TOESPRAAK BIJ GELEGENHEID VAN DE ACADEMISCHE PROMOTIE VAN PETER VAN EIJK OP 28 JANUARI 1988 Beste Peter, DE ROL VAN VADERS Bij gelegenheden als deze, horen speciaal vaders iets te zeggen. Vaders horen dan een toespraak te houden. Vaders zijn er immers voor om hun kinderen te begeleiden naar de Grote Buitenwereld. En een academische promotie is onmiskenbaar een belangrijke markering van succes in de buitenwereld. De werkelijke bijdrage van vaders aan zo'n mijlpaal is heel zwak. lk kan nu alleen maar zeggen: IK STOND ERBIJ EN IK KEEK ER NAAR. En daar wil ik het vooral over hebben. De vaderrol, om de kinderen te begeleiden naar de Grote Buitenwereld, is paradoxaal en absurd. Je kunt je eigen leven alleen maar zelf ontdekken als er géén vader als gids of explicateur bij staat. Dat is de kern: Het enige ontdekken is het zélf ontdekken. Ik kan dan ook niet zeggen dat ik altijd wel geweten heb dat je deze mijlpaal zou bereiken, of dat de toekomst nu als een vierbaansweg voor je open ligt. Behalve die paradoxale en absurde rol is er nog iets anders dat onze relatie bepaalt. Al staat het, logisch gesproken, haaks op mijn geloof dat het enige ontdekken zélf ontdekken is, heb ik vaak het verdrietige gevoel, op het falen af, dat ik gedurende belangrijke perioden van jouw jeugd op een te grote afstand leefde en je te zelden ontmoette. Het zij zo. IN DE LEEUWEKUIL Maar vandaag hebben wij een bijzondere ontmoeting. lk zag jou vanmiddag in de rituele leeuwekuil. Er was vóór jou opeens géén brede vierbaansweg, zelfs niet naar de volgende minuut. Je kon je opeens géén pirouette of een taalgrapje veroorloven. Toen kreeg ik bewondering voor wat je allemaal presteerde; voor de vaardigheden die je had ontwikkeld. lk keek even in die andere wereld waarin jij leeft, die jij zelf hebt ontdekt en gemaakt. De arena, wear jij vanmiddag in stond, heb ik noolt van binnenuit gekend. Mijn complimenten voor de manier waarop jij, in het uurtje dat ik dat mocht meemaken, je weg zocht en vond. ZOON/VADER, VADER/ZOON Bij de vele associaties die ik daarbij had, wil ik je er één niet onthouden. Een en dertig jaar geleden was ik 27. Mijn vader was zo oud als ik nu ben: 58. Ik studeerde af in Delft en mijn vader verscheen aan het afstudeerdiner. Onhandig en wat verlegen stond hij tussen al die jonge knullen met een ingenieursdiploma op zak of in het vooruitzicht. Zelf oefende hij het ingenieursberoep uit als autodidact. Opeens begreep ik iets van mijn vader, hoe hij mij gezien moet hebben. Ook ik ben, academisch gesproken, autodidact. Ik herinner mij van een en dertig jaar geleden alleen hoe hij daar stond, niet zijn woorden. Wel mijn scepsis daarover. Ook de afstand tussen mijn vader en mij was groot, te groot. 'De frank valt', zeggen de Belgen dan. Ik vraag mij af: Wie staat hier? Mijn vader Herman Johan, mijn zoon Peter Herman Johan of ik, Gérard? In welke betoverende rolverwisseling ben ik terechtgekomen? DE ONTMOETING VAN VANDAAG Om deze situatie te beschrijven komt mij de treurnisverwekkende titel van een boekje van mijn middelbare school voor de geest: SHIPS THAT PASS IN THE NIGHT. Pas later leerde ik de andere helft van deze treurigmakende uitspraak kennen. Die geeft hoop. De tekst komt uit de Canterbury Tales, pelgrimsverhalen opgeschreven door Chaucer en later berijmd door Longfellow: SHIPS THAT PASS IN THE NIGHT, AND SPEAK TO EACH OTHER IN PASSING. Ontmoetingen op de pelgrimsweg, ieder zijn eigen weg. Geluksmomenten, pareltjes die je bijblijven. Zoals onze ontmoeting van vandaag, of die van een en dertig jaar geleden, waarvan de frank nu pas viel. HET ZOEKEN VAN DE WEG Met het thema van de pelgrimsweg, het volgen, zoeken, ontwerpen of het ontberen van een weg, raak ik aan een belangrijk thema van je proefschrift. En dan heb ik het niet over je stelling over 'the better '4-wheel drive'. Het voorspelbaar en systematisch ontwerpen en vinden van een weg in een leegte --de ontwerpruimte-- spelen een grote rol in je proefschrift. Dat weerspiegelt het menselijke verlangen naar de brede vierbaansweg als de initiatieriten eenmaal voorbij zijn. De positieve wetenschap kun je zien als een symbool of ritueel van het heimwee naar vaders, die je hand vasthouden terwijl je ontdekkingen doet. 'Een mooie weg heb je gevonden', zei een van je opponenten vanmiddag. 'Is dat automatiseerbaar', vroeg hij toen gretig. 'Nee', moest je hem teleurstellen, 'er zijn creatieve stappen nodig'. Creatieve stappen zijn in de herinnering --'by hindsight'-- zulke mooie momenten, dat de voorafgaande periode van verlatenheid en onzekerheid er door wordt overstraald en vergeten. Wij blijven echter verlangen naar herhalingen van die creatieve stappen en blijven zoeken naar methodologieën waarin die verlatenheid en onzekerheid géén rol spelen. Vlak vóór die creatieve stap is de weg naar de volgende minuut bepaald géén vierbaansweg, zelfs geen modderpaadje. Zoals vanmiddag bijvoorbeeld. Het is ook niet toevallig dat bijna al je opponenten over hoofdstuk 4 vielen. Je beschrijft daarin het 'systematisch vinden' van een mooie nieuwe weg. Geen wonder dat ze daar wel koek van lustten. Telkens opnieuw proberen academische ontwerpmethodologen de illusie van de vierbaansweg naar de volgende minuut te realiseren: Is het reproduceerbaar? Is het te automatiseren? Dat zijn de vragen die aan de vinder van een nieuwe weg worden gesteld. En jij moest ze teleurstellen. 'Creatieve stappen' hebben een nare bijsmaak van voorafgaande verlatenheid en onzekerheid die niet kan worden weggeautomatiseerd. DE ONTBREKENDE DIMENSIE Ik geloof dat er aan de academische ontwerpmethologieën een dimensie ontbreekt; vooralsnog, want misschien komt er een generatie jonge doctores die daar verandering in brengt. Die dimensie moeten wij zoeken bij kunstenaars, maar ik beperk mij tot dichters en anonieme aforisten. Met hun verbaliteit staan ze ook wat dichter bij de onze verbale wetenschapscultuur: Wat je niet in woorden kunt uitdrukken is immers 'onzin'. Er is een aforisme dat het probleem van het ontwerpen en zoeken van een weg naar een doel kort en krachtig oplost door te zeggen: IT'S THE ROAD, NOT THE PUB. Een andere duidelijke aanwijzing voor een alternatieve ontwerpmethodologie ligt in de titel van een boek waarop jij mij eens attendeerde: 'IF YOU MEET THE BUDDHA ON THE ROAD, KILL HIM!' Met andere woorden, niks de weg vragen aan vaders, goeroes en meesters of --wat hetzelfde is-- systematisch en methodisch afleiden uit de wetenschappelijke sublimatie ervan, zoals een theorie van hoge orde waar je opponenten vanmiddag op hoopten. Nee, de weg kies je zelf. Als een goeroe je de weg wil wijzen . . . . KILL HIM! ER IS GEEN WEG Een soortgelijke aanwijzing komt van de dichter Antonio Machado die de geplaveide toekomstvisie van het Franco-regime ontvluchtte, zijn eigen weg zocht en in 1937 in ballingschap, in Zuid-Frankrijk, stierf. Het is een tekst die mij op kritieke momenten in mijn leven, als het verlangen naar een vaste vaderhand mij te machtig werd, veel troost en moed heeft gegeven. Maar 'troost' en 'moed' zijn geen wetenschappelijke categorieen. Hij zei tegen een dolende wandelaar: 'CAMINANTE, NO HAY CAMINO, SE HACE CAMINO AL ANDAR (Wandelaar, er is geen weg, de weg ontstaat al gaande). Dus niks vierbaansweg naar de volgende minuut. Jouw verbouwereerdheid, vanmiddag, toen je je even géén pirouette kon veroorloven, zal niet beperkt blijven tot de initiatieriten van deze middag. Maar achter je? Je laat toch een spoor achter? Dat kan toch gevolgd worden? Je hoeft toch niet telkens opnieuw het wiel en het water uit te vinden? Achter je, zegt Machado in hetzelfde gedicht, heb je 'SINO ESTELAS EN LA MAR', niets, alleen maar sterretjes van de zee, het schuimspoor dat, beschenen door de maan, even zichtbaar blijft. En passant raakt Machado aan het beeld van 'ships that pass in the night' dat wordt afgerond met een derde dichtregel: AND THEN, THERE IS DARKNESS AGAIN . . . Terloops wil ik nog opmerken dat het beeld van 'SINO ESTELAS EN LA MAR' interessante kritiek geeft op regressieanalyse als middel voor toekomstvoorspelling of, zelfs, toekomstontwerp, zoals dat in mijn vak wel wordt gedaan. Het verlangen naar de veilige vierbaansweg naar de volgende minuut schuwt geen middel om zo'n illusie in stand te houden. NIET DE KROEG MAAR DE ONTMOETING Hoe kunnen wij het beeld van Machado rijmen met die aforist die zei: 'IT'S THE ROAD, NOT THE PUB'? Het gaat kennelijk niet om de pub, maar ook niet om de weg. Die weg heeft, volgens Machado, maar een kort leven, een korte halfwaardetijd, en ligt bovendien áchter ons. Waar gaat het dan wél om? Wat wil die dolende wandelaar dan eigenlijk? Waarom wil die ze graag een duidelijke weg en een doel? Het troostende van het tweede deel van het citaat uit de Canterbury Tales had ons al op het spoor kunnen brengen: . ... AND SPEAK TO EACHOTHER IN PASSING . . Is het de ontmoeting met een ander mens, dus toch 'THE PUB', waar het om gaat? Er is een andere dichter, evenals Machado een 'displaced person'. Hij weet dus van de weg en de kroeg. Serge Reggiani, Italiaans/Franse saltimbanque, zwervend kunstenaar, acrobaat en clown. De weg, maar vooral de ontmoeting, speelt in zijn werk een grote rol. 'THE PUB' wordt symbool van het ontmoeten. In een van zijn chansons beschrijft hij de levensweg als 'la route de la chimère', de weg van de schemering, van de betovering, waar je een ander mens, of een oude vriend, kunt tegenkomen. Je zet je bagage even neer: SUR LA ROUTE DE LA CHIMERE ON SE RETROUVE SOUVENT UN JOUR ON POSE UN INSTANT SES BAGAGES Waarvoor? POUR FAIRE LE COMPTE DE SES GUERRES, DES PETITES JOIS, DES GRANDES AMOURS, ET C'EST TOUT . . . (Om verhaal te doen van je worstelingen, je kleine pleziertjes, je grote liefdes, en dat is het). Beste Peter, Deze dag is inderdaad een mijlpaal, Jouw mijlpaal: 'IK STOND ERBIJ EN IK KEEK ERNAAR'. De grote afstand tussen ons is even doorbroken: 'WE SPEAK TO EACH OTHER IN PASSING'. We kijken even niet naar rollen en gebeurtenissen die onze relatie dreigen te bepalen. Ik ben trots op kleine dingetjes die ik in jou herken. Nog trotser ben ik op je zelfontdekte bekwaamheid in jouw wereld; een wereld die ik van binnenuit nooit heb gekend. De vraag of ik een vader voor je ben geweest, of ik er een ben, of in de toekomst zal zijn, is niet belangrijk. Ik ben alleen maar blij dat ik jou vandaag heb mogen ontmoeten, dat ik even mocht kijken in jouw wereld. GEEN VIERBAANSWEG, JE BENT VRIJ! Peter, proficiat met deze mijlpaal. De toekomst ligt voor je open. Volgens de dichters ligt er, gelukkig, géén vierbaansweg voor je. Dus je bent vrij. Het heeft mij heel goed gedaan jou vandaag te ontmoeten. Ik heb er mijn bagage even voor neergezet. Je Vader.