From: N.F.M.Roozenburg@io.tudelft.nl 8-JUL-1994*
To: ivasec@urc.tue.nl
Subj: Rede 3e versie

Gerard,

Ik heb de derde versie gelezen, en niet zo heel veel nieuws meer op te merken. De indeling van de rede, zoals samengevat op pagina 11 is goed en duidelijk. Door veel gedachten in de voetnoten te stoppen, komt de rode draad goed naar voren.

Hier zijn nog wat opmerkingen:

blz. 2

"Nadenken over methoden leidt tot methodologie". Ik ben geneigd te zeggen: Nadenken over methoden IS methodologie. Maar misschien bedoel je dit ook wel.

Ik heb moeite met de gedachte dat de TUD gedurende 25 jaar bezig was met het ontwerpen van een IO-faculteit. Je zou inderdaad kunnen zeggen dat de TUD 25 jaar geleden de IO faculteit heeft ontworpen, maar heeft ze de uitvoering van dat plan van harte ondersteund?

"Geavanceerd denken over ontwerpen als wetenschap" We hebben inderdaad bij IO veel nagedacht over ontwerpen. Wat ontwerpen is, in vergelijking met andere menselijke bezigheden, hoe je het zou moeten doen, hoe je het bijbrengt aan studenten, hoe je het gedrag van ontwerpers onderzoekt (met het doel onderwijs en praktijk te verbeteren), etc. Maar waren we in dat denken GEAVANCEERD? Waren we koploper, trekker in Nederland en/of internationaal? In Nederland behoorden we altijd tot de weinige universitaire groepen die überhaupt bewust met ontwerpen bezig waren. (Bouwkunde in Delft en Eindhoven, en tot voor kort Kroonenburg en medewerkers behoren daar ook toe). Maar internationaal gezien waren wij lange tijd 'meelopers': De voortrekkers zaten elders (Engeland, USA, Duitsland). Pas door onze (Eekels, Roozenburg, Nijhuis, Oudt, Christiaans, en anderen, Schierbeek) activiteiten in SEFI en ICED verband hebben wij een "voorbeeldstatus" verkregen. Ik denk niet omdat we nieuwe geavanceerde theorieën over ontwerpen zouden hebben (dat is niet zo), maar omdat Delft IO in de praktijk bracht en brengt wat door velen gezien wordt als een goed model voor interdisciplinair ontwerponderwijs. We worden vooral bewonderd en benijd om de aanwezigheid van de vier vakgroepen in een school, die - zo goed en zo kwaad als dat gaat - samen ontwerponderwijs verzorgen. Dat vindt je nergens op deze aardbol.

Ik houd moeite met het begrip NIEUW METHODOLOGIE. Waarnaar verwijst dat? Was er iets, respectievelijk is er nu iets, of zijn we op zoek naar iets, dat dit label verdient? In de jaren 60 waren ontwerpdocenten in Bouwkunde, Industriele Vormgeving en werktuigbouwkundig ontwerpen inderdaad op zoek naar een nieuwe methodologie. Men wilde uitstijgen boven het ervaringsontwerpen. Ontwerponderwijs zou meer moeten zijn dat de meester nadoen, of door te doen zelf ontdekken hoe het kan of moet. We geloofden in "wetenschappelijke" ontwerpmethoden. We speelden leentjebuur bij andere disciplines - besliskunde, operations research, psychologie, systems engineering, etc. De methoden (jouw METHODOLOGIËN?) waartoe dat alles heeft geleid, hebben de tand des tijds maar met moeite doorstaan. Niet alleen bij ontwerpen, dat is ook in de wetenschap het geval, sinds Feierabend's (zaliger gedachtenis) "Anything Goes".

blz. 3

Wat is ingenieurswetenschap? In een vorige notitie heb ik daar al het een en ander over gezegd. Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Geef je eigenlijk wel een antwoord op die vraag? Waarin verschilt IW van andere wetenschap (welke?, zuivere wetenschap?, gedragswetenschap?, iets anders?). Ingenieurs willen maken. Inderdaad, dat is waar het de ingenieur in de praktijk uiteindelijk om gaat. De vraag is dan, leidt deze praktische doelstelling tot een ander soort van wetenschap?, andere begrippen, andere theorieën, andere onderzoeksmethoden, andere . . .? Anders gezegd: is voor ontwerpen een ander soort van wetenschappelijke kennis nodig, dan de kennis die voortkomt uit vrij, zuiver, niet-toepassingsgericht onderzoek? Ik denk dat het antwoord JA is, maar waar het precies in zit, is moeilijk aan te geven.

"Het probleem van de ingenieurs methodologie is dat die ontbreekt".
Letterlijk genomen denk ik dat deze uitspraak apert onjuist is. Ingenieurs, zowel als onderzoeker en als ontwerper, doen niet zomaar wat. Zij passen meer of minder bewust allerlei methoden toe, voor een deel dezelfde als de methoden van wetenschappers en voor een deel behorend tot het typische repertoire van de eigen technische discipline. Het probleem is dat maar weinig van de typische ingenieursmethoden systematisch beschreven is, en al helemaal niet door wetenschapsfilosofen en methodologen. Ze zijn dus onzichtbaar, blijven buiten de discussie.

blz.4

"zwakke identiteit" en "vernieuwende ingenieurs methodologie".
Ik ben het ermee eens dat ingenieurs zich niet meer alleen kunnen verlaten op beta-wetenschappen. Hun problemen in de praktijk zijn minder en minder uitsluitend "fysisch" van aard. Maar dat heeft niet alleen konsekwenties voor hun werkwijze (methodologie) maar ook voor de afbakening van het begrip IW (liever Technische Wetenschap). Technische wetenschap kan en mag niet alleen toegepaste fysica en chemie zijn (zoals de gangbare opvatting nog altijd wil). Belangrijke delen van de psychologie, sociologie, economie, e.a. zijn technische wetenschap geworden. Zou je deze kwestie niet onder punt II, 2 aan de orde moeten stellen. Dus niet alleen de vraag: Waarin verschilt (toegepaste) technische wetenschap van de (zuivere) fysica/chemie, maar ook de vraag: wat is het domein van technische wetenschap? Wat was het, wat is het, wat zal het zijn?

Tot zover mijn opmerkingen.
Ik ga nu met vakantie. 15 Augustus ben ik weer terug. Ik zal dan aan voetnoot 9 werken. Ik wens je een prettige zomer toe en succes bij het uitwerken van de rede.

Norbert.


* Dit is het commentaar (e-mail) van Norbert Roozenburg op mijn derde versie.
San Sebastián de La Gomera, 26 Oktober 2002 [terug naar aanhef]