begeven,
dus vallen alle boeken uit elkaar.
De pulproman maar ook het meesterwerk,
want als de zure tand des tijds gaat zieken
stoort hij zich niet aan oordeel of kritieken,
die knaagt aan ieder genre even sterk.
En zonder wetenschappelijke hulp
zal ook dit rijm straks eindigen als pulp.
Mijn gedachten gaan naar de drager van de woorden die ik nu zit te schrijven. Gaat die het met de jaren ook begeven? En uit elkaar vallen? Als houtpulp in een modern jasje?
--"Nee, nee!", roepen de wetenschappers, "dit wordt opgeborgen 'in the cloud'. Daar zal het eeuwig leven, boven alle materie verheven".
Ik probeerde mij dat voor te stellen: 'In The Cloud'.
--"Bij De Maan zullen ze bedoelen".
Ik keek nog eens naar de ondergaande maan.
Morgen is hij 'vol', zag ik, en dan is het weer afgelopen met hem.
Wat is daar eeuwig aan?
De tijd gaat snel. Ik moet schrijven! Niet dromen!
En zeker niet 'In De Wolken'. Punt!!!
___________________
Jan Boerstoel, uit Veel werk, Bert Bakker, Amsterdam, 2000
http://www.poezie-leestafel.info/lezen-en-boeken
Maankalender 2012: http://kalender-365.de/maan-kalender.php
San Sebastián de La Gomera, Zaterdag, 7 Januari 2012
Eergisteren trof ik in NYT een titel die mij aansprak, omdat het aansloot bij mijn 'bezigheid-van-het-moment', het boek over mijn 'pensioengedachten'. De titel wees mij de weg. Daarin kwamen de woorden 'second career' voor. Dat bracht mijn snelle blik tot stilstand. Bij mijn manier van kranten lezen moet ik het hebben van dat soort 'Stichwörter'.
Daar heb ik dan ook een gevoel voor ontwikkeld. Toen ik het artikel op het scherm had, trof mij het zinnetje: 'The concept of retirement is fading'. Dat was voldoende op het op 'de stapel' te leggen.
Toen ik het gisteren ging lezen viel het tegen. Ook dát komt voor. Het bleek te gaan over hulp aan kinderen van 'low-income' scholen in New York. Hulp op allerlei gebied, maar speciaal hulp om naar een 'college' te gaan. De
'betere' scholen hebben daar hoogst professionele afdelingen voor, en de gezinnen waaruit die kinderen komen zijn vertrouwd met al die concepten en de 'paperwork' dat daarvoor nodig is. Bovendien zijn er speciale --dure-- 'test-prep' bedrijven die kinderen en jongelui klaarstomen.
Zo niet in de Bronx en Harlem. Er bestaan wel 'charities' die met behulp van vrijwilligers bijstand geven. Een van de bekendste is Robin Hood Foundation die zich in New York speciaal richt op de armoede problematiek. Zij doet dat onder toepassing van de zgn venture philanthropy, waarbij het beheer van de fondsen met de modernste
financiële technieken wordt gedaan. Daar willen de 'super rich' wel hun geld insteken, en het beheren is een 'leuke' pensioenbezigheid. George Soros schonk laatst 50 miljoen.
Maar dat was niet wat ik zocht na dat zinnetje: 'The concept of retirement is fading'.
Het kwam van Mary S. Bleiberg. Zij is direkteur van ReServe. Dat is een nieuw bemiddelingsbureau voor 'vrijwilligers'. Die zijn er nogal wat. Zij worden gesubsidieerd door de overheid of door organisaties als Robin Hood.
Maar ReServe hanteert het innovatieve concept van 'betaald vrijwilligerswerk'. Daar zijn ex-professionals wel voor te vinden volgens Bleiberg: 'Per slot kun je niet alle pensioenuurtjes vullen met golfen'. Enveloppen vullen, of telefoontjes aannemen bij een 'charity', is leuk voor een enkele keer.
Het concept 'pensioen' vervaagt vindt Bleiberg, omdat mensen na hun 55ste of 65ste nog graag professioneel bezig blijven. Vaak ook op een ander terrein, hoewel 'boekhouders' heel goed in de markt liggen.
De betaling is niet hoog. De 'vrijwilliger' krijgt tien dollar per uur, en het is essentieel dat de ontvangende organisatie ervoor betaalt. Dat betekent dat het om 'kwaliteitswerk' gaat. Dat ontbreekt vaak aan 'vrijwilligerswerk'. Die 'geringe betaling' doet wonderen. Het werkt. De website van ReServe laat het duidelijk zien.
En zodoende worden in het artikel de top-professionals geïnterviewd die eerder werkten voor die dure test-prep bedrijven. En nu voor tien dollar per uur in de Bronx en Harlem. Mogelijk met meer bevrediging en enthousiasme
dan voorheen.
Het artikel past dus wèl in mijn 'bezigheid-van-het-moment'.
________________________
TINA ROSENBERG, In a Second Career, Working to Make a Difference, NYT, January 5, 2012
http://opinionator.blogs.nytimes.com/2012/01/05/in-a-second-career-working-to-make-a-difference/
ReServe: http://www.reserveinc.org/ Robin Hood Foundation: http://en.wikipedia.org/wiki/Robin_Hood_Foundation
San Sebastián de La Gomera, Vrijdag, 6 Januari 2012, Los Reyes
Voor ik de deur naar 2011 achter mij dichtgooi, nog even twee artikelen 'van de valreep'. Allebei van Paul Krugman. Op 30 December schreef hij eenvoudig 'Keynes Was Right', en citeert dan meteen de sleutelzin:
--'The boom, not the slump, is the right time for austerity at the Treasury'.
Als je daar even over nadenkt, zie je hoe 'onmogelijk' dat is; politiek gesproken althans. Als de 'boom' er is, wil 'iedereen' meer en meer investeren. 'Iedereen' is aangestoken door de investeringskoorts, ook al wijzen signalen er op dat het bijna is afgelopen met de pret. Integendeel, de 'manie' wordt er nog door aangewakkerd. Van 'intomen' wil 'niemand' horen, want 'iedereen' denkt: "Eerst nog even mijn investering ..."
Je ziet, ik heb in het bovenstaande de begrippen 'iemand' en 'niemand' gemarkeerd, want dáár
zit de dubbele bodem. Het zijn de mensen die met geld willen spelen, liefst zo abstract mogelijk. De 'Financiële Markten', zogezegd.
Langs een omweg sluit het tweede artikel van Krugman daarbij aan. Hij maakt zich daarin bezorgd over de verrechtsing van Europa: Rechtse populisten zijn in opkomst, fascisme dreigt: De Freedom Party in Oostenrijk met haar neo-nazi connecties, de 'Echte Finnen' in Finland, en dan Hongarije nog.
Dat het 'zo erg nog niet is' omdat er nog een 'Hitler in zicht' is, moet ons niet weerhouden bezorgd te zijn. Net zo min als wij geen zorgen zouden moeten maken over de werkeloosheid, ook al zijn de dramatische niveaus van dertiger jaren nog niet bereikt.
Dat tweede artikel, getiteld Depression and Democracy, is gebaseerd op recente onderzoekingen van European Bank for Reconstruction and Development onder de titel Change in Share of Supporters of Democracy 2006-2010:
--'Recessie maakt ons minder democratisch', is de conclusie.
In zijn blog van dezelfde dag haalt Krugman die publicatie uitgebreider aan. Hij onderstreept die trend nog met een foto die je rillingen bezorgt. Daar zie je de para-militaire arm van die Hongaarse partij aangetreden. Die foto komt uit de Spiegel Online van een jaar geleden waarin Budapest 'Europe's Capital of Anti-Semitism' wordt genoemd. Dat artikel gaat in op de groeiende intimidatie van Joden in Budapest.
Het commentaar op de blog is nog het leerzaamst, en geeft de beloofde aansluiting bij het eerste artikel: The point is that democracy is at risk every time it can not rule over markets, in order to avoid negative effects on people like mass unemployment and poverty. But in my opinion it's a fault of democracy leaders, not of people.
Met andere woorden, de democratische leiders laten hun oren hangen naar de Financiële Markten. Die beschouwen ze als 'iedereen', want die hebben de grootste bek.
___________________
PAUL KRUGMAN, Keynes Was Right, NYT, December 29, 2011
http://www.nytimes.com/2011/12/30/opinion/keynes-was-right.html
PAUL KRUGMAN, Depression and Democracy, NYT, December 11, 2011
http://www.nytimes.com/2011/12/12/opinion/krugman-depression-and-democracy.html
Erich Follath, Budapest Experiences A New Wave of Hate, Europe's Capital of Anti-Semitism, October 14, 2010,
Source: Spiegel Online: http://www.raoulwallenberg.net/press/budapest-experiences-a-new-wave-of-hate/
Blog van Krugman: Central European Shadows, December 11, 2011
http://krugman.blogs.nytimes.com/2011/12/11/central-european-shadows/
Daarin de grafiek: Change in Share of Supporters of Democracy 2006-2010
Het commentaar op de blog is van Giorgio Di Maio, Milan, Italy, op 13 December.
San Sebastián de La Gomera, Donderdag, 5 Januari 2012, zus Ria jarig!
Vandaag geen column.
San Sebastián de La Gomera, Woensdag, 4 Januari 2012
De Gentse filosoof Leo Apostel [1925-1995], onder andere bekend om zijn 'vrijdenken', en om zijn boek Atheïstische Spiritualiteit, vroeg zich af waarvoor wij leven. Hij kwam tot deze beknopte conclusie, hoewel er toch dikke boeken over zijn geschreven.
voor de sporadische momenten van geluk
uit nieuwsgierigheid,
om iets achter te laten
Eerder deze week kwam A Poem A Day met een uitermate kort gedicht van William Blake, [1757-1827]. Hij stelde zich kennelijk ook die vraag, en komt eveneens met een 'beknopte conclusie', hoewel hij toch ook dikke boeken en lange gedichten wist te schrijven over zijn 'vrijdenken'
The Angel that presided 'oer my birth
Said, "Little creature, form'd of Joy and Mirth,
"Go love without the help of any Thing on Earth."
Wat is de overeenkomst? Dat ze allebei 70 zijn geworden? Dat ze allebei een drie-regelig antwoord hebben?
Wat is het verschil? Mij valt op dat Blake een opdracht heeft om 'alleen en zonder hulp' het leven in te stappen. Apostel heeft 'alleen en zonder hulp' zijn weg gevonden, en kijkt met verbazing om naar de eenvoud daarvan.
Waarvoor dienen die dikke boeken dan nog?
_____________________
Het gedicht: http://www.poemflow.com/1325
Leo Apostel: http://www.vub.ac.be/vlaamsestudenteninbrussel/personen/leoapostel.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Leo_Apostel
San Sebastián de La Gomera, Dinsdag, 3 Januari 2012
Al een tijd geleden legde ik een artikel in NYT opzij om er 'ooit' wat mee te doen. Het overleefde diverse schoonmaakbeurten, en gisteren kreeg ik het weer in handen. Het is geschreven naar aanleiding van het OECD rapport over 'Social Justice' waarin de 31 OECD landen op dit punt worden vergeleken. Het gaat over sociale ongelijkheid op een breed gebied: kinderarmoede, armoede onder ouderen, toegang tot het onderwijs, gezondheidszorg voor lagere inkomens, inkomensongelijkheid, enzovoorts.
Charles M. Blow gebruikte het in America's Exploding Pipe Dream om te laten zien dat de VS 'nogal onderaan' bengelt op die scores. 'Het is een illusie te denken dat wij een voorbeeld voor de wereld zijn', schrijft hij: We are slowly --and painfully-- being forced to realize that we are no longer the America of our imaginations.
Hij illustreert dat met een tabel die uit die OECD gegevens is gehaald, maar als zodanig daarin niet voorkomt. Hij noemt het Bottom of the Heap: we liggen onderaan op de stapel. En inderdaad ze bengelen onderaan op bijna alle scores. Als je een totaalbeeld wil hebben van wat er in de wereld [hum, de OECD-landen] aan sociale [on]rechtvaardigheid te zien valt, moet je eens rustig voor die tabel gaan zitten.
Mijn aandacht werd getrokken door de Senior citizens poverty rate en de Child poverty rate. Van de Senior citizens poverty rate heb ik zelf een lijstje gemaakt van de dertien landen die minder dan 10% scoren. Daarachter heb ik de Child poverty rate van dat land gezet. Mogelijk kan ik dat gebruiken in mijn boek. Hier is het:
Senior citizens poverty rate / Child poverty rate
Nederland 1,7 / 9,6
Luxemburg 2,7 / 11,0
Tsjechië 3,6 / 8,8
Hongarije 4,7 / 7,0
Canada 4,9 / 14,8
Frankrijk 5,3 / 9,3
IJsland 6,7 / 6,7
Slowakije 7,2 / 10,7
Polen 7,7 / 13,5
Italië 8,9 / 15,3
Noorwegen 8,9 / 5,5
Oostenrijk 9,9 / 7,2
Zweden 9,9 / 7,0
Vier landen hebben een [zeer] lage score op Child poverty rate maar
scoren hoger dan 10% op Senior citizens poverty rate
Duitsland 10,3 / 8,3
Denemarken 12,3 / 3,7 [laagste score op Child poverty rate in OECD]
Finland 13,0 / 5,2
België 13,5 / 10,0
Het gemiddelde is 14,5%, en de 'kampioenen-aan-de-onderkant' zijn in volgorde: Australië (39.2), Mexico (29), Nieuw Zeeland (23.5), Chili (22.8), Griekenland (22.7) en de VS (22.2). In Australië leeft bijna veertig procent van de ouderen in armoede!
Ik weet nog niet of ik dit zal gebruiken in het boek, maar zeker draagt het bij aan het beeldvorming over NL, en wat ons te wachten staat als we iets minder ons best doen sociale rechtvaardigheid voor ouderen te handhaven.
_____________________
Social Justice in the OECD -- How Do the Member States Compare?, www.sgi-network.org/pdf/SGI11_Social_Justice_OECD.pdf
Bottom of Heap [tabel], Selected measures from the report: Social Justice in the OECD - How Do the Member States Compare?
http://www.nytimes.com/imagepages/2011/10/29/opinion/29blow-ch.html?ref=opinion
CHARLES M. BLOW, America's Exploding Pipe Dream, NYT, October 28, 2011.
http://www.nytimes.com/2011/10/29/opinion/blow-americas-exploding-pipe-dream.html
Ik heb het bovenstaande lijstje op 5 januari aangevuld met Child poverty rate en de vier landen boven 10%
San Sebastián de La Gomera, Maandag, 2 Januari 2012
Ik heb dezer dagen nog eens gegrasduind in La Vieillesse van Simone de Beauvoir. Mogelijk zou ik daar bruikbaar materiaal aantreffen voor het boek dat ik schrijf over pensioneren. Beauvoir wil vooral de ouderdom uit de taboesfeer trekken door er nauwkeurige observaties aan te wijden, en dat is voor mij slechts een aanpalend thema. Het is wel
een van de factoren waardoor wij er niet in slagen een goed pensioenplan te maken. We willen de ouderdom niet zien. Zelfs niet
onze eigen ouderdom. Die 'informatie' moet van anderen komen. Anderen moeten ons wijzen op onze ouderdom. Het is als de ergernis die ik gisteren terloops noteerde toen ik het advies kreeg te lopen als een
'normale tachtiger', en niet als als een 18-jarige.
Beauvoir beschrijft haar eigen ervaring:
--"J'ai tressailli à 50 ans quand une étudiante américaine m'a rapporté le mot d'une camarade: 'Mais, alors, Simone de Beauvoir, c'est une vieille!'" [Ik kromp ineen op mijn vijftigste toen een Amerikaanse studente mij vertelde wat haar vriend had gezegd: 'Maar Beauvoir is toch een oudje!']
Maar ook hoe wij 'opeens' ontdekken hoe een ander, die we lang niet hebben gezien, een oude vriend bijvoorbeeld, 'opeens' zoveel ouder is geworden. Dat wijst er op dat we het geleidelijk ouder worden niet waarnemen. Het gaat hier over het ouder worden van 'de ander', want het bericht over ons eigen ouder worden moet van een ander komen: 'La révélation de notre âge vient toujours des autres', schrijft Beauvoir. [K.Tinat]
Het heeft te maken met de ervaring van je eigen constantheid. Als ik [veel] ouder ben, ben ik een ander, niet meer 'ik'. Sommigen herinneren zich dat ze zich als kind niet konden voorstellen volwassen te zijn. Je wilde 'jezelf blijven'. 'Volwassen worden' was een onaantrekkelijk beeld, maar dat werd goedgemaakt door de verlangens naar de 'bijzondere voordelen'
van die status. Het omgekeerde is soms het geval, het verlangen naar 'volwassene' te zijn kan zo groot zijn dat je je kindertijd niet afmaakt.
Maar tegenover een 'oudje' is dat anders, dat heeft géén 'bijzondere voordelen': Integendeel!
Beauvoir haalt een verhaal van Boeddha aan als hij nog prins Siddharta is. Hij is door zijn vader in een prachtig kasteel opgesloten, maar ontsnapt voor een rijtoer in de omgeving. Hij ziet een oude tandeloze, stamelende, bevende man; met een stok.
--"Wat is dat?", vraagt hij aan de koetsier.
--"Het is een oude man", hoort hij hem zeggen. Siddharta is geschokt en wil onmiddellijk naar huis: "A quoi bon les jeux et les joies puisque je suis la demeure de la future vieillesse" [Waartoe dienen al die spelletjes en pleziertjes, als ik de woning ben van toekomstige ouderdom]
Als wij over 'pensioen' denken, dan is dat 'niet' allereerst aan 'ouderdom', maar aan de spelletjes en pleziertjes van bevrijd zijn van 'verplicht werken'. Dat is ook een vervalsing. Misschien moet ik Beauvoir toch erbij halen.
_____________________
De Boeddha anekdote: http://www.saintpierre-express.fr/simone-de-beauvoir-la-vieillesse-1970/
Beauvoir op haar vijftigste: Karine Tinat, La vieillesse de Simone de Beauvoir, Approche croisée des récits du vieillir et d’Une mort très douce et de La cérémonie des adieux, http://w3.cieu.univ-tlse2.fr/textes/A_Karine_Tinat.pdf
http://www.senioractu.com/Simone-de-Beauvoir-l-une-des-premieres-a-avoir-defendu-la-condition-des-personnes-agees_a8528.html
San Sebastián de La Gomera, Zondag, 1 Januari 2012, Nieuwjaar
Ik kijk met diepe voldaanheid terug op het oude jaar. Ik ben in dat jaar hersteld van de ongevallen die mij immobiel hadden gemaakt. De spieren en de gewrichten zijn helemaal hersteld. Mijn uithoudingsvermogen blijft nog wat achter. Ik ben vaak moe-zonder-reden, en grotere inspanningen kunnen mij dagenlang parten spelen. Dat zette mij de laatste weken aan het denken. Is het een kwestie van 'geduld', zoals ik deze zomer in Frankrijk dacht? Dan komt dat ook wel. Dat was gedeeltelijk succesvol. Het zou 'overtraining' zijn: Ik wil sneller herstellen dan mijn lijf toelaat. Het zij zo.
Terug op La Gomera wees het jaarlijkse bloedonderzoek op laag vitamine B12. Dat zou de oorzaak kunnen zijn, en ik begon mijn weg te zoeken in corrigerende diëten en eetgewoonten. Pillen en injecties passeren ook de revue, maar dat zet ik niet bovenaan mijn lijstje. Liefst géén medicijn. Ik zoek verder, de diagnoses zijn mij nog te rechtlijnig.
Een paar dagen geleden, in een gesprek met Mario, de osteopaat die mij 'ter been' heeft geholpen, en mij nog begeleidt, kreeg ik een heel ander idee.
Hij zei: 'Je leeft en beweegt als een 18-jarige, helemaal niet als een tachtiger, je bent een Draufgänger. Misschien als je gewoon rustig loopt --'als een tachtiger'-- dat dan die uitputtende vermoeidheid vanzelf geneest'.
Inderdaad, ik houd van 'pittig' doorlopen. Van slenteren word ik moe, en bovendien houdt het mij 'al doende' in conditie. Maar ik zag ook mijn weerstanden tegen wat Mario opperde.
--'Mogelijk is dat juist het kenmerk dat het in-de-roos is', overwoog ik.
Zodoende nam ik gisteren pas het besluit om het te proberen. Mijn denken erover draaide kringetjes. Ik besloot mijn dagelijks boodschappenreisje naar de benedenstad [80 meter, 400 traptreden, 20 minuten] eens 'langzaam' te doen. Niet het gebruikelijke 'pittige doorstappen'. En toen gebeurde het.
Om te beginnen moest ik mij tegenhouden om niet mijn gebruikelijke 'pittige pas' te hernemen. Inderdaad, ik raakte ontspannen, en liep veel 'losser'. Maar ik werd moe. Zo moe dat ik ter plekke wel had willen slapen en 'uitrusten'.
--'Nee!', zo sprak ik mij toe, 'rustig doorlopen in Nieuwe Stijl!, kijken wat er gebeurt!'
De moeheid en slaperigheid zakten weg, maar heel diep werd ik verdrietig. Ik liet het gebeuren. Wat maakt mij verdrietig? Ik kreeg geen beeld. Ik moest bijna huilen, zo diep zat 'het'. Maar 'het' vertoonde zich niet. 'Het' bleef raadselachtig. Ik kreeg jeugdbeelden, en herinnerde mij vagelijk dat ik ooit een besluit had genomen om --ondanks alles-- altijd 'pittig' door te stappen. Waarom? Hoezo?
--'Mijn 'pittige pas' is er om 'al doende' in goede conditie te blijven', zei ik in mezelf, 'dan hoef ik daar geen aparte oefeningen voor te doen'.
Ik kreeg beelden die mij voorhielden 'altijd paraat' te moeten zijn. Zodat ik onverwacht onheil zou kunnen pareren, en niet door eigen schuld 'de slag' zou verliezen. Vage angsten kwamen op dat ik de 'pittige pas' niet mocht laten schieten. Dat zou fataal zijn. Welke [jeugd] beelden en -illusies steken daar achter?
Later op de dag maakte ik de afdaling nog eens. Ook langzaam. Hetzelfde effect. Wéér moest ik bijna huilen. Het moet om 'afscheid' gaan, denk ik nu, maar van wat? Ik heb heel 2012 om dat uit te zoeken.
Dat is een mooi nieuwjaarsvoornemen, nietwaar?
San Sebastián de La Gomera, Zaterdag, 31 December 2011
John Clare (1793-1864) was een 'boerendichter', die toentertijd bekend was als 'the Northamptonshire Peasant Poet'. Op dit moment wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste Engelse dichters van de 19e eeuw. Hij had weinig formele scholing, en werkte aanvankelijk als landarbeider. Later was hij dichter-om-den-brode want hij moest er zijn gezin met zes kinderen van onderhouden. Zijn gedichten zijn vaak scherpzinnige observaties van de natuur en van innerlijke roerselen.
Dit 'afscheidsgedicht' van het oude jaar is daarvan een voorbeeld. 'Wèg Oudjaar, Leve het Nieuwe', zou je in de huidige consumptiemaatschappij zeggen. Vandaag is een uitstekende dag om daarbij stil te staan voor we vanavond dóórhollen naar Het Nieuwe.
The Old Year
The Old Year's gone away
To nothingness and night:
We cannot find him all the day
Nor hear him in the night:
He left no footstep, mark or place
In either shade or sun:
The last year he'd a neighbour's face,
In this he's known by none.
All nothing everywhere:
Mists we on mornings see
Have more of substance when they're here
And more of form than he.
He was a friend by every fire,
In every cot and hall--
A guest to every heart's desire,
And now he's nought at all.
Old papers thrown away,
Old garments cast aside,
The talk of yesterday,
Are things identified;
But time once torn away
No voices can recall:
The eve of New Year's Day
Left the Old Year lost to all.
___________________
http://en.wikipedia.org/wiki/John_Clare
The Old Year: http://www.poemflow.com/1322
San Sebastián de La Gomera, Vrijdag, 30 December 2011
Zondag schreef van een afwasmachine die kan koken. Dezelfde dag repareerde mijn wasmachine mijn elektronisch stappentellertje dat al enige tijd nukken vertoonde. Dat was zó fantastisch, dat ik het een paar dagen heb aangekeken.
Maar het is wáár. Het werkt nog perfect.
Een nieuwe batterij had niet geholpen. Ik deed mijn wandelbroek in de wasmachine. Per ongeluk ging het tellertje mee. Pech.
Als het uit de was komt, hang ik het te drogen in de zon, en probeer nog eens of het werkt. Het werkte weer!!
Ongelovig kijk ik het een paar dagen aan. Inderdaad, mijn wasmachine repareert elektronica. Fantastisch! (100 woorden)
San Sebastián de La Gomera, Dinsdag, 27 December 2011
San Sebastián de La Gomera, Woensdag, 28 December 2011
San Sebastián de La Gomera, Donderdag, 29 December 2011
Zie Mijn Dagboek 5 December.
San Sebastián de La Gomera, Maandag, Tweede Kerstdag 2011
Alan Riding, de schrijver van het boek over de houding van de Franse kunstenaars tijdens de Nazi-bezetting, was eerder correspondent van NYT in Argentinië. Daar begon zijn interesse in de houding van kunstenaars bij dictatoriale overheersing: Aanpassen of 'protest'. Later, als hij correspondent in Parijs is, kwam het Franse oorlogsverleden op de
snijtafel. Tot en met het Gaullisme, wat toen nog een belangrijke politieke stroming was. Chirac, bijvoorbeeld, begon als Gaullist.
Wat er precies in Europa gebeurde is mij niet duidelijk, maar Roger Cohen schrijft in 1997 als het proces tegen de toen 87-jarige Maurice Papon in volle gang is, dat eerder Zwitserland en Zweden een 'gewetensonderzoek' over hun zogenaamde 'neutraliteit' hadden afgerond. Mogelijk werkte dat aanstekelijk, of waren de mensen, die de Franse mythes over 1939-1945 in stand hadden gehouden, inmiddels gestorven.
Pas in 1995 erkende Chirac officieel de misdaden van de Vichy regering. Papon was daarbij, had zonder aandrang van de Gestapo de Joden van Bordeaux gedeporteerd, en was na de oorlog nog minister van financiën geweest.
Maar door het Papon proces breekt de beer los. Een Gaullistisch kopstuk, Philippe Seguin, schrijft in Le Figaro: 'Genoeg, genoeg, genoeg! Het wordt een proces tegen De Gaulle, het Gaullisme en heel Frankrijk'.
Een vroegere Gaullistische minister, Olivier Guichard getuigt in het proces: 'We hebben geleefd onder twee mythes die door De Gaulle waren geïnspireerd, dat het Vichy regiem nooit heeft bestaan, en dat Frankrijk de oorlog van 1939-1945 heeft gewonnen.'
Bij zoveel 'vuiligheid' die boven water komt, concentreert Riding zich op de 'cultuur' tijdens de oorlog. Daarvoor had hij die lange --prachtige-- inleiding nodig die ik eerder aanhaalde.
In een bespreking van Riding's boek, Path of Least Resistance, van Geoffrey Wheatcroft, komt Jean-Paul Sartre aan het woord. Hij was soldaat in 1940 vertelt dat zij toen vonden dat Frankrijk corrupt was, en bestuurd werd door de rijken.
--"Niemand wilde daarvoor sterven, tot wij begrepen dat de Nazi's nog erger waren".
Over November 1940, als het Vichy regiem eist dat alle leraren zweren dat ze niet-Jood zijn, en dat het zonder verzet gebeurt, zegt Simone de Beauvoir: 'there was no way of doing otherwise'.
Frankrijk was in wezen fascistisch en anti-Joods. In Parijs worden door 'bekende namen' de Duitse bezetters 'entertained', en worden 'gewoon' anti-joodse liedjes daarvoor geschreven.
Het wordt anders als de Duitsers de oorlog verklaren aan Rusland. De Franse communisten, die zich tot dan stilletjes hebben gehouden, beginnen met de Résistance die De Gaulle anderhalf jaar eerder had 'uitgevonden'.
In de Parijse boekenstalletje worden na de bevrijding, van de ene dag op de andere, de nazistische en anti-joodse literatuur, Je Suis Partout en Au Pilori vervangen door Combat en Libération. Niks aan de hand. De mythe van De Gaulle deed zijn werk.
________________________
ROGER COHEN, The French Memory and the War, NYT, October 23, 1997, De uitspraken van Seguin en Guichard komen uit dit artikel.
http://www.nytimes.com/1997/10/23/world/the-french-memory-and-the-war.html
Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Vichy_France
San Sebastián de La Gomera, Zondag, Kerstmis 2011
¡¿Cocinar con el lavavajillas?! Koken met de afwasmachine?! Inderdaad!!
Daarover gaat een artikel in El País van gisteren. Het is eigenlijk heel eenvoudig.
--"Ik had het zelf kunnen bedenken", zeg je dan spijtig.
Het klaargemaakte spul doe in een weckglas, en dat gaat in de afwasmachine, samen met de afwas. Het waswater kan je weckglas niet binnendringen. De warmte natuurlijk wel. Het gaat ook met vacuüm gesealde plastic zakken.
Het video-tje van ruim één minuut maakt de 'pointe' onmiddellijk duidelijk.
Daarna krijg je nog uitleg voor koeskoes, maar een beetje kok of kokkin weet zelf wel geschikte recepten. (100 woorden)
___________________
Het video-tje [Italiaans, maar dat koeskoes recept ken je wel]:
http://www.elpais.com/videos/cultura/cuscus/cocinado/lavavajillas/elpepitdc/20111223elpepucul_3/Ves/
Het artikel [Spaans, maar het is overbodig voor het begrijpen van de 'pointe']:
LUCIA MAGI, ¡¿Cocinar con el lavavajillas?!, REPORTAJE: gastronomía, El País, 24/12/2011. Lisa Casali, bloguera italiana de cocina ecológica, propone en un original y exitoso libro de recetas elaborar platos sanos con el electrodoméstico
http://www.elpais.com/articulo/Tendencias/Cocinar/lavavajillas/elpepitdc/20111224elpepitdc_1/Tes
Foto van uitvindster met gereed product in de handen:
http://www.elpais.com/recorte/20111224elpepitdc_1/XXLCO/Ies/Lisa_Casali_cocina_casa.jpg
San Sebastián de La Gomera, Zaterdag, 24 December 2011
Donderdag schreef ik hoe Charles De Gaulle de Franse 'Résistance' uitvond op de grens van mythe en fantasie. Ik deed dat naar aanleiding het boek van Alan Riding, And the show went on: cultural life in Nazi-occupied Paris. Om begrijpelijk te maken hoezeer het Franse culturele leven in de ontkenning leefde van de werkelijkheid, begint dat boek met een inleiding over het culturele leven in Parijs gedurende WOI, en zelfs een beetje eerder met Gertrud Stein, and all that. Dáár ligt het antwoord, volgens Riding.
Parijs was in die tijd, en in het Interbellum, een knooppunt van artistieke revoluties, en je ziet in die inleiding 'alle' namen passeren. Het is een brokje cultuurgeschiedenis: 'Probably at no time since the Italian Renaissance had one city boasted such a remarkable concentration of artistic brilliance'. Maar Parijs leefde in totale ontkenning van
de werkelijkheid. Lees de Inleiding van Alan Riding's boek op het Internet.
Terwijl Duitse kunstenaars de horreur van de loopgravenoorlog --die niet eens in eigen land plaatsvond-- in hun kunst betrokken, werd die door de Franse kunstenaars totaal genegeerd, al woedde die op nog geen tweehonderd kilometer van de stad: '1.4 million Frenchmen died, representing 3.5 percent of the population and almost 10 percent of working-age men', nog afgezien van de 'mutilés de guerre'.
In Cessenon sur Orb bezocht ik eens het kerkhof met een lokaal historicus. Bij het monument voor de gevallenen vertelde hij details van ieder van die namen, en ook dat één inwoner uit die leeftijdsklasse de oorlog had overleefd, als 'mutilé de guerre'. Door een enkele toevallige bijkomstigheden was Cessenon sur Orb niet 'verlaten' zoals veel andere dorpen in de omgeving. Het platteland liep leeg.
Frankrijk worstelde al vóór WOI met lage geboortecijfers maar: 'not until 1931 [...] the country exceeded its 1911 population of 41.4 million'. Mijn aardrijkskundeleraar op de HBS, Van Meegeren, tevens voorzitter van
de toenmalige Bond van Grote Gezinnen, haalde vaak aan dat zowel Duitsland als Frankrijk in 1918 rond de 40 miljoen inwoners hadden. In 1940 was dat voor Frankrijk nog zo. Duitsland had het dubbele: tachtig!
In Parijs ging het feest door, maar de arme Parijzenaars ' ... had long since been evicted from the elegant heart of Paris by Baron Haussmann’s drastic urban redesign [ ... ] Paris was the favored arena of elitist divertimento, drawing minor royalty, aristocrats and millionaires to buy art ...'
Dat gaat in het Interbellum zo verder. Politiek was Frankrijk ontredderd wegens de disfunctionele Derde Republiek. WOI hadden ze 'gewonnen', maar: 'victorious in name but shattered in spirit', schrijft Riding.
Immigranten stromen toe, vluchtend voor dictaturen, of seksuele vrijheid zoekend, samen met vervolgde Joden uit Duitsland, en artiesten van heel de wereld die naam wilden maken: The Show Went On. Die totale ontkenning van de werkelijkheid ging door tijdens de bezetting: De uitvinding van de 'Résistance' op de grens van mythe en fantasie sloot daar helemaal bij aan.
Wat mij interesseert is die kloof tussen werkelijkheid en fantasie die samenging met de welvaartskloof. Het klootjesvolk vocht zich dood in de loopgraven en werd uit de stad verbannen, terwijl de rijken, Gertrud Stein, and all that, feest
vierden.
--"Is dat de horreur die we van de komende welvaartskloof moeten verwachten?"
___________________
Excerpt Alan Riding, And the show went on:
http://www.randomhouse.com/book/154214/and-the-show-went-on-by-alan-riding#excerpt
Lees verder in Lopend Dagboek [140]. Het loopt van 1 tot (voorlopig) 20 Januari 2012 en begint met een voldane terugblik op het oude jaar en met verrassende emoties die op afscheid wijzen. Van wat? ...
Lees verder in Dagboek 139. Het loopt van 1 tot 31 December 2011 en begint boven de Atlantische Oceaan als ik terugreis van Sevilla waar ik met Ghislaine een paar vakantiedagen heb doorgebracht [1]. Drie keer doe ik het in 100 woorden [3 25 30] en negen keer sla ik over omdat ik Het Boek laat voorgaan boven mijn dagelijkse column [6 7 8 13 14 15 27 28 29]. Twee keer gaat het over mijn schrijfervaringen met Het Boek [5 9]. Twee keer zoek ik het ook bij de dichters [20 31]. Bij aankomst in San Sebastián zie ik voor de zoveelste keer roeiers starten voor hun oversteek van de Atlantische Oceaan, net als Columbus [2]. Ik zie het Ballet van Moskou met De Notenkraker [3], en maak ik een reuzegrote wandeling [4]. De relatie tussen toename van geweld bij klimaatveranderingen --en de algemene afname daarvan-- wordt belicht door een historicus [10], een socioloog [11] en een soldaat [23]. De financiële crisis komt aan de orde als die 'keihard' met methoden van de moderne fysica op de snijtafel wordt gelegd [16 17 18]. De moderne geschiedenis van Frankrijk komt aan de orde als ik ontdek dat Charles de Gaulle als 'storyteller' moet worden gekenschetst omdat hij de Résistance uitvond, als het Nazi-verleden van Frankrijk aan de orde komt, en als zichtbaar wordt hoe het klootjesvolk zich doodvocht in de loopgraven en de 'cultuur' van Parijs tot ongekende hoogte steeg in WOI [22 24 26]. De inkomenskloof is ook aan de orde als blijkt dat de feitelijke vergroting van de inkomenskloof wordt ontkend door Amerikanen die dat idee 'ongemakkelijk' vinden [19]. Een dergelijke tweespalt is ook te vinden in het hoge percentage dat gelooft in 'God en Hogere Macht', en het lage percentage dat zich tot enige religie rekent [12]. Aan de hand van een chanson van George Brassens rekenen wetenschappers uit dat Pietje de Dood met een snelheid van 2,95 km/uur komt aanlopen [21]. Zorg dat je hem voorblijft!
Lees nòg verder in Dagboek 138. Het loopt van 1 tot 30 November 2011 en begint met mijn eerste dag op La Gomera waar ik werd verrast door raadselachtige stroomuitvallen, en waar ik de andere dag werd verrast door de stilte, omdat het niet waaide, zoals gewoonlijk! [1 2]. De maand eindigt in Sevilla waar ik met Ghislaine een paar toeristische dagen beleefde [30]. Ik maak ook nog een 'flitsreis' naar Delft waar ik met mijn jaargenoten-van-toen vier dat we 60ste jaars zijn geworden. Het valt mij op dat ik mij 'winters' moet kleden [18 19 20]. Gedurende mijn verblijf in Sevilla besteed ik vijf keer 'toeristisch' aandacht aandacht aan de stad [24 26 28 29 30]. Ik ga zeven keer 'naar de dichters', waarbij ik twee keer wordt geïnspireerd door de dichter Gustavo Adolfo Bécquer waarnaar ons hotel is vernoemd [4 8 12 20 21 25 27]. Tien keer doe ik het in '100 woorden' en twee keer laat ik het afweten. Twee keer rapporteer ik ook over de 'pittige' wandelingen die ik herneem, waarbij ik alert blijf op de vervelende na-vermoeidheid die mij in Cessenon sur Orb parten had gespeeld. De crisis komt drie keer in het zoeklicht [9 11 17]. Onder 'gemengde onderwerpen' valt de cynische exploitatie van Michael Jackson door zijn familie [10], het 'culturele' nafluiten van vrouwen Spanje [5], het boek van Jaqueline Kelen over eenzaamheid [15], een wetenschappelijk onderzoek naar de ergernis bij filerijden [22], en een beschrijving van het Schröderhuis in Utrecht in een Spaanse krant [13].
Lees nòg verder in Dagboek 137. Het loopt van 1 tot 31 Oktober 2011 en begint met een spannend ongeval met de harde schijf en in The Cloud. 'By hindsight' zelfs leerzaam, interessant en voorspellend, zoals bleek bij de latere tegenslagen in de maand [1 14 20 21]. De maand begint in Cessenon en eindigt de 31ste als ik bijna in La Gomera ben. Onderweg, in Barcelona, zie ik weer de Sardana dansen op het plein voor de kathedraal, en zet de foto's daarvan op Flickr [30]. Ik koop er een Moleskine om mijn nieuwe leven te begeleiden [31]. Negen keer doe ik het in 100 woorden, drie keer sla ik over, en de niet-te-missen Franse Primaires komen vier keer aan de beurt [9 15 26 29]. Argentinië verschijnt twee keer met minder fraaie gebeurtenissen: feminicide en babyroof [8 11]. Ik kom een keer toe aan een gedicht [23], en een keer lul ik maar over 'wat anders' want de realiteit is onbeschrijfbaar [22]. Ik noteer dat ik weer gewoon drie uur kan lopen [7]. 'En passant' komt de 'permanente staatsgreep' van De Gaulle aan de orde
[9], en ik kritiseer iemand die privacy tegen tolerance wil wegstrepen [13]. Natuurlijk is er ook iets over de Indignados en over Occupy Wallstreet [16]. Uit Nassim Taleb's nieuwe boek, Het Bed van Procrustes, citeer ik aforismen, waarmee ik mij kostelijk amuseer [17 18].
En nòg verder in: de oudere dagboeken
Let op!
De dagboeken staan in de 'historische' volgorde, niet in de 'omgekeerde' zoals hierboven.
naar de top
terug eerste dagboekregel
|