De echo

Een man en een vrouw lopen langs een meer.
Nee, het is de zee.
De golven komen.
De golven gaan.
Ze lopen gearmd.
Ze lopen vrij.
Het water beukt.
Plotseling is het stil, enkel een rimpeling

Jan, beweerde dat hij alles kan tegenhouden, wat hij maar wilde. Niemand in het dorp die hem geloofde, want wie houdt er nu een zware storm tegen, die op de duinen beukt. Daar heeft het dorp wat aan, maar het goede van het kwade scheiden . . . Dat moeten anderen maar doen, aldus Jan De Kandelaar.

Hij zou de wind wel tegenhouden. Hij kocht planken, en vormde deze om tot een grote wand, groot genoeg om het dorp, dat vlak bij de zee ligt, te beschermen tegen de storm.

Zijn vrouw Teka wist dat Jan zou doen wat hij zei, maar misschien had ze nog een kans hem te overtuigen, dat in haar ogen waanzinnige plan, niet uit te voeren. Ze riep, toen Jan het scherm bij windstilte uitprobeerde:
--"Doe dat niet. Dat lukt niet. Het gaat je niet lukken."

Jan bulderde terug:
--"Er is geen storm. Als de storm te heftig, wordt leg ik het scherm neer op deze stenen muurtjes vlak voor me."

Teka: "Hoe weet jij wanneer de storm begint, en hoe sterk die zal zijn?"
Jan: " Ik kijk naar de horizon en bestudeer de grootte van de golven. Vervolgens tel ik hoe lang het duurt dat die naar me toe komen."
Teka schreeuwt terug: "Hij komt eraan."

Het geloei van de aankomende storm komt snel naderbij.
Teka schreeuwt: "Waar ben je?"
Ze wacht even.
Teka: "Waar ben je?"

Plotseling komt er een windvlaag vanuit de tegenovergestelde richting als de storm.
Jan schreeuwt: "Ik ben achter je."
Teka draait zich om: "Waar ben je? Laat je zien!"
Jan schreeuwt: "Dat zeg ik net. Ik sta achter je."
Teka: "Maar ik zie je niet."
Jan: "Ben je blind?"
Teka: "Nee, ik zie alles goed. Je kunt toch gewoon blijven staan en niet om me heen draaien Een grapje is leuk, maar dit is geen grap meer. Je maakt me bang.
Hou daar mee op!"
Jan: "Ik heb je lief."
Teka: "Kom te voorschijn!"
Jan: "Zie je mij dan echt niet? Ik kan je goed zien. Je staat met je rug naar mij gekeerd."
Teka: "Kom te voorschijn! Draai niet om me heen!"
Jan: "Ik draai niet om je heen. Ik sta op dezelfde plaats."
Teka: "Maar dat kan helemaal niet, je stond net nog bij de zee."
Jan: "Dat klopt. Daar sta ik nog steeds."
Teka: "Leg een hand op me schouder, zodat ik voel waar je bent!"
Jan: "Dat zal ik doen als jij niet in het rond blijft draaien."
Teka: "Maar dat doe jezelf."
Jan: "Dat doe ik niet."
Teka: "Leg gewoon een hand op mijn schouder desnoods twee!"
Jan: "Ik leg nu een hand op je schouder. Voel je mijn hand?"
Teka: "Ik voel een kou over mijn schouder gaan. Wat is er met jouw gebeurd?"
Jan: "Ik voel warmte."
Teka: "Wat ben je?"
Jan: "Hoe bedoel je, Teka?"
Teka: "Je blaast in mijn oren."
Jan: "Ik fluister je naam."
Teka: "Ik hoor je overal."
Jan: "Waar ben je Teka?"
Teka: "Ik ben gevallen en lig op de grond."
Jan: "Je wordt steeds ijler."
Teka: "Ik voel me groter worden."
Jan: "Ik blaas over je heen. Je klotst tegen het zand."
Teka: "Je beweegt met me mee."


© 2005 Jeroen van Eyk