zie ook dagboek 1 juli 2001 Hier in Frankrijk leren de schoolkindertjes schrijven op een speciaal soort liniering. De liniering heeft zelfs naam: Seyes en je kunt het in allerlei formaten in alle papeteries kopen. Ik had het gekozen voor mijn non-stopopstellen deze zomer. Het advies van Julie Cameron was om 'spannend' papier en 'spannende' pennen te kopen als mentale stimulans. Het is inderdaad 'spannend' dat franse schoolschrijfpapier. Vroeger wist ik dat niet zo te waarderen, ik vond het nogal kinderachtig; vooral dat de hogere klassen --zelfs van de middelbare school-- het ook gebruikten. Gewoonweg kinderachtig en onvolwassen! Om dat eens zelf te ervaren --onderzoekt alles en behoudt het goede (Paulus' brief aan de Romeinen)-- had ik dit papier voor mijn non-stopopstellen gekozen. In mijn beeld was het toenmalige lijntjespapier van mijn lagere-schooltijd --waarbij een hulplijntje was getrokken op x-hoogte-- iets voor de allerkleinsten. Maar hier in F hebben ze papier dat niet alleen een hulplijntje heeft voor de x-hoogte, maar ook voor de stok- en een voor de staarthoogte. En dan is er nog een extra richeltje over zodat de stokken en de staarten op keurige afstand worden gehouden. Het toppunt van bedillerigheid! Dit vooroordeel --ontstaan in de/mijn sociale strijd van de laagste klassen van de lagere school aan de Helbeek in Venlo, rond 1936 of '37-- deed nog steeds zijn werk, ook al is die school al lang afgebroken en vervangen door bijna-binnenstadbebouwing. En dan die maatvoering van dat papier. Die is helemaal ontdaan van de romantiek die bij schrijven hoort en die mij --ik weet het nog precies-- door Broeder Tiberius uit de tweede klas is ingefluisterd. Als 'slim jongetje' toentertijd, hield ik mij met andere zaken bezig dan de rest van de klas. Deze broeder had mij ooit gestraft wegens al te opvallend spelen met de inhoud van mijn broekzakken, maar verder was er een stil verbond tussen ons. Misschien wel in een poging mij te bekeren liet hij mij voor de klas mijn zakken leeghalen. Touwtjes, leuke kartonnetjes, elastiekjes en andere interessante machineonderdelen. Hilariteit! Het ergste vond ik dat hij er een pakje van maakte met een briefje aan mijn moeder dat ik onmiddellijk moest bezorgen. Mijn moeder had zich al vaker beklaagd over het uitscheuren van mijn broekzakken . . . . Ik vreesde straf. Maar behalve enkele van deze uitschieters als voor Broeder Tiberius de maat vol was, had hij veel begrip voor mij. Ergens achter in de klas --als het maar low profile was-- kon ik het klassikaal onderhanden leesboekje rustig uitlezen of zelfs een ander uitzoeken in de rudimentaire schoolbibliotheek. Maar als ik aan de beurt was, moest ik net doen alsof. Dat hoorde bij het 'contract'. Als ik een beurt kreeg zei hij er altijd de bladzijde bij: --"Sjraarke", zal hij wel gezegd hebben, "ga verder op bladzijde 14 onder het plaatje..." Hij reikte vaak ook de woorden aan zodat mijn zoektijd werd gecamoufleerd: "Klaas Vaak kwam net aanhollen . . . Nu jij verder Schraarke van Eyk". Het was een stilzwijgende overeenkomst. Zo was ik hanteerbaar in de klas. De wijdere contekst --de politieke, zo je wil-- ontging mij. ADD, klasse-kinderen enzovoorts. Het moest vooral low profile blijven. In een dergelijke situatie was ik uit interesse --verveling zou een beter woord zijn-- de lijntjes van mijn schrijfschriftje gaan opmeten. Ongetwijfeld met een lineaaltje uit mijn rijkvoorziene broekzak. Op een of andere manier verwachtte ik dat daar ronde getallen uit zouden komen, maar dat bleek systematische niet het geval. Kennelijk enerveerde mij dat raadsel zodanig dat ik misschien wel mijn neiging moest onderdrukken mijn vinger op te steken om daar een vraag over te stellen. Daar was ik wel vaker voor op de vingers getikt en daarom klampte ik hem aan in het speelkwartier. Hij keek mij aan, en na de gebruikelijke opmerking dat ik beter bij de les kon blijven en dat hij hoopte dat Jezus mij wat meer oplettendheid zou geven gaf hij mij een uitleg die mij nog in het geheugen staat gegrift en die nu nog botst met het franse schoolkindertjesschrijfpapier als ik het onder ogen krijg. Ik zou bij dat gesprek de geur van de speelplaats nog kunnen ruiken en ik weet hoe de zon toen stond. Het waren maten in Engelse Duimen, zei hij, waarmee de afstand van de lijntjes werd gemeten. Die waren natuurlijker dan de metrische maten die door de goddeloze franse revolutionairen waren uitgevonden om de natuur te verbeteren. Tenminste dat dachten ze. Ze hadden ook de week van 10 dagen uitgevonden en andere onnatuurlijkheden. Misschien gebruikte hij wel het woord 'antichrist'. Dat was toen nogal in de mode om de slechtheid van de wereld te beschrijven. Maar de liniering van onze schriftjes was 'natuurlijk' en daarom klopte het niet met de streepjes van mijn metrische lineaaltje. Niet toevallig dus dat ik veel later ontdekte dat het franse papier metrisch was. Het verhaal van Broeder Tiberius klopte. Dat papier was dus onnatuurlijk; het verstoorde het natuurlijke gebaar en bovendien waren ze kinderachtig die hulplijntjes, bedillerig. In de pikorde van mijn lagere school moest je zo vlug mogelijk de status van gewoon lijntjespapier bereiken. Het summum was blanco papier. Dat deed de Broeder ook. Dat briefje aan mijn moeder, bij dat pakje, dat was op blanco papier. En nu die verwerpelijke franse liniering. Die is gebaseerd op ruitjes van 8x8 mm die nog eens horizontaal onderverdeeld zijn in vier partjes van 2 mm. Kan het kinderachtiger? En toch, al meer dan een week heb ik dit 'spannende' papier gekozen om met de 'spannende' techo-pennen, die zo lekker over het papier glijden, iedere ochtend mijn 'vrij' non-stopopstel te maken. Ze lukken niet allemaal, maar soms wordt ik meegesleurd in het genot om er tegelijkertijd een soort schoonschrift van te maken. Om de lettertjes precies binnen de x-hoogte van 2 mm te priegelen. Een geil genoegen soms. Hoe kan dat? Ben ik nu onnatuurlijk? Of ben ik bevangen door de anti-christ?