Cessenon sur Orb, zondag 29 april 2001
Ik ben goed hier aangekomen. De reis begon donderdag om 18.30 met de laatste boot naar Tenerife. Ignacio wuifde mij uit. Daarna een nachtje dommelen en knikkebollen op het vliegveld. Anders-dan-anders vond ik geen veilig groepje om bij aan te sluiten en het was ook verdullemus koud. Niet mijn ideaal.
Het vliegtuig vertrok op tijd. Ook de aansluiting in Madrid vertrok zonder enige vertraging, maar in de doolhof van Barajas, het vliegveld van Madrid, begon de mis-informatie, die mij verder zou blijven vergezellen. Het begon onschuldig, het was 'alleen maar' het nummer van de uitgang dat stilletjes veranderde. Tegen de tijd dat ik bij de uitgang aankwam, stond daar nòch mijn vlucht naar Barcelona, nòch een verwijzing: Dus terug naar het hoofdbord. En dat twee keer! Het was kennelijk bedoeld om mij te sensibiliseren, maar op mij werkte het geruststellend. Zo van: "Niet opwinden, het komt allemaal goed".
En zo leek het ook. Mooi op tijd in Barcelona. Mijn koffer kwam snel en het treintje naar Sants, het hoofdstation, vertrok meteen. Ik kwam op tijd om de trein van 15.20 naar Béziers te halen. Maar dat wist ik pas toen die al was vertrokken. Het kasjemuur-muurkasje systeem deed zijn werk perfect. Een doorgaande trein was er niet, althans die was vol. Ik moest dus met nationale treinen reizen, maar het was internationale informatie die ik vroeg. De info-loketten --en de verkoop-loketten-- zijn zeer gespecialiseerd. Dat hoort kennelijk bij de cultuur van het station. Niet erg klant-vriendelijk. Bovendien is er geen meta-infoloket of een plattegrond van dit verwarrende station.
Men weet perfect waarover ze géén info geven: Met name ontbreekt info waar je de gewenste informatie wèl kunt krijgen. Dat is de motor van het kasjemuur systeem. De 'specialisaties' waren kennelijk anti-intuïtief want er stonden handgeschreven bordjes met "Wij geven geen informatie over treinen" (bij de algemene Perron Nul info-balie) of "Wij geven geen informatie over hotels" (bij het toeristen-informatie). Kennelijk bedoeld om de gezonde reizigers intuïtie in de door God en de Spaanse Spoorwegen bedoelde banen te leiden.
Maar aankomsttijd in Cerbère, het grenstadje aan de franse zijde en eindpunt van die trein, wisten ze wel. Of ik van daar af verder kon reizen als ik daar om 19.58 aan zou komen, kon --of, beter gezegd-- wìlde niemand zeggen of voor mij uitzoeken. Maar, na enkele verwijzingen het 'juiste' loket, kon ik wèl een kaartje naar Béziers krijgen.
--"Het is twee maanden geldig", antwoordde de verkoper nors toen ik vroeg of ik nog een aansluiting kon krijgen in Cerbère.
En toen vond ik de reddende engel. Ze zag mijn verlangen, keek naar de rij achter mij (daar stond niemand) en zei:
--"Het moet in deze computer zitten, maar ik weet niet waar. Ik ben eigenlijk niet bevoegd".
En inderdaad! Na wat vinger- en muisbewegingen, na wat ongelovig staren op het scherm en na wat hoofdschudden, zag ik haar tot slot met een gelukkig gezicht naar een kladje grijpen. Ik zou in Cerbère drie kwartier moeten wachten op een trein naar Narbonne. Daar zou ik nèt op tijd aankomen voor de laatste trein naar Béziers. 22.55 zou ik er zijn. Ik koester het kladje zorgvuldig. Ik bel nogmaals Hotel des Poètes, mijn homestay in Béziers, om te zeggen dat ik inderdaad die avond aankom.
Het is een boemeltrein: Hij 'stopt bij iedere dikke boom', zouden we vroeger zeggen. Een tocht van 2 uur en 40 minuten door het Catelaanse landschap. Aan de horizon, richting zee, zie ik soms grote flats en hotelcomplexen, maar het spoor loopt door onvervalst landschap en on-toeristische stadjes. Tegen het einde gaan we door het magische lievelingsgebied van Salvator Dali met zijn grillige bergvormen die een betoverende werking op hem hadden. Het is het grensgebied tussen Spanje en Frankrijk waar hij lange voettochten maakte; en nu nog een pelgrimsgebied is voor adepten, zoals María, mijn lerares Spaans die er haar doctoraalscriptie over schreef.
Het gebied lijkt verstrikt in een verwarrende taalstrijd. Of is het de betovering van de landstreek? Hoewel de namen van de stations Catelaans zijn geworden na de Franco-tijd, zijn de meesten overgekladderd met de Castilliaanse(?) namen. Wat is hier aan de hand? Wordt de 'overwinning' van het Catalaans niet door iedereen geaccepteerd? Lijkt het op Alicante? De provincie die de zuidelijke helft vormt van de autonome Comumidad Valencia? Daar worden ze verplicht de taal van de stad en provincie Valencia te spreken. Dat is een soort onder-Catalaans dialect dat ze tot eigen taal proberen te verheffen voor de hele Comunidad. Het is een gedrochtelijk resultaat van de plotselinge "taalvrijheid" na de eeuwenlange onderdrukking van de regionale talen vanaf De Koningen tot en met Franco. Nu weten ze niet beter dan hun lokale dialect aan hun "ondergeschikten" op te leggen. Met harde hand, net als Franco en De Koningen. Daarom is Alicante verplicht de taalrichtlijnen van Valencia te volgen. En dat terwijl het eigen lokale dialect veel meer tot de Andalusische stam behoort. Daarom zag je in Alicante nogal wat van dat soort "overschilderingen". Als stil verzet tegen de "taalvrijheid" naar Valenciaanse snit.
We komen iets te laat in Cerbère. Ik zie een eindeloze rij bij het loket waar ik mijn info zou kunnen verifiëren. Ik kijk in de detailfoldertjes die de Franse Spoorwegen in mooie rekken te beschikking stellen, maar ik kom er niet helemaal uit. Ik steek er een aantal bij me en besluit het kladje van mijn reddende engel te vertrouwen en mijn ongemotiveerde wantrouwen en verifiëerzucht af te schudden. 'Ik moet maar eens leren mensen te vertrouwen', zeg ik vermanend tegen mezelf. Ik maak een wandeling in de frisse buitenlucht en geniet van de ondergaande zon.
Als ik in de trein zit, krijg ik pas overzicht: Grote Schrik! Mijn trein komt niet nèt vòòr, maar nèt nà de trein naar Béziers aan. Om vijf voor elf ben ik niet in Béziers, maar in Narbonne. Ik zie het al voor me: Een absoluut verlaten stad. Tegen middernacht. Op zoek naar een hotel. Midden in de nacht! Ik vervloek de reddende engel met haar betrouwbare gezicht en haar kladje. Die gezant uit het betoverde gebied. Ik vervloek mijn vertrouwen in haar. Ik vervloek mijn naïviteit om de ondergaande zon te verkiezen boven verifiëren. Had ik maar .....
Zenuwachtig bestudeer ik de ingewikkelde lijstjes nòg eens en nòg eens. Nee, er is geen twijfel mogelijk: Ik strand in Narbonne. Wèg illusie van een verzekerd hotelbed in Béziers. Balen!
Het is de nachttrein naar Parijs. Die heeft alle tijd en stopt tot Narbonne in elk stadje: Banyuls-sur-Mer, Port-Vendres, Collioure, Argèle-sur-Mer, Elne. En dan na Perpignan nog in Rivesaltes, Salses, Leucate-la-Franqui, Port-Nouvelle om tenslotte te laat in Narbonne te komen voor mijn trein. Balen!
--"Kom op!", probeer ik mezelf toe te spreken, "je wilde zelf dit traject avonturieren. Je moet niet zeiken nu het inderdaad avontuurlijk wordt".
--"Ja, maar", probeer ik een dialoog aan te knopen, "ik had mij zo verheugd op de goede afloop. En nu opeens dit".
Maar het baat niet. Mijn nervositeit wordt self-propelled. Ik moet andere maatregelen nemen. Ik probeer te mediteren om tot rust te komen, maar iedere keer als ik even tot rust kom, schiet mij iets mij iets te binnen waardoor ik die onbegrijpelijke lijstjes opnieuw mòet bekijken en mijn meditatie onderbreek. Zo blijf ik "speedy". Ik herinner mij geleidelijk de meditatie-trucs uit de tijd dat ik nog niet had ontdekt dat ik "speedy" werd van graan- en melkprodukten. Ontembaar leek ik dan, maar toen lukte het. Nu moet het dus ook lukken aan die "speedy-ness" te ontsnappen.
--"Òf je moet straks in Narbonne een hotel zoeken, òf je komt iemand tegen die je zomaar onderdak aanbiedt, òf er gebeurt een ander wonder. Leg je gewoon neer bij de situatie en wacht af wat er werkelijk gebeurt. Niet alles vooraf willen weten."
Met dat soort wijze woorden kom ik in Perpignan toe aan echt mediteren, aan mijn alpha-golven en aan mijn innerlijke rust. Inderdaad, wat een flauwekul mij zo op te winden! Ik wacht rustig het volgend boemelstationnetje af. Maar dat laat op zich wachten. Ik word toch weer ietsje nerveus en kijk in de lijstjes en op mijn horloge. We hadden al twee keer moeten stoppen, maar de trein rijdt gewoon dòòr. Wat is er aan de hand? Zit ik nu ook nog in de verkeerde trein? Waar kom ik nu terecht?
De trein begint te remmen. Passagiers beginnen op te staan. De conducteur komt nog op het nippertje en wil mijn kaartje zien. Hij is oud en aan zijn pensioen toe.
--"Is dit Narbonne?", vraag ik ongelovig. Hij knikt sympatiek.
--"En die tussenstops?" roep ik verward terwijl ik hem het lijstje onder de neus duw.
--"Had u daar willen uitstappen?", vraagt hij opeens zakelijk.
--"Nee", zeg ik, nogmaals op het lijstje wijzend, "maar hoe kan dat?"
Ik probeer mijn vraag zo zakelijk mogelijk te houden; meer belangstellend/ nieuwsgierig dan verwijtend. Functionarissen zijn daar heel gevoelig voor trekken het zich persoonlijk aan: Wèg 'communicatie'; ze gaan zich verdedigen, ze gaan hun werkgever rechtvaardigen.
Het werkt. Hij kijkt mij wat samenzweerderig aan en wijst op een vetgedrukt zinnetje in de "kleine lettertjes":
"Ces horaires sont donnés sous réserve de toute modification"
--"Daar verstoppen ze alles onder. Die tussenhaltes slaan we pas over sinds 1 april. Nu zijn we een half uur eerder in Narbonne. U moet altijd naar het loket gaan voor de laatste informatie".
--"Ik begrijp het. Alles zit in de computer tegenwoordig. Is dat niet lastig voor u?".
Hij knikt vermoeid.
In de trein naar Béziers kijk ik nog eens naar het kladje van mijn reddende engel in Barcelona. Het wonder waar ik hoopte, had ik al in mijn zak! De aankomsttijd in Narbonne die ze had opgeschreven, 22.20, klopte precies. Ik had haar meer moeten vertrouwen. Zij was de boodschapster die mij wilde beschermen bij mijn tocht door het hallucinerende gebied waar Salvator Dali zo verliefd op was. Om haar eerlijke gezicht liet ik de verificatie in Cerbère achterwege. Wie weet wat voor mis-informatie ze mij daar hadden gegeven? Haar boodschap had magische kracht, maar dat verhinderde niet dat ik, toen ik eenmaal in de trein zat begon te twijfelen. Dat ik haar vervloekte. Dat ik haar ....
Kom, laat ik mij niet opnieuw verliezen in twijfels.
Ook de aankomsttijd in Béziers klopte precies. In Hotel des Poètes werd ik opgewacht. Precies op tijd. Zoals ze van mij gewend zijn. No nonsense. Ik sliep goed en maakte 's morgens een wandeling over de zonnige Avenues Paul Riquet met de prachtige bomen en de bloemenmarkt. Muguet was er. O ja, natuurlijk, het is bijna 1 Mei. Ik ben in Frankrijk. Gisteren rond de middag was ik in Cessenon. Nieuwsgierig naar wat er was veranderd en hetzelfde gebleven sinds mijn vertrek eind September.