Brief Henri Christiaans

From: H.H.C.M.Christiaans@io.tudelft.nl 30-MAY-1994*

Dag Gerard,
Hierbij een eerste reactie, maar ik vrees dat ik je nog teleurstel. Ik heb je college uitvoerig bekeken en uiteraard vooral gelet op de 'didaktische' gedeelten.

Mijn eerste opmerkingen betreffen het geheel: Ik vind het uitermate boeiend en sommige passages uitgesproken sterk.

Het einde, D, vind ik echter beduidend zwakker.
Dit heeft met twee dingen te maken: (1) de structuur van het D-deel is ondoorzichtig waardoor niet duidelijk wordt wat je wilt zeggen; (2) je maakt in mijn ogen (te) veel gebruik van de 'verhalende' vorm, ik bedoel de wijze waarop het er in de beginjaren toeging. Weliswaar laat het zien wat 'experiential learning' is en welke oppositie er tegen bestaat, maar het is niet strak genoeg in zijn analyse.

Ik probeer even:

1. Didaktiek komt in de eerste plaats aan de orde in de onderwijsfilosofie. Me dunkt dat jij daar in het verleden het een en ander over geschreven hebt (ik heb daar zelfs nog bijgestaan). Dat vind ik in dit stuk te weinig en te weinig helder terug. Het gaat inderdaad om 'experiential learning', maar geef de filosie er achter weer. (was de auteur niet Davis, die je destijds gebruikte?)

2. Vervolgens komt didaktiek naar voren in het onderwijsprogramma. Me dunkt dat je daar in het verleden zeer behartigenswaardige dingen over geschreven hebt. Ik heb dat destijds nog vertaald voor het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs. Evaluatie van alle artikelen in dat jaar door onze adviescommissie leerde dat jouw artikel als het beste werd beschouwd. In dit stuk vind ik daar te weinig van terug.

3. Didaktiek komt naar voren in de soorten van 'kennis' die je wilt overdragen: domein-specifiek of algemene proceskennis, of situationele kennis of 'argumentative' knowledge of sociale vaardigheden. Kennis is dan zeer ruim opgevat, dus niet alleen de zg, 'abstracte ingenieurskennis'. Daar moeten we iets over zeggen. Als je dat van mij wilt hebben, wil ik iets meer aanwijzingen.

4. Didaktiek komt naar voren in de rol van de docent. Wat moet hij/zij overdragen; welke kennis heeft hij/zij zelf nodig; wat dient zijn/haar kennis van leerprocessen en groepsdynamische processen te zijn? Dergelijke aspecten komen in de cursus ontwerpdidactiek aan de orde.
Bijvoorbeeld, wij starten de tweedaagse cursus (na enkele weken) met een ontwerpopdracht aan de io95-studenten (in groepjes van 3 of 4), geven ze dan 2 uur de tijd, zetten er een observator bij en laten zowel de groep als de observator achteraf verslag uitbrengen. Dit blijkt een zeer goede ingang te geven tot 'didactische' kennis.

Misschien dat aan de hand van deze vier punten de structuur duidelijker wordt en daarmee het doel waartoe je dit schrijft.
Nogmaals, ik kan op diverse punten een bijdrage leveren, maar geef me duidelijker aanwijzingen.

Groet, Henri


* Dit is een e-mail van Henri Christaans, die ik had gevraagd een voetnoot te maken over didaktiek n.a.v. wat ik reeds had geschreven; vermoedelijk tweede concept. Het artikel dat hij bedoelt --en samenvattend heeft vertaald-- staat in extenso op deze CD-uitgave. Het is mijn artikel over herprogrammering Some difficulties in integrating large group engineering courses.
San Sebastián de La Gomera, 26 Oktober 2002 [terug naar aanhef]