Brief Hans Dirken

23/5/94*

Waarde Gérard,

Het bleek geen sinecure jouw opzet te begrijpen en te overzien. Ik ben dus nog niet geheel tevreden en meen dat je nog wat strakker structureren kan. Bij de teksten heb ik deel-opmerkingen gemaakt. Omwille van het overzicht heb ik bijgaande pogingen gemaakt om jouw laatste opzet samen te vatten. Als ik dat aangrijp voor verdere suggesties:
- Het puntje "1 vierhoek", hoort nog bij inleiding
- De A t/m D zijn eigenlijk de hoofdstukjes 2 t/m 5.
- De sub-indelingen A1 t/m A4, D 2.1 t/m D 2.7 etc, zijn niet altijd helder van ordeningsprincipe, soms lijkt het een wat willekeurige opsomming (van overigens interessante puntjes), hierdoor is het ook minder overtuigend dat ze echt behoren bij A of B etc.
- De punten D 2.7, D 3, D 4, en 2 vormen eerder een samenvatting van het voorgaande, dus een hoofdstukje 6 over wat IO aan TU's te bieden heeft.
- Ofschoon het prima is voor debat e.d. dat ik het soms niet met je eens ben, zijn er elementen die nog eens door jou kunnen worden gewogen: wat dan wel door IO geavanceerd is uitgedacht (A 4); bij B 3 geen vragen meer, maar antwoorden; C 1: methodologie is meer dan een machtsverschijnsel; C 2: er zijn duidelijke accentverschillen tussen TU en HTS! (weer schijn wekken dat IO op HTS thuishoort?); C 3: Wiskunde heeft afgedaan??
- Zou het zinvol zijn het kader nogmaals in hoofdstukken en sub-hoofdstuktitels neer te leggen en dan in telegramkreten de alinea's te ordenen op basi van huidige stof, met af en toe wat correctie, meer uitleg, selectie?
- Het slot is geen probleem. Het lijkt me een hoofdstukje 7 met de 6 door jou genoemde doelstellingen, evt aangekleed, ter afzet tegen of ter ondersteuning met, citaten Schenk/Wakker.
Veel succes,
Hans D

1. bijlage


23/5/94

Bijlage: Poging tot samenvatting van versie april '94

De ontwerpende instelling (doceertaak, ontplooiing en attitude)

0 Inleiding:
- leerstoel, verleden, toekomst, bredere geldigheid
- vier basisbegrippen
- geïsoleerde ontwikkeling, die breder bleek.

1 Vierhoek
A Ontwerpen
A1: zelf-expressie vs probleemoplossend; IO: bedenken van produkte en proces.
A2: vier-pilarenmodel; ontwerpers ook als verbeteraar, samenwerker; IO-er: mix van wetenschapper, ambachtsman, kunstenaar, organisator.
A3: methodologie: om meer dan mystiek te zijn; geldt voor alle ir's.
A4: ontwerpen wetenschappelijk bezien; bij IO goed ontwikkeld(?) en dat is waardevol voor TU's.

B Ingenieurswetenschap
B1: inzicht in versus beheersen van verschijnselen
B2: wetenschap slechts deels basis voor probleemoplossen (waarvan techniek)
B3: Ir is dus probleemoplosser die mede steunt op wetenschap: inzicht+methode

C Methodologie
C1: Methodologie als instrument om vertrouwen te wekken en, nadat macht er is, minder nodig.
C2: Ir.-methodologie onhelder: wiskunde en natuurkunde naäpen omwille van erkenning en ter onderscheid van HTS. Ontwerpen vergt ook alpha en gamma; HTS=TU(?)
C3: De identiteitscrisis van ir. vergt nieuwe methodologie; welke?

D Didactiek
D1: bij IO eerst accent op artistiek-creatieve, nu ook 'competence learning', 'adult l', 'team l', 'experiential l'; i.t.t. universitaire bureaucratie.
D2: de ontwerpstaf vroeger stimuleerde inatiatief.
D2.1: voordeel van vaag geformuleerd probleem; onbegrip van de onderwijskundige.
D2.2: tegenstelling tussen vakgroepkennis en ontwerpoefeningen.
D2.3: regel van drie concept-oplossingen
D2.4: terughoudendheid van begeleider om zelf mee te ontwerpen.
D2.5: heden zijn er slechte begeleiders; risico van éénzijdige synthese: 'the hidden curriculum'.
D2.6: begeleiders trainen in gespreksvoering
D2.7: serieus nemen van de student, aandacht voor de impliciete overdracht, voortbouwen op het vlammetje in de student, voorbeeldsprookje van Marouf. teamwork en affectief leren; 'celebreren'(?) van resultaat.
D3: Vorming is dus cognitief, sociaal en affectief; ontwerpen is beta+alpha+gamma; sociale vaardigheden komen niet meer uit sociaal milieu van studenten. Ook Harvard ontdekte 'analysis-paralysis'.
D4: Samenvatting over vierhoek: goede ir. via meer dan rijtje vakken, maar door innerlijke kracht, deel-inzichten(?), en tijdgeest(?)

2 De vierhoek als geheel Ontwikkeling van IO is relevant voor de hele TU; erkenning van ontwerpen als ir.-kern. Sterkten en zwakten van groeiend IO-curriculum.

3 Slot: ?


* Dit is een brief van Hans Dirken. Drie velletjes gelinieerd papier, tot aan de randjes volgeschreven: zijn stijl. Daarnaast stuurde Hans mijn concept terug met opmerkingen in de marge. O.a. ook aanwijzingen voor een betere indeling. Dat moet over mijn tweede concept zijn geweest. Dat is niet bewaard gebleven.
San Sebastián de La Gomera, 26 oktober 2002 [terug naar aanhef]