Altijd maar Wachten
Een wereldreiziger staat te wachten in een afgelegen en uitgestrekt bos, waar in geen honderd kilometer iemand woont. Hij wacht op de bus. Maar de bus komt maar niet.
Gelukkig heeft hij een tent, voedsel enzovoorts bij zich voor vele dagen, dus blijft hij geduldig wachten. De bus zal zo wel komen.
Uit de verte komt een wandelaar aangelopen.
--"Goede middag."
--"Goede middag."
--"Waar staat u op te wachten?"
--"Ik wacht op de bus Het Verste Eindpunt."
--"Dan kunt u lang, heel lang wachten."
--"Waarom zegt u dat zo? Er komt toch hier een bus langs?"
--"Die buslijn bestaat niet."
De wachtende:
--"Mijn vriend Karel die altijd de bus neemt en alle buslijnen uit zijn hoofd kent, vertelde me over de bus Het Verste Eindpunt. Hij kan het weten. Ik blijf wachten"
Ineens buldert de wandelaar van het lachen.
--"U lacht me toch niet uit?" vraagt de wachtende nerveus.
--"Nee, dat niet, maar vorige week kwam ik hier ook langs en die man wachtte ook op de bus Het Verste Eindpunt. Ik heb natuurlijk navraag gedaan bij de busdienst en bij iemand van het streekarchief. Wat blijkt? Die lijn bestaat al 200 jaar niet meer. Deze plek was trouwens nooit voor een buslijn bestemd, maar een halte voor de koets. Zo'n wagen met vier Friesche zwarte paarden ervoor.
--"Ze stonden zeker van ongeduld voor de koets te trappelen en te briesen?"
--"Hoe oud is die Karel waar u over sprak?"
--"Hij is 35 jaar en van mijn leeftijd".
--"Dat is vreemd."
--"Ja nu u het zegt, zijn vader heette ook Karel en die vertelde hem over de buslijn Het Verste Eindpunt, en hij had het weer van zijn vader gehoord."
--"Die heet zeker ook Karel?"
--"Hoe weet u dat? Kent u zijn familie?"
--"Nee, dat niet, maar die naam Karel verwachtte ik al."
De wachtende:
--"Hoeveel mensen zullen hier nog wachten op de bus Het Verste Eindpunt?"
--"Weet ik niet. Het is hier erg afgelegen en mensen houden blijkbaar van wachten. Ik wandel hier wel elke week, en er staat bijna altijd iemand te wachten op de bus Het Verste Eindpunt"
De wachtende:
--"Hoe vaak staat daar iemand te wachten?"
De wandelaar:
--"Laat me nadenken. Ja, dat is toch zeker 10 jaar"
De Wereldreiziger
--"Die Karel heeft vast veel vrienden."
Ze moeten beide hard lachen. Zij spreken nog geruime tijd over dit voorval.
Maar vlak voor de duisternis invalt, lopen ze al lachend ieder een andere kant uit.
Uit de verte worden de geluiden van paardenhoeven steeds luider. Een schim van een zwarte koets, en iemand op de bok met hoge hoed, wordt zichtbaar en verdwijnt. Er heerst stilte.
Wat zichtbaar blijft zijn twee uit elkaar bewegende lichtbronnen.
(21-5-2003)
© 2003 Jeroen van Eyk
|